Het verraad van mei 1999

Opmerkelijk is een geval van zelfrespect dat niet vaak te zien is in onze republiek. De voormalige bankier Proeve houdt de eer aan zichzelf voordat er djoegoedjoegoe ontstaat over zijn aanstelling als de nieuwe governor van de centrale bank. Hij zou aangesteld worden voor 6 maanden. Het is in de afgelopen 10 jaren waarschijnlijk enkele keren voorgekomen dat geschikte personen, deskundig en integer, bedankt hebben om de functie van governor in te vullen. Het is een risico dat velen niet willen nemen. Dat heeft te maken met de financieel-monetaire trackrecord van de politici en de bepalende economen die het voor het zeggen hebben vanaf 2010. Er is een risico dat van tevoren in te schatten is bij deze regering: het risico van meer uitgeven dan verdienen, het risico om reserves op te souperen, het risico van monetair financieren en het risico om middelen aan te wenden voor het doel waarvoor ze niet bestemd zijn. Al in 2010 hebben goede economen bedankt om onder deze politici te dienen bij de centrale bank. In Suriname waren weinigen bereid om in de voetsporen van Andre Telting op te treden. Telting zelf weigerde om te dienen onder de politici die in 2010 de verkiezingen wonnen. Men vrijwaart daarmee zichzelf van oneigenlijke handelingen die mensen jarenlang kunnen achtervolgen. De mensen hebben niet gewild om noodgedwongen uit het land te verhuizen. We schreven in 2010 dat de toenmalige governor, die een baan bij het IMF had opgezegd, in een gouden kooi was komen te zitten. Teruggaan naar de oude baan was moeilijk, waardoor hij in eigen belang chantabel werd. In deze periode is er veel gebeurd bij de centrale bank. De term ‘verdampen’ kwam in zwang. Wie leent zich om voor de komende 6 maanden governor te spelen van de centrale bank? Het schijnt dat, nu deskundigen weigeren, men een politiek figuur met een economisch diploma op de stoel zal zetten. Er zijn binnen de regeringspartij economen, maar hun opvattingen over sparen, reserves en schulden zijn angstwekkend.

Het beste is wanneer een kandidaat aangesteld wordt die niet alleen goedkeuring van de banken hebben en de bankiersvereniging, maar ook van de politieke partijen. Hierbij moet wel gesteld worden dat door de issue van de valutakasreserve, het vertrouwen in het bestuur van de commerciële banken is afgenomen. Het vertrouwen in de politieke partijen is allang geschonden, zeker toen in mei 1999 het volk op straat kwam en er een zakenkabinet werd beloofd. De politieke partijen vergaten hun belofte het moment de massa haar werk had gedaan en de regering had gedwongen tot vervroegde verkiezingen. Vanaf toen is het volk niet meer te porren voor massaprotesten. Nu is er een massaprotest in de maak op 17 februari 2020. Er is heel veel PR te zien op social media, maar de vraag rijst of mensen inderdaad op straat zullen gaan. Een grote massaprotest vereist een grote mobilisatie. De kracht van mei 1999 was dat bedrijfsleven en vakbonden op 1 lijn waren. De werknemers hadden stakingen aangekondigd, maar de bedrijven deden ook mee met de stakingen. De werkgevers kwamen ook in verzet. De stakingen waren niet gericht tegen de werkgevers, maar tegen de regering. In DNA waren er pogingen in zelf om de president af te zetten, maar die waren niet succesvol. De president vond toen namelijk dat hij niet afgezet kon worden in DNA, omdat de grondwet daarvoor geen voorzieningen had getroffen. De oppositie vond dat het wel kon. Alhoewel de regering, ondersteund door een met geld samengeplakte fragiele coalitie, kon bogen op een meerderheid, hadden de massaprotesten effect op de cohesie in de coalitie. De coalitie was fragiel door bedreigingen vanuit de grootste coalitiepartij naar de kleinere partijen in de samenwerking. De ruzie ontstond toen leden uit de kleinere partijen aangaven geen heil te zien in het leeghalen van de overheidsrekeningen en het plunderen van de staatskas. Ministers wilden niet meewerken aan het vernietigen van de economie en monetair wanbeleid. Dit zorgde voor ruzies en ontslagen. In elk geval, de mobilisatie die in mei 1999 mogelijk was, is heel moeilijk te dupliceren. Intussen is het ambtenarenapparaat alleen maar groter geworden. Een kwart van de beroepsbevolking zit bij lanti in dienst. Deze mensen zullen het risico niet nemen de straat op te gaan, alhoewel een deel van het oneens is met het verkwistend beleid van de regering en de gevolgen daarvan ook elke dag in het gezin voelt. Een deel heeft directe familieleden bij lanti werken, dus die gaan ook het risico niet nemen van rancune naar hun familieleden toe. Dan blijft over het onafhankelijke deel van de bevolking. Een deel van deze bevolking is heel zelden in Paramaribo, een deel heeft gewoon niet het karakter om opstandig te zijn en op te komen voor de eigen rechten. Men ondergaat pinarie, maar komt niet op voor de eigen rechten. Een deel kan wel op straat komen, maar heeft dus het vertrouwen (niet meer) in dezelfde politici die zelf ook gronden hebben ingepikt en meegedaan hebben aan corruptie. Opmerkelijk is dat de kiezer wel degelijk ontevreden is met het beleid van de regering, maar men ziet weer dezelfde gezichten die zelf gepikt en gegraai hebben. De nieuwe politici hebben de middelen niet om de kiezer aan te spreken. Maar, onder de nieuwe politici zijn er velen die denken dat politiek bedrijven en een alternatief zijn, betekent kunnen klagen en netjes Nederlands kunnen praten. Velen nieuwe politici klagen, maar ze hebben zich niet verdiept in de staatsinrichting en hoe de Staat Suriname functioneert. De kiezer is met nog enkele maanden te gaan in een behoorlijk dilemma. De alternatieven hebben zich nog niet gepresenteerd als opties. In aanloop naar 17 februari ziet dat er dus niet goed uit.                 

%d bloggers liken dit: