In Nickerie begint de dag voor rijstboeren nog vóór zonsopkomst. Machines draaien op dure brandstof en onderdelen worden ingevoerd tegen wisselkoersen die voortdurend schommelen.

Toch blijven boeren zaaien en oogsten, omdat de binnenlandse voedselvoorziening afhankelijk is van hun productie. In districten als Saramacca en Commewijne werken kleine landbouwers met beperkte middelen aan groenten en fruit die dagelijks op markten in Paramaribo belanden.
De druk is zichtbaar in keuzes die steeds moeilijker worden. Kunstmest, zaden en transportkosten stijgen, terwijl verkoopprijzen niet altijd meebewegen. Tegelijk zorgen regenpatronen en droge periodes voor onzekerheid. Een mislukte oogst betekent direct inkomensverlies, zonder vangnet. Toch blijven boeren investeren in hun land, vaak met eigen spaargeld of informele leningen.
Hun inzet gaat verder dan economie. Landbouw voorkomt afhankelijkheid van import en stabiliseert voedselprijzen voor stedelijke huishoudens. Zonder lokale productie worden markten kwetsbaar voor externe schokken.
De realiteit is dat landbouw in Suriname structureel onder druk staat, maar tegelijk een strategische sector blijft. De continuïteit ervan hangt niet alleen af van beleid, maar van de dagelijkse volharding van boeren die onder veranderende omstandigheden blijven produceren.
