De stelling van president Jennifer Simons dat het toekennen van Surinaamse nationaliteit aan diaspora naar voorbeeld van Marokko een “no go” is, raakt direct aan bestaande juridische en diplomatieke kaders. Haar redenering vertrekt vanuit soevereiniteit: gelijke rechten voor buitenlands gevestigde Surinamers zouden volgens haar de staatsstructuur ondermijnen.
Die aanname is betwistbaar, omdat meerdere staten dubbele nationaliteit combineren met behoud van politieke controle via kiesrechtbeperkingen of fiscale regels.
De implicatie van haar positie reikt verder dan binnenlands beleid. Suriname en Nederland hebben sinds de onafhankelijkheid in 1975 een reeks verdragen en overeenkomsten opgebouwd die juist mobiliteit en wederzijdse rechten structureren. De Onafhankelijkheidsovereenkomst Suriname Nederland 1975 vormde de basis voor nationaliteitskeuzes en migratierechten. Daarnaast bestaat de Toescheidingsovereenkomst inzake nationaliteiten, dat regels vastlegt over nationaliteit opties na de onafhankelijkheid.
Ook latere kaders zoals het Verdrag inzake vriendschap en samenwerking Suriname Nederland en migratie gerelateerde afspraken beïnvloeden de positie van Surinamers in Nederland en vice versa.
Op multilateraal niveau zijn normen uit het Verenigde Naties-systeem relevant, inclusief het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten, waarin gelijkheid en non-discriminatie centraal staan. Hoewel deze verdragen geen automatische dubbele nationaliteit verplichten, beperken zij wel de ruimte voor willekeurige uitsluiting van groepen op basis van afkomst.
Het categorisch afwijzen van diaspora-rechten kan daarom worden geïnterpreteerd als een politieke keuze die bestaande internationale principes onder druk zet. Niet omdat verdragen expliciet dubbele nationaliteit eisen, maar omdat ze gelijke behandeling en verbondenheid tussen staat en burgers stimuleren.
De kernvraag is niet juridisch onmogelijk, maar politiek: in hoeverre wil Suriname zijn diaspora als verlengstuk van de natie erkennen, of juist als externe groep blijven behandelen.
