Versterking LVV vereist voor ontwikkeling agrarische sector

Recentelijk heeft het ministerie van LVV een bericht doen uitgaan over een training van veeteeltprofessionals. Het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij heeft een behoorlijk zware opdracht nu in het regeerkabinet. Het belang van LVV wordt uitgedrukt in de politiek, maar ook in de nationale beleidsdocumenten. In het regeerakkoord dat ten grondslag ligt aan dit kabinet wordt het belang van de agrarische productie benadrukt. Dit wordt gedaan in het kader van het zelfstandige nationaal investeringsfonds, de NV Investment Corporation Suriname (ICS). Het regeerakkoord heeft gemeend om de ICS als motor te laten fungeren voor de financiering en versnelde economische groei, in het bijzonder in de duurzame productiesectoren, zoals de agrarische sector en de visserij. Er is veel werk te doen voor het ministerie van LVV in Suriname. Het beleid van de regering op het gebied van de agrarische sector is primair gericht op het waarborgen van de voedselzekerheid voor de totale Surinaamse bevolking. Het doel is het  verhogen van de agrarische productie door het bevorderen van duurzame productiesystemen, in zowel de kustvlakte als het binnenland. In tweede instantie is het beleid gericht op voedselzekerheid. De verantwoordelijkheid ligt hier bij producenten, overheid en consumenten. De bedoeling is om internationale veiligheidsrichtlijnen te integreren in nationale richtlijnen. De regering heeft als intentie om een regionale leider te worden op het gebied van de voedselveiligheid, waardoor exporten internationaal gegarandeerd zijn. Met de duurzaamheid wordt gestreefd naar milieuvriendelijke productiemethoden en voldoende, gezond en veilig voedsel. Het streven is ook om de Caribische markt te veroveren. Opmerkelijk is dat in de regeringsplannen uitdrukkelijk wordt aangegeven dat er een speciale rol is weggelegd voor het bedrijfsleven en de regering. De vraag is uiteraard in hoeverre het bedrijfsleven faciliteiten dan wel interesse heeft om zich te storten op de agrarische sector. Zijn er incentives vanuit de regering naar het bedrijfsleven toe om de Caribische markt te veroveren? Die zijn niet wijdverbreid bekend. Het zou best wel kunnen liggen aan bescheidenheid van LVV. In de regeringsplannen wordt aangegeven dat zonder een gedegen ruimtelijke ordening de sector niet te ontwikkelen is tot haar volle potentie. De realisatie van de strategische agrarische doelen is een gedeelde verantwoordelijkheid. Het ministerie van LVV heeft een faciliterende, voorbereidende, voorwaardenscheppende, regisserende en monitorende rol bij de beleidsuitvoering. In dit kader ligt de focus van de regering op Brazilië en Venezuela. Bij Brazilië gaat het om het onderzoeksinstituut Embrapa met betrekking tot een verhoogde productie en ziekten en plagen. De streefdoelen zijn regionaal nog niet gehaald. Echter kan niet gezegd worden dat het ministerie niets doet. Zo verzorgde het onderdirectoraat Veeteelt een vijfdaagse hands on-training ‘drachtigheidsonderzoek’ bij runderen. Aan deze training namen onder meer vier particulieren van grootveebedrijven actief deel. Opgemerkt moet wel worden dat deze participatie vanuit het particuliere bedrijfsleven veels te laag is. Het drachtigheidsonderzoek bij runderen met het inbrengen van de hand is om na te gaan of een eventuele dracht aanwezig is. Veeteelthouders hadden massaal aan deze training moeten deelnemen. Bij deze training is een breder inzicht gegeven van de veeteelt waarbij aandacht werd besteed aan het drachtigheidsonderzoek, de anatomie van het vrouwelijke rund, de verschillende stadia van dracht, constructie van een kraal, inloopgangen en kunstmatige inseminatie en dierenwelzijn. Het praktische gedeelte van de training vond plaats op het slachthuis Surebeef, de Verenigde Cultuur Maatschappijen NV  en de Staatsboerderij. Eerder verzorgde LVV een training over melktechnieken en melkhygiëne, graslandmanagement en voedingsmanagement van melkvee, uierontsteking bij melkvee en ‘biosecurity’ in de melkveehouderij. Ook deze training moet uitgebreider aan (potentiële) sectorprofessionals worden gepresenteerd. Op een of andere manier zijn deze trainingen niet genoegzaam bekend bij personen die bezig zijn in de sector en tientallen runderen hebben.
Recentelijk was eveneens aan de orde het opzetten van landbouwscholen, althans een landbouwschool, waarbij gekeken wordt naar het model van Cuba. Dit moet nog zijn beslag krijgen. Het onderdirectoraat Veeteelt van LVV heeft vorige maand twaalf “Bedrijfskeurders voor Pluimvee” getraind. Ook hier moet vermeld worden dat slechts vier personen uit de particuliere sector zijn getraind. Dat is veel te weinig als de particuliere sector een belangrijke rol moet vervullen in de agrarische dromen van de regering. Dierenwelzijn, HACCP/ microbiologie, pluimveeverwerking, anatomie, pathologie, wetgeving, ante – mortemkeuring en post- antemortem keuring waren onderdeel van deze training. In mei werd ook een MoU met de landbouwminister van Cuba ondertekend.
Er is beweging op LVV, maar niet snel genoeg om de dromen van de regering te realiseren. Meer snelheid, meer kennis en meer mankracht is het devies voor LVV. Dit ministerie heeft de zorg voor het beleid ten aanzien van de landbouw, de veeteelt, de visserij en de bijenteelt en het toezicht op het juiste gebruik van de ten behoeve van de agrarische sector uitgegeven gronden en de wateren. LVV is ook belast met agrarisch onderzoek en voorlichting en de vaststelling van de behoefte aan en de distributie van goederen en diensten die nodig zijn in de agrarische sector. Op dit stuk heeft LVV nog heel veel te doen. Een ander punt dat strakker door LVV moet worden aangepakt is de wettelijke taak om te zorgen voor opslag, verwerking en afzet van agrarische producten. LVV heeft de zorg voor  de preventie en de bestrijding van dier- en plantenziekten en plagen, de vaststelling van kwaliteitsnormen voor en de uitoefening van kwaliteitscontrole op agrarische producten en het investerings- en kredietbeleid van deze sector. Dit is een greep uit de wettelijk opgedragen taken van LVV. Het valt op dat de regeringsplannen, ook die op regionaal niveau, volledig in lijn zijn met de wettelijke taken. De dromen van deze regering op het stuk van de agrarische productie zijn realistische en legitieme doelen die landen met enorme potenties als Suriname moeten hebben. LVV is bezig om kleine stappen te maken, maar de acties weergalmen niet landelijk. Het heeft nog veel weg van een piepstemmetje. Op gegeven moment moet dit ministerie overschakelen in een andere versnelling. Versterking van het ministerie is daarbij vereist.

error: Kopiëren mag niet!
%d bloggers liken dit: