750 ambtenaren staan netjes in het gelid. Hand omhoog. Eed op de staat. Mooie woorden. Integriteit. Dienstbaarheid. Leiderschap. Klinkt als een reclamefolder voor een land dat niet bestaat.
Want wat is een publiek ambt? In theorie: werken voor de samenleving. In praktijk: wachten op een telefoontje van een partijgenoot.
De eed klinkt plechtig. Maar iedereen in de zaal weet hoe het spel werkt. Niet de beste stijgt. Niet de meest bekwame groeit. De slimste knikt. De snelste buigt. De trouwste zwijgt.
Eed afleggen na jaren dienst? Absurd theater. Alsof een brandweerman eerst tien huizen laat afbranden en daarna belooft water te gebruiken.
Ondertussen zitten de “parachutisten” al op hun stoelen. Hogere lonen. Minder kennis. Meer connecties. Diploma vervangen door partijkaart. Competentie ingeruild voor loyaliteit.
De echte ambtenaar kijkt toe. Jaren studie. Jaren ervaring. En dan les geven aan iemand die gisteren nog campagne liep met een T-shirt en een megafoon.
Motivatiespeech? Natuurlijk. “Werk hard.” “Dien het volk.” “Wees eerlijk.” Terwijl achter de schermen dossiers verdwijnen, posities worden verdeeld en promoties worden verkocht als verkiezingscadeaus.
De staat zegt: wees integer. De praktijk zegt: wees bruikbaar.
Integriteit is decor. Dienstbaarheid is slogan. Leiderschap is bezit van wie het hardst applaudisseert.
En iedereen weet het. Niemand zegt het. Want wie praat, vliegt eruit. Wie zwijgt, schuift door.
Dus daar staan ze. 750 keer “ik zweer”. 750 keer toneel. 750 keer dezelfde grap.
De enige echte eed? Niet aan het volk. Niet aan de wet.
Aan de hand die je omhoog helpt.
En diezelfde hand duwt je morgen weer naar beneden.
