Evaluatierapport Olibis – EBS affaire: Olibis enig bedrijf dat minimum vereiste punten heeft gehaald, maar tweede laagste bieder

In de samenleving is de laatste dagen veel commotie ontstaan over onregelmatigheden van de capaciteitsuitbreiding van het Epar Power System (DPP TLF) bij de NV Energie Bedrijven Suriname (NV EBS). Ondanks uitleg van vicepresident Ronnie Brunswijk dat zaken correct zijn verlopen, blijven velen hun wenkbrauwen fronsen. Dagblad Suriname heeft de hand weten te leggen op het evaluatierapport dat is uitgebracht op 19 augustus 2019. Volgens de evaluatie moesten de documenten (offertes) op 16 juli 2019 worden ingediend, waarbij 5 bedrijven zich hebben ingeschreven. Het gaat hierbij om CKC Machinehandel Surmac NV, Suriname Gas and Electricity Industry NV (SGEI), Olibis, Sinohydro Corporation Limited en Kerui & Erui (joint venture). Hierna volgde de technische evaluatie verdeeld over algemene, mechanische, elektrische en civieltechnische punten. De technical team heeft op basis hiervan bepaald dat er bij een score van 80% de cut off zal zijn. Hiermee wordt bedoeld dat de bedrijven die meer dan 112 punten (80% van 140) hebben gehaald, de technische screening hebben doorstaan.

Olibis noteerde slechts twee zwakke punten

Uit de technische scoring matrix is gebleken dat er maar 1 aanbieding was die de minimum vereiste punten heeft gehaald. Dat is Olibis. Zo heeft dit bedrijf van Otmar Sibilo, tegen wie nu een strafrechtelijk onderzoek loopt, een oplevertijd van 13 maanden aangegeven. Daarnaast heeft het bedrijf een goed uitgewerkt technisch document ingeleverd, heeft zij goede ervaring met soortgelijke projecten, met aftersale services en met training en management assistance. Complete engineering en installatie van heipalen zijn meegenomen in de aanbieding en is de brandstofleveringspijplijn meegenomen in de aanbieding. Olibis noteerde slechts twee zwakke punten, met name dat zij niet beschikte over dual fuel motoren en dat zij geen duidelijke vermelding of uitleg heeft gegeven over de verbinding met de National Control Center. Door de directie van EBS werd bepaald dat de bedrijven die geen dual fuel motoren hebben aangeboden (alleen HFO), normaal meegenomen worden in de technische evaluatie. Olibis is daarom op basis van de hoogste beoordeling van de verschillende afdelingen gekozen.

Surmac & CH4 kwam met oplevertijd van 2 jaren

Surmac & CH4 heeft in de offerte aangegeven dat zij een oplevertijd van 2 jaren nodig heeft, terwijl het bedrijf ook geen brandstofleveringspijplijn heeft. Ook is er in de offerte geen duidelijke vermelding of uitleg gegeven over de verbinding met de National Control Center en is er ook geen info over geluidslimiet. Ook heeft dit bedrijf weinig tot geen ervaring met soortgelijke projecten. Aan de positieve en sterke zijde heeft het bedrijf wel motoren die dual fuel ready zijn, heeft zij goede ervaring met training en management assistance.

Suriname Gas & Electricity Industry NV kwam met extra kosten voor engineering

Suriname Gas & Electricity Industry NV heeft in de offerte aangegeven dat zij een oplevertijd van 15 maanden nodig heeft, terwijl het bedrijf geen heipalen heeft. Het bedrijf kan alleen voor de engineering zorgen, waarbij de extra kosten die erbij komen opgeteld moeten worden. Ook beschikt dit bedrijf niet over een brandstofleveringspijplijn en is er ook geen info over geluidslimiet. Ook is er in de offerte geen duidelijke vermelding of uitleg gegeven over de verbinding met de National Control Center. Aan de positieve en sterke zijde heeft Suriname Gas & Electricity Industry NV wel motoren die dual fuel ready zijn, een goed uitgewerkt technisch document, goede ervaring met soortgelijke projecten, goede ervaring met aftersale services en goede ervaring met training en management assistance.

Sinohydro Corporation Limited en Kerui & Erui hadden te veel zwakke punten

Sinohydro Corporation Limited en Kerui & Erui kwamen weliswaar elk met een oplevertijd van 12 maanden en hebben een goed beschreven safety & quality managementplan ingeleverd. Echter beschikten geen van de twee bedrijven over dual fuel motoren, was de engine heat rate waarde niet conform omgevingstemperatuur, was er geen duidelijke vermelding of uitleg gegeven over de verbinding met de National Control Center, onvoldoende informatie in de technische aanbieding, geen info over geluidslimiet en weinig tot geen ervaring met soortgelijke projecten. Al deze zwakke punten overschaduwden de 2 sterke punten van beide offeraars.

Olibis was tweede laagste bieder met USD 92.038.305,90

Om toch technische vergelijkingen te kunnen maken met betrekking tot het financiële, is besloten om verder te gaan met de bedrijven die de drie hoogste scores hebben gehaald. Dat zijn OIibis, SGEI en Surmac & CH4. De financiële evaluatie wees uit dat SGEI voor de werkzaamheden een bedrag geoffreerd had van USD 90.508.390,92, terwijl Olibis op de tweede plaats kwam met USD 92.038.305,90. Surmac & CH4 kwam met het hoogste bedrag en wel USD 93.242.171,11. Aangezien de NV EBS gevraagd had naar een constructieperiode van 12 tot 13 maanden tijdens de pre-bid meeting viel Surmac & CH4 eruit en werd er een berekening gemaakt aan de hand van de life cycle cost analysis en fuel consumption. Surmac & CH4 heeft geen life cycle cost analysis in hun aanbieding meegenomen, waardoor de operationele kosten niet vergeleken konden worden met de overige aanbiedingen.

USD 138 miljoen extra aan operationele kosten als gekozen voor SGEI

SGEI kwam op een bedrag van USD 846 miljoen, omdat zij de life cycle cost berekend heeft op basis van USD 60 per barrel olie. Dit is volgens de EBS niet realistisch, aangezien de prijs op de wereldmarkt USD 72 bedraagt. Om dan een correcte vergelijking te kunnen maken, is er een berekening voor SGEI gemaakt op basis van USD 72 per barrel olie. Hieruit blijkt dat over een periode van 20 jaar er een bedrag van USD 138 miljoen aan operationele kosten extra uitgegeven zou moeten worden voor de Wartsila motoren als er gekozen was voor SGEI.

USD 0.1122 per kWh van Olibis heel efficiënt

De financiële analyse concludeert dat Olibis als tweede laagste aanbieder is. Uit de life cycle cost analysis van Olibis blijkt dat de kWh kosten van USD 0.1122 per kWh heel efficiënt is. Hoewel in het parlement is aangegeven dat al de operations van het bedrijf EBS, bijgestaan door hun managers het document hebben ondertekend, waarin ze hebben aangegeven dat dit project goed is, is opvallend genoeg te vermelden dat geen van de namen en handtekeningen volledig zichtbaar zijn op het evaluatierapport.

FR

error: Kopiëren mag niet!
%d bloggers liken dit: