Wat zegt het IMF-rapport over 2014 ons precies?

Governor Gilmore Hoefdraad van de CBvS heeft de vorige week in ongebruikelijk scherpe bewoordingen uitgehaald naar personen, die “doelbewust en tegen beter weten in een negatief beeld van de economie scheppen en continu het devaluatiespook proberen aan te wakkeren”. Hij doelde daarmee met name op politici, die “met het oog op de verkiezingen, het financieel-monetair beleid als schietschijf gebruiken om fabels de wereld in te helpen.”
De governor vond het nodig hierop te reageren, omdat naar zijn zeggen hij als monetaire autoriteit een verantwoordelijkheid heeft om de financiële en de monetaire stabiliteit te waarborgen. Hij benadrukte verder dat er op basis van de Bankwet wordt gewerkt en dat hij “niet over één nacht ijs zal gaan bij het nemen van besluiten, maar ook niet zal schromen om daadkrachtig en direct op te treden wanneer nodig”. Harde taal, die zeker ook op z’n plaats is als zaken verkeerd dreigen te lopen. Gezien de huidige stand van de Surinaamse economie, is het echter de vraag of de beweringen waar de governor op doelt echt “fabels” zijn, die op niets zijn gebaseerd. Of is er toch wel iets meer aan de hand?
Op zich valt er wat voor te zeggen als de opmerkingen van de governor bedoeld zijn om de gemeenschap een wake-up-call te geven over de verantwoordelijkheid om met z’n allen ervoor te zorgen dat zaken monetair niet ontsporen. Maar hij zal daarin dan wel de lead moeten nemen en ervoor moeten zorgen dat met name zijn wettelijke onafhankelijkheid als governor boven elke twijfel staat. En het is juist bij die onafhankelijkheid waar de schoen wringt.
Want het optreden van Gilmore Hoefdraad als governor, geeft in sommige gevallen op z’n minst aanleiding om vraagtekens te plaatsen bij zijn onafhankelijkheid als monetaire autoriteit. Met name de wijze waarop hij kritiek op het macro-economische beleid van de regering Bouterse-Ameerali steeds probeert te neutraliseren is opvallend. Persberichten van de CBvS over onder andere Article IV missies van het IMF zijn daarvan een goed voorbeeld. Lovende bevindingen worden daarin steevast benadrukt, terwijl kritische kanttekeningen over het regeringsbeleid òf volledig worden weggelaten òf slechts summier worden genoemd. Ook het persbericht over de recente 2014 Article IV missie vormt daarop geen uitzondering.
In tegenstelling tot de indruk, die het persbericht kennelijk moet wekken, schetst een nadere beschouwing van het rapport van de in juni 2014 afgeronde Article IV Missie een heel ander beeld. Daaruit blijkt toch wel een aantal zaken op monetair en macro-economische gebied, waarover wij ons behoorlijk zorgen mogen maken. Het rapport is inderdaad positief over enkele ontwikkelingen in de institutionele sfeer. En verder ook over de lage inflatie en de goede groeivooruitzichten bij uitvoering van de eerder in gang gezette investeringen in de grootschalige goudindustrie en de oliesector.
Maar ten aanzien van de andere harde economische grootheden ziet het IMF-team niet veel verbetering. Erger nog de deskundigen zien juist een verdere verslechtering van de situatie ten opzichte van vorige missies. Zij maken zich vooral ook zorgen over het inkomsten- en uitgavenbeleid van de regering. Het rapport geeft snoeihard aan dat er van de herhaalde toezeggingen van de autoriteiten om daarin verbetering te brengen, tot nu niets wezenlijks terecht is gekomen. Het overheidstekort is verder opgelopen. De beloofde inkomsten- verhogende-maatregelen, zoals invoering van de btw is op de lange baan geschoven. Het expansief uitgavenbeleid van de overheid is ondanks verminderde inkomsten voortgezet. De financiering van de participatie in Merian en Rosebel zullen het overheidstekort doen oplopen. Er is geen zicht op hoe de voorgenomen sociale maatregelen op termijn duurzaam zullen worden gefinancierd. De discrepantie tussen de officiële en de marktconforme koers is verder gegroeid. De monetaire reserve is drastisch afgenomen van USD 1 miljard tot USD 750 miljoen, dus zelfs lager dan wat het in 2010 was.
Dit alles geeft aan dat het echt niet zo goed gaat met onze economie als de CBvS van Suriname ons wil doen geloven. En als deze zaken voor het IMF duidelijk zijn, is het niet vreemd dat dit ook voor de gemeenschap niet ongemerkt kan zijn gebleven. Dus ook voor de politici, waar de governor nu zo naar uithaalt. Politici zijn immers, als zij hun werk goed doen, het geweten van het volk en zij zijn doorgaans in staat om heel goed te signaleren wat er in de gemeenschap leeft. Ook op financieel monetair gebied!
