Fantastische teams

Mexico 1970. Voetbalgigant Brazilië presenteert een weergaloos voetbalelftal dat de sterren van de hemel voetbalt. Stuk voor stuk begenadigde voetballers die de wereld versteld doen staan van sprankelend en onnavolgbaar spel. Op sensationele wijze worden deze teamspelers in het jaar 1970 de nieuwe wereldkampioen voetballen.  Droomploegen hebben ook wij in Suriname ooit gekend, vooral in de basketbal- en voetbalsport. Namen als de Sanders, Petrici, Chin A Sen, Maarbach, Kruin, Mijnals, Nahar, Sparendam, Haltman, Krenten, Degenaar, Nelom, Samson, Schal, Brammerloo en vele anderen staan geboekstaafd als de supersterren op de Surinaamse basketbal- en voetbalvelden. Het is helaas verleden tijd. Supersterren in onze sportwereld blijven reeds tijden de grote afwezigen. Sportbeoefening in Suriname is teruggevallen naar het niveau van de middelmaat. Getalenteerde jongelui dienen zich aan in de denksport. Maar door gebrek aan internationale ervaring blijven onze schakers en dammers achter bij de topprestaties van sublieme beoefenaren van deze takken van de denksport. Als gevolg van onvoldoende deelname aan grote dam- en schaakevenementen in de wereld blijft het niveau van begaafden op deze sportgebieden ontoereikend om tot de top van de wereld door te dringen. Hoewel de sport reeds tijden vertegenwoordigd is in de departementale taakverdeling is steeds onvoldoende geïnvesteerd in de sportontwikkeling. Internationale sportevenementen in Suriname zijn niet in de lift. In eigen land kunnen sportbeoefenaren nauwelijks meer deelnemen aan evenementen die op hoog professioneel niveau liggen. Hoewel de sport blijft leven in ons land, lijdt de levensgeest daarvan aan zwakte. Teams in werkorganisaties zijn er overal. Zowel op de niveaus van uitvoering, beheer en beleid komen die voor. In democratisch geleide organisaties ervaart het personeel betrokkenheid bij de totstandkoming van besluiten, vooral die de betreffende werkgemeenschap rechtstreeks aangaan. Maar ook de besluitvorming waarmee het voortbestaan van de organisatie gemoeid gaat wordt zoveel als mogelijk met de werknemers voorbereid. Zo gaat dat nu eenmaal toe in moderne opvattingen over leiderschap in de onderneming. Ondernemingpolitiek betreft nu eenmaal het nemen van besluiten, evenals dat het geval is met overheidspolitiek. En overal waar vakbondspersonen er prijs op stellen dat de personeelsorganisatie deelneemt aan deze politiek, deze besluitneming, beamen zij ook het samengaan van vakbondswerk met de politiek. In elk geval overal waar de juiste opvatting heerst dat politiekvoering het nemen van besluiten voor de oplossing van vraagstukken betreft. De chief executive officer (ceo) mag zichzelf met een gerust hart neerzetten als de bedrijfspoliticus waarin ook de vakbondswerker in het kader van draagvlakmanagement participeert. Daar waar de bedrijfsmanager en de vakbondspersoon niet als gelijknamige polen op elkaar reageren, dus elkaar niet afstoten, doch de een de ander als complement aanmerkt. Daar waar de exponent van de personeelsbond zich niet de God op aarde waant. Want van dom-emotionele vakbondsleiders hebben wij aardig wat exemplaren in huis. Daar waar de politieke organisatie op religieuze grondslag zich van haar taken blijft kwijten bestaat geen ruimte voor de miskleun dat politiek en religie onverenigbaar zijn. Alle instituties in sociologische zin zijn van waarde voor de besluitvorming op landelijk niveau, dus: voor de politiek. Daartoe behoort zelfs het gezin. Dreamteams zou je ook kunnen tegenkomen in de politiek. Onder meer op het niveau van ministeriële taakverdeling. In geen geval bewindvoerders die voortdurend op het slappe koord dansen. Want met zulke lieden valt niets te winnen. Als in de politiek de zaken maar niet naar behoren willen gaan, laat ons dan gezamenlijk de handleiding voor goede beleidsontwikkeling en goed openbaar bestuur kritisch doornemen. Laat ons dan eerlijk wezen tegen elkaar en toegeven dat zelfs de eerste paragraaf daarvan nog steeds niet tot ons is doorgedrongen. De talloze misslagen liggen daar als bewijs. Maar het gloort. Want nu, bij het krieken van de dageraad, dient zich het nieuwe perspectief aan. Het nieuwe sterrenteam krijgt geleidelijk aan steeds meer vorm. Neen, niet de uiterlijkheden, niet de buitenste schil van de ui. Want daar gaat het ons uiteindelijk niet om. Niet die lieftallige, charmant ogende jonge vrouw met haar prachtige haardracht en opgesmukt met veel goud en, misschien aan het oog onttrokken, ook nog met smaragd en robijn. Het gaat ook niet om de gepresenteerde schoonheid werkzaam op de Surinaamse universiteit. Waar het ons als volk om moet gaan is vooral de vraag of het aanstaande dreamteam personen betreft die tenminste het verschil tussen beleidsontwikkeling en openbaar bestuur weten. Personen die het verband kennen tussen een maatschappelijk, politiek en bestuursvraagstuk. Mensen die terdege beseffen dat functioneren op hoog beleidsniveau de bekwaamheid veronderstelt van inzicht in complexe samenhangen van maatschappelijke vraagstukken, verworven door het eigen functieverleden. Mensen die eerder op geen enkele wijze samengewerkt hebben met gebleken corrupte figuren. Wanneer de kwaliteiten van de teamleden nader gepresenteerd worden, zal het ons duidelijk worden in hoeverre er wel of geen loopje genomen wordt met de volksbelangen. Wordt het wederom lood om oud ijzer? Welkom, Dream Team, welkom leden van het anti-fraude platform. Moge het de gemeenschap gegeven zijn dat daarin niet wederom de namen van personen prijken met een vonnis van de plaatselijke rechtspreker op hun naam of die voorheen bekendheid verworven hebben op het gebied van hetzij fraude, hetzij corruptie of een magistrale combinatie daarvan. Want over die artisticiteit beschikken nogal wat lieden in de Surinaamse politiek. De gedoodverfde ambtsopvolger zal spoedig openheid van zaken moeten geven. U staat stellig ook op de uitkijk. Gelukkig maar!

Stanley Westerborg

Organisatieanalist

%d bloggers liken dit: