Surinamers in CFU goede zaak

De Surinaamse jurist Alwin Baarh is daags terug uitverkoren om leiding te geven aan de juridische beroepscommissie van de Caribbean Football Union (CFU). Een andere landgenoot, de jurist Johan de Bies, is deel van de strafcommissie van de CFU. De twee uitverkiezingen zijn feiten die als een mijlpaal kunnen worden aangemerkt. Het is nu dus duidelijk geworden dat zolang wij niet durven, wij ook geen stappen vooruit kunnen zetten. Aan een andere Surinamer, ondervoorzitter Dayasankar Mathoera, lukte het niet om een plaats te bemachtigen in de ethische commissie, en ook aan de bekende Waldo Gobardhan is het niet gelukt om succesvol mee te dingen naar een plaats in het hoofdbestuur. In de laatste twee gevallen hadden de twee heren wellicht de geambieerde posten met elkaar moeten verwisselen. Het is wel een positief punt dat de heren niet roemloos ten onder zijn gegaan, maar dat men toch wel stemmen heeft gehaald. Waldo Gobardhan kwam slechts drie stemmen tekort om in het hoofdbestuur terecht te komen. Gerapporteerd is dat de Engelssprekende landen bij de stemming de doorslag hebben gegeven. Van de 9 hoofdbestuursleden komen 8 uit de Engelssprekende landen en één uit het Franssprekende Martinique. Een Surinamer in het hoofdbestuur zou in het geheel niet misplaatst zijn. Maar wij moeten blijven proberen. Wat zal er veranderen met twee Surinamers in twee statutaire commissies van de CFU? De Caribische voetbalbond is geen grote voetbalbond met grote voetbalmachten. Maar bij grotere verkiezingen, zoals bij de Fifa, tellen stemmen en maakt het niet uit in het a;gemeen of landen groot of klein zijn. Dertig kleine landen zijn lid van de CFU, waarvan tijdens de laatste wereldkampioenschappen twee landen het WK hebben bereikt: eerst Jamaica en daarna Trinidad and Tobago. Surinamers zullen vanwege de participatie in de twee commissies vaker in contact zijn met andere Caribische voetbalbestuurders en het hoofdbestuur. In de wandelgangen en in de marges van de vergaderingen wordt er veel besproken en veel geregeld. De twee Surinamers moeten nu veel netwerken en faciliterend optreden voor de SVB. De nationale voetbalbond en zijn bestuur moeten heel intensief in contact zijn met deze twee heren. De SVB moet van deze twee heren profiteren in termen van technische samenwerking en de verdeling van de middelen die de CFU ontvangt. In Caribische voetbalprogramma’s gericht op de jeugd en versterking van de teams, moet Suriname zijn graantje meepikken. In elk geval wordt de kans groter dat wij eerder op de hoogte zullen zijn wanneer Caribische projecten in de maak zijn.
 
Wat de SVB moet gaan doen is in zijn meerjarenprogramma ook het buitenlands beleid naar de CFU toe gaan inbouwen. Tot nu toe zijn in het Beleidsplan 2010 – 2013 voornamelijk de KNVB en de Suriprofs zichtbaar. In de jaren 2003 en 2007 zijn er strategische allianties aangegaan met o.a. de KNVB en de Suriprofs om de SVB te ondersteunen in zijn beleidsplannen. De SVB vindt dat de financiële ondersteuning van de Fifa de voetbalontwikkeling positief heeft beïnvloed. De bond haalt aan dat in Paramaribo en de districten de sportaccommodaties zijn verbeterd. Van de 19 lidbonden beschikken reeds 15 over veldverlichting. De SVB meent dat het landelijk karakter van het voetballen zich manifesteert in de 19 lidbonden die regionaal onder auspiciën van de SVB deze tak van sport organiseren. Het onder auspiciën organiseren is essentieel, maar er moet meer beïnvloeding en sturing zijn vanuit de SVB. Jaarlijks nemen ruim 325 teams met een  totaal van 8.950 geregistreerde spelers (2% van de bevolking) deel aan de diverse competities. De SVB typeert de huidige bestuursperiode als een transformatiefase van een door vrijwilligers geleide sportbond naar een door professionals geleide organisatie. Tot hoever dat gelukt is, is enigszins twijfelachtig. De bond moet in zijn plannen ook de CFU betrekken. De CFU moet ons ook zien staan. Suriname stond gerangschikt bij de Fifa senioren A-voetbal op de 143ste plaats. Op regionaal niveau was dat wat betreft senioren voetbal A op de 11de plaats (rangschikking Concacaf). Wat betreft de jeugd heeft Suriname binnen de CFU de top-3 positie (U-17). De SVB constateert zelf dat jeugdvoetbal nog niet bij alle lidbonden, eersteklasse en hoofdklasse verenigingen ontwikkeld is en verplicht is gesteld. Dat moet aangepakt worden met een strakke hand. Voorts erkent de SVB dat het stadionbezoek momenteel aan het afnemen is. Terecht merkt de SVB op dat op bestuurlijk niveau aandacht dient te worden besteed aan de bestuurlijke ontwikkeling in de lidbonden en clubs waaronder financiën, kaderontwikkeling en materialenvoorziening. Gedurende geruime tijd wordt ook geconstateerd dat er een aandachtsverschuiving heeft plaatsgevonden van traditioneel voetbal naar internationaal voetbal via de beeldbuis en ook naar de virtuele voetbalsportbeoefening. Er worden pagarra’s afgeschoten voor buitenlandse teams waarvan de spelers in het geheel geen relatie met ons hebben; voor de Surinaamse selectie kunnen wij ons dat niet gemakkelijk voorstellen. De SVB heeft ook geconstateerd dat niet niet alle bevolkingsgroepen in gelijke mate in voetbal participeren. Dat heeft te maken met de cultuurpatronen en zwakke gezinsstructuren in de kringen waar men niet sport en met een gebrek aan stimulerend beleid van de SVB in de districten. Zowel in spelersgroepen als besturen wordt gestreefd naar participatie van alle bevolkingsgroepen. De SVB moet verder zijn website vriendelijker gaan maken. Er is bijvoorbeeld veel informatie over vrouwenvoetbal en bijna niets over de veel grotere jeugdcompetitie. De SVB zal hierdoor ook zijn website moeten professionaliseren om met al haar leden een optimale communicatie te realiseren. SVB telt een personeelsbestand van vijftien (15) mensen. Het is belangrijk dat personeelsleden middels trainingen en workshops op peil worden gehouden dat in lijn is met de strategische beleidsplannen, bepaalt de SVB zelf. Hopelijk is de vorming van deze 15 personeelsleden al begonnen. Het personeel zal getraind worden volgens de SVB om te reageren op signalen van de stakeholders. SVB moet beschikken over klantvriendelijke, vakbekwame, betