Vertrouwenscrisis

De economische crisis wordt mogelijk versterkt door een vertrouwenscrisis. Vertrouwen is de zuurstof van het sociale leven. De regering heeft politieke macht, maar zonder vertrouwen is het een beetje onmachtig. Corruptie, straffeloosheid en gebrek aan openheid hebben het vertrouwen in de politiek ondermijnd. De werking van instituties en formele regels is in de afgelopen jaren sterk verzwakt. De ruimte is ingevuld door hooggeplaatsten of tussenpersonen die gunsten en bescherming bieden of voorzieningen ‘uitdelen’ aan burgers in ruil voor geld, trouw, dienstbaarheid of een stem. Het doet denken aan de ‘The Godfather’. Een groep mensen die de economie in hun eigen belang regelt. Het eindresultaat is kapitaalvlucht en verarming. Het vertrouwen in instituties en (de naleving van) formele regels moet weer worden hersteld. Men hoort niet te bedelen om iets waar men recht op heeft en dat recht toegeworpen te krijgen als een gunst of een cadeautje op voorwaarde dat men ‘iets’ terug doet voor de ‘gulle gever(s)’. Er zit een wantrouwen wekkend luchtje aan de snelle, extreme rijkdom van politici evenals aan de snelle, extreme verarming van de gemeenschap. Overlopende politici dragen ook niet bij aan het vertrouwen. Politici die apert liegen of fouten maken moeten opstappen, want ze beslissen over de besteding van gemeenschapsgeld en je moet ze kunnen vertrouwen.
Zonder vertrouwen in een systeem kom je niet vooruit. Je stapt in een vliegtuig zonder dat je de monteurs van het vliegtuig of de piloot kent. Je vertrouwt erop dat het merk of het systeem niet in handen is van brokkenmakers. Een goede reputatie wekt vertrouwen, omdat het waarschijnlijk is dat er gebeurt wat je verwacht. Dit geeft een rustig en veilig gevoel. Reputatie wordt langzaam opgebouwd en vastgesteld door bewijzen van goed gedrag en kredietwaardigheid. Vooral als het gaat om geld is vertrouwen belangrijk. Je geeft je geld niet in beheer aan onbetrouwbare karakters. Je wil niet dat je geld waardeloos wordt door wanbeleid van een stelletje grappenmakers. De afgelopen vijf jaar heeft de kat op de melk (lees: geld) gepast. Geld, foetsie! De verleiding was te groot en het toezicht was te zwak. Wat in theorie had moeten gebeuren, is dat de kiezers de bestuurders uit hun zetels zouden schoppen. Maar een aanzienlijk volksdeel heeft op 25 mei ervoor gekozen om te applaudisseren voor de brokkenpiloten. In bestuurlijk opzicht is er dus weinig veranderd. Patronage was het machtsmiddel en de kans dat dit snel veranderd lijkt klein. Het ‘uitdelen’ aan de armen is de andere steunpilaar van de volkspresident en het zal lastig zijn om daarop te bezuinigen. Problemen ontkennen, wegstoppen, uit de weg gaan, niets doen, afwachten en uitstellen, was ook het reactiepatroon. Niets is zo moeilijk te veranderen als ingesleten gedrag. Loze beloften of misleidende naamsveranderingen die geen enkele bijdrage leveren aan kwalitatieve vooruitgang, wekken ook geen vertrouwen. Zolang gebrek aan openheid en het systeem van patronage blijven bestaan, zal er niets wezenlijks veranderen. Maar de omstandigheden dwingen wel tot actie, want als het levenspeil verder daalt, zal dat leiden tot sociale onrust en de val van de machthebber. Het blijft echter de vraag of dit kabinet er voldoende in zal slagen om de averechtse effecten van zijn familie- en vriendjespolitiek en zijn sociale programma’s te wijzigen. Zijn macht berust juist op die twee pijlers. Het meest prominente en beste voorbeeld van de infectie van het vertrouwen in de politiek is een minister die vanwege corruptie eervol wordt ontslagen en benoemd tot staatsadviseur, zonder een centje pijn te lijden. De corruptie van vroeger was hiermee vergeleken padvinderij. Een ander voorbeeld zijn de corrupte arrangementen in de parastatale bedrijven. Met de kennis van nu kan worden vastgesteld dat er onder de vorige regering een overval is gepleegd op de staatskas. Om het land en het eigen hachje te redden, moet de machthebber het geld nu uit de zakken van burgers kloppen, want het ‘verdwenen’ geld kan blijkbaar niet worden teruggevorderd. “Moni” heeft het vertrouwen van burgers in de politiek vergiftigd: geld en niet het algemeen belang lijkt de belangrijkste drijfveer te zijn geworden in het politieke proces. Wanneer de democratie lijkt op een poppenkast, dan gaat het geloof in haar werking verloren. Voor de extreem rijken en de extreem armen maakt dit niet zoveel uit, maar voor de rationele mensen in het politieke midden, kan dit een reden zijn om niet mee te doen met de schertsvertoning, met het risico dat het beleid in handen blijft van de extremen. Om het vertrouwen van de hardwerkende en verstandige belastingbetalers terug te winnen, moeten regels worden nageleefd en moeten fatsoensnormen terug in de politiek. Het mag niet normaal zijn dat verdachten of veroordeelden terugkeren op hoge posten of in de politiek, dat directeuren zichzelf controleren, dat ministers vragen van DNA niet beantwoorden, dat politici liegen, dat staatsdienaren geldbelangen hebben in de olie- en goudsector. “Is dat juist,” is een vraag die vaker gesteld moet worden in politieke kringen.
Elk kind weet dat het makkelijker is de regels te overtreden wanneer niemand kijkt. Toezicht en controle kan je niet alleen aan God overlaten. Wetten en regels zijn ook nodig. Gedragsverandering kan tot uiting komen in openbaarheid van bestuur. Openbaarheid van bestuur maakt het moeilijk om corruptie te plegen en eenvoudig om het op te sporen. Dit is niet zo ingewikkeld. Het grote geld heeft er misschien een hand in dat deze wetgeving nog niet is doorgevoerd.
Aan de totale Surinaamse samenleving wens ik een voorspoedig 2016 toe.
D. Balraadjsing (uit Nederland)

error: Kopiëren mag niet!