Recensie: Van Surinaams deviezenrecht

Begin april 2021 heeft mr. Anne Harmsma de Surinaamse gemeenschap een belangrijk boekwerk geschonken dat de titel draagt: Van Surinaams deviezenrecht: een oriëntatie.

Anne Harmsma is een financieel-economisch geschoold jurist die zijn carrière heeft afgesloten als bankdirecteur en thans gevestigd is als legal consultant. Hij heeft geprobeerd met zijn recente publicatie licht te brengen in de duisternis van het oerwoud van onze deviezenwetgeving.

In zijn proloog vermeldt de auteur dat wettelijk gekaderde monetaire regelgeving gestoeld moet zijn op geconditioneerd monetair beleid. De auteur heeft zich ten doel gesteld de rechtszoekende de juiste weg te wijzen.

Ons deviezenrecht is neergelegd in formele rechtsregels, verdragen en wetten. De deviezenregeling dateert van 1947 en is gebaseerd op een wet die in de periode van de Tweede Wereldoorlog door gouverneur Kielstra werd afgekondigd. Na afloop van de oorlog werd een hernieuwde regeling van het deviezenverkeer vastgesteld. De auteur merkt op dat van hernieuwing geen sprake was, maar slechts van een geringe aanpassing.

De regeling bevat een systeem van verbodsbepalingen in navolging van het Nederlandse deviezenbesluit van 1945 en werd aldaar in 1981 ingetrokken. Het principe is: niets mag, tenzij daarvoor een vergunning is verstrekt.

Suriname is echter tot op heden blijven werken met een verouderde deviezenwetgeving gebaseerd op een reeds vier decennia achterhaalde Nederlandse wetgeving.   

De voorschriften van 1947 geven aan dat de deviezencommissie een rechtspersoon is. Vóór de onafhankelijkheid bepaalde de gouverneur het algemeen deviezenbeleid. De deviezencommissie beheerde het Deviezenfonds, dat eerst werd aangehouden bij De Surinaamsche Bank, die toen de circulatiebank was. In 1956 werd het fonds overgedragen aan de CBvS.

De deviezencommissie is de enige autoriteit die bevoegd is tot het verlenen van vergunningen die te maken hebben met vermogensbestanddelen die onder het begrip deviezen vallen. Dit terwijl het beheer van de monetaire reserves sinds 1956 wettelijk toebedeeld is aan de CBvS. Harmsma noemt dit een inefficiënte dualiteit van bevoegdheden die niet meer past in deze tijd. Hij benadrukt dat een volstrekt onafhankelijke Centrale Bank de mondiale “best practice norm” voor het beheer van de nationale monetaire reserves is.

Het algemene deviezenbeleid berust sinds onze onafhankelijkheid bij de President van de Republiek. Harmsma beveelt aan dat in een nieuwe wettelijke regeling wordt vastgesteld dat slechts het algemeen deviezenbeleid berust bij de regering, maar de autonomie voor de monetaire en deviezen aangelegenheden wordt toegekend aan de CBvS.

“Waterkantgate” en “Schipholgate”

Met de benaming “Waterkantgate” beschrijft de auteur het gebeuren betreffende de verdwenen vreemde valuta kasreserve geleden. Hierbij hebben de banken hun gal gespuugd over de misleiding door de toenmalige governor.

Ook de “Schipholgate” over de cashtransporten van euro’s naar de Bank of China betreffende de inbeslagname van een bedrag van Euro 19,5 Miljoen wordt op treffende wijze besproken. (De ontknoping van dit drama middels een uitspraak van de Hoge Raad wordt op 6 juli verwacht).

Aanbeveling

Harmsma stelt dat onze bestaande deviezen-“jungle”wetgeving om een snelle en doeltreffende aanpak vraagt.

Deze aanpak moet ook in overeenstemming zijn met internationaal aanvaarde best practices teneinde mondiale erkenning te verkrijgen.

De bestaande antiquarische deviezen wetgeving, maar ook de wetgeving m.b.t. de Centrale Bank, moeten grondig herzien worden. Hij adviseert het wiel niet opnieuw uit te vinden, maar voort te bouwen op de Caribisch Nederlandse wet- en regelgeving.

De huidige actualiteit in het monetaire domein vraagt volgens Harmsma om een snelle en efficiënte aanpak, waarbij de onafhankelijkheid van de CBvS wordt hersteld en verscherpt.

Hij wijst er verder op dat de al aanwezige regelingen omtrent de wijze van koersvaststelling op basis van vraag en aanbod op zich helder waren, maar door recent ingrijpen van hogerhand weer enigszins ontkracht zijn. Het gebrek aan vertrouwen in de waardeontwikkeling van de SRD wordt daardoor in stand gehouden.

Er is een kortetermijnoplossing nodig waarbij het bij de deviezencommissie berustende domein van het deviezenrecht overgebracht wordt naar waar het thuishoort: de CBvS.

Hoewel de auteur geen bepaalde religieuze overtuiging aanhangt, geeft zijn studie blijk van monnikenwerk!

Hij heeft jarenlang graaf- en spitwerk verricht in de bronnen van het Surinaamse deviezenrecht en daarmee de gehele problematiek bloot gelegd. Maar dit niet alleen, hij heeft oplossingen aangedragen die ertoe kunnen leiden dat ons vastgelopen economie weer op gang komt. Zijn onderzoek heeft zich dus niet beperkt tot het deviezenrecht sec, maar omvat ook verschillende onderdelen van de monetaire economie.

Hiermee geeft Harmsma blijk op verschillende gebieden deskundig te zijn en heeft zijn expertise gebruikt om de overheid diverse suggesties te doen voor het opnieuw opstarten van de sputterende motor van onze economie. Een studie dus die niet alleen voor juristen en economen van belang is, maar zijn impact heeft op de gehele samenleving.

Carlo Jadnanansing Titel: Van Surinaams Deviezenrecht Aantal pagina’s: 92 ISBN: 978-99914-7-529-5 Prijs: SRD 175,–

Verkrijgbaar bij: Juridisch Adviesbureau mr.dr. C.R. Jadnanansing, Vereniging Surinaams Bedrijfsleven en Stichting voor de Rechtsorde in Suriname SRiS.

error: Kopiëren mag niet!
%d bloggers liken dit: