“Het Suriname Dagboek” – Een recensie

Herinneringen zijn als schuwe vogels die fladderen van dak tot dak die nauwelijks  de toppen raken en weer zweven in de lucht […] En wie ze ooit van te voren zag, hij hervindt ze nimmer meer’’

Albert Helman in ‘’De Stille Plantage ‘’     

Recensie:

Merijn de Boer:

                       Het Suriname Dagboek

                                         In de voetsporen van Albert Helman

Door: Carlo Jadnanansing

De auteur (hierna: Merijn) las in de Groene Amsterdammer een advertentie waarin gegadigden werden gezocht voor een avontuurlijke en literaire reis door het binnenland van Suriname. Hij belde toen direct naar het telefoonnummer; het bleek te gaan om een door de stichting vrienden van Lou Lichtveld betaalde reis van drie weken door het oerwoud van Oost-Suriname.

De expeditie was bedoeld om  meer bekendheid te creëren voor het leven en werk van Lou Lichtveld, die 1955 diezelfde reis had gemaakt. De man aan de lijn heet Maurits Blomhert. Toen laatstgenoemde hoorde dat Merijn zelf schrijver en redacteur van beroep was vroeg hij hem of hij bereid was een reisverslag te maken. Merijn antwoordde bevestigend. Blomhert verklaarde dat hij vanwege gezondheidsredenen niet mee kon.

De reis is geïnspireerd op een verslag van Helman uit de jaren vijftig: Het eind van de kaart. Aan Merijn werd toegezegd dat hij zijn reisgenoten zou ontmoeten via de reisleider genaamd Eljaar Altevogt. Laatstgenoemde  belde hem op en zij spraken af elkaar op de luchthaven te ontmoeten. Pas in het vliegtuig ontmoette hij Eljaar. Laatstgenoemde vertelde dat de reis naar het binnenland 21 dagen zou duren. Na aankomst vertrokken zij naar hun hotel: Eco Resort in Paramaribo waar zij de rest van het gezelschap zouden ontmoeten. 

De afspraak was dat Eljaar de gids zou zijn en Merijn zou vertellen over Albert Helman met het accent op diens reisverslag. Nadat Merijn zijn praatje over de reis gehouden had en vertelde over de ontberingen die hen te wachten stonden, bleven er uiteindelijk maar zeven personen over die aan de tocht zouden participeren: Eljaar, Merijn, Andre, Tonnie en haar man Sjors, Julius en de dames Liselot en Francine. Verder de gids Enzio, autochtone kenner van het binnenland, die later de hoofdgids zou blijken te zijn. De avontuurlijke reis begon te Leonsberg in een bootje die hen in 8 uur tijd naar Moengo zou brengen. Via de Commewijne en daarna de Cottica bereiken ze uiteindelijk Moengo.

Hier overnachten zij in het in vervallen staat verkerende Casablanca gebouw. Helman had tijdens zijn reis ook hier gelogeerd en was toen lovend over de luxueuze locatie. 

De reis werd voortgezet per taxi richting Albina met de bedoeling in Saint Laurent de nacht door te brengen zoals Helman dat ook had gedaan. In  Albina werd in een bootje de Marowijne rivier overgestoken naar Saint Laurent. De echte reis zou de volgende dag beginnen over de Marowijne rivier. Eljaar maakt in Saint Laurent een ongelukkige duik in het zwembad waardoor hij in het ziekenhuis belandt en uitgeschakeld is voor verdere deelname aan de expeditie. De reis over de Marowijne wordt voortgezet met zeven personen.

Na het wegvallen van Eljaar verwerft Enzio het gezag over de groep. Hij straalt rust uit en heeft een innemende lach. Na een enerverende dag over vele soela’s wordt het ook de dames Liselot en Francine teveel en haken zij af. Er blijven vijf reizigers als diehards over. Zij zullen de avontuurlijke doch niet ongevaarlijke reis met vele ongemakken maar wel het genot van het betoverende natuurschoon voleindigen. Verrassend zijn de beschrijvingen over het leven in de diverse ‘’gouddorpen’’ o.a. Benzdorp. Cafés, restaurants maar ook bordelen tieren daar welig. Het transport over de wegen geschiedt per ATV (quad). Opvallend is dat de betaling van goederen en diensten niet in geld maar grammen goud wordt uitgedrukt. Voor zover ik kan oordelen zijn de beschrijvingen van de auteur geheel waarheidsgetrouw. Ik draag de overtuiging dat Merijn wel zelf de reis gemaakt heeft maar dat zijn personages voor een belangrijk deel gefictionaliseerd zijn.

Het romantisch gedeelte is de beschrijving van de (hopeloze) liefde van Merijn voor een jonge cultureel antropoloog die hij in Apetina tegenkomt en meeneemt op zijn terugreis. Zijn geliefde heet Noor en zijn verliefdheid is zo diepgaand dat hij veranderd lijkt te zijn in een Noorman! 

Merijn is een bekroonde schrijver die kan spelen met de taal en ook zijn humor is van topkwaliteit. Zijn vertelkunst is zo beeldend dat hij de lezer het gevoel geeft mee te reizen naar het einde van de kaart. Merijn slaagt erin de lezer gevangen te houden in zijn verhaal, ontsnapping is alleen maar mogelijk door het boek aan een stuk uit te lezen. Aangezien ik zelf ook een bewonderaar ben van Helman en onderken dat hij in de Nederlandse literatuur  maar ook in eigen land ondergewaardeerd is, vind ik de belangrijkste bijdrage van het boek dat er een ode wordt gebracht aan deze grote zoon van Mama Sranan. Maar tevens is het boek een aanprijzing voor het Surinaamse binnenland en kan ook als trekpleister voor het eco toerisme in ons land dienen. 

Mijn grootste erkentelijkheid wil ik echter betuigen aan het adres van de Pater intellectualis Maurits Blomhert. Zonder diens initiatief zou het boek nooit geschreven zijn en Albert Helman een voor velen onbekende schrijver blijven. Ik zou het daarom bijzonder op prijs stellen als Merijn mij de contactgegevens van Blomhert zou sturen zodat ik hem persoonlijk dank kan zeggen!

error: Kopiëren mag niet!