Het siert de governor daarom niet om mensen in onze gemeenschap, die met de beste bedoelingen, wijzen op gevaren die onze economie bedreigen zo ongenuanceerd af te branden. Want anders zou hij ook van de IMF-deskundigen, die de 2014 Article IV consultatie heeft uitgevoerd, moeten zeggen dat deze “fabels verkondigen en doelbewust een negatief beeld van onze economie schetsen”. Hun bevindingen komen eigenlijk op hetzelfde neer als wat de bedoelde politici hebben gezegd.
Het is overigens curieus dat juist met betrekking tot de valutakoersen en een eventuele aanpassing daarvan in het het IMF-rapport het volgende staat: “Since the devaluation the Surinamese dollar has appreciated about 10 percent in real effective term (…)” en verder “Staff encouraged the authorities to phase out the existing multiple currency practices (MCPs) as soon as practicable. (..) The authorities responded that any change to the exchange rate regime could potentially be disruptive, and would have to be done at an opportune time.”
Achteraf bekeken heeft het er veel van dat de CBvS geschrokken is van deze bevindingen, die in juni al met de autoriteiten moeten zijn doorgesproken. Het is gebruik dat de bevindingen na de missie met de autoriteiten worden besproken, waarna deze in een press-release van het IMF worden gepubliceerd. Opvallend is dat publicatie deze keer echter achterwege is gebleven en pas eind oktober 2014 kwam, bijna 1 maand nadat de executive board van het IMF zijn conclusies over het rapport had gegeven. Of de autoriteiten er de hand in hebben gehad om zo te voorkomen dat er ruchtbaarheid werd gegeven aan de bevindingen van de Article IV missie is niet duidelijk.
Wel is het ondertussen bekend dat regering vanaf juni 2014 in een sneltempo alsnog een aantal maatregelen heeft afgekondigd, die duidelijk gezien kunnen worden als directe reactie op de bevindingen van het IMF. Verhoging van concessierechten in de mijnbouwsector, verhoging van de stroomtarieven en het afzien van directe participatie door de overheid in de investeringen in Merian en Rosebel zijn daar voorbeelden van. De timing van deze maatregelen en de haast met de afkondiging ervan, doen vermoeden dat de autoriteiten geprobeerd hebben om te voorkomen dat de harde toon van het rapport ook in de conclusies van de executive board van het IMF zouden worden opgenomen.
Dat er intensief overleg hierover moet zijn geweest blijkt uit de Supplementary Information, die met commentaar van de missie op 24 september 2014 aan het oorspronkelijk rapport is toegevoegd. Het commentaar op de invoering van een minimumloon dat daarin is opgenomen is overigens ook heel interessant. De missie toont zich daarin bezorgd dat deze wet negatieve gevolgen zal hebben voor de groep personen, die het juist beoogt te beschermen. De oorspronkelijke bevindingen van de missie bleven voor het overige echter overeind. Kennelijk tot ongenoegen van de autoriteiten, want die vonden het nodig om op 30 oktober 2014 een statement naar de naar de executive board te sturen.
Deze statement is ook als bijlage in de press-release van het IMF is opgenomen. Suriname beklaagt zich daarin dat de IMF-missie geen of niet voldoende rekening heeft gehouden met de maatregelen, die zij ondertussen heeft getroffen. De autoriteiten vonden verder dat de missie eraan voorbij is gegaan dat verdergaande maatregelen zo kort voor de verkiezingen politiek niet haalbaar zijn. Het laatste verwijst waarschijnlijk naar de twijfel, die de missie in het rapport uitspreekt over de uitvoering, effectiviteit en haalbaarheid van sommige afgekondigde en voorgenomen maatregelen. De volgende passages spreken in dit verband voor zich: “ Commendably, the authorities are implementing substantial tightening for 2014, (…) However, policy implementation risks are significant ahead of elections in mid-2015, and the uncertainties inherent in elections imply risks to the medium term policy agenda of the authorities.”(…)
Het is duidelijk dat deze acties van de CBvS en de regering waarschijnlijk uitsluitend tot doel hebben gehad om te voorkomen dat de werkelijke waarheid over onze monetaire en macro-economische situatie niet vòòr de verkiezingen van mei 2015 bekend wordt. De volgende Article IV missie staat immers gepland voor juni 2015.

Japin, Wetenschappelijk Bureau van de NPS

error: Kopiëren mag niet!
%d bloggers liken dit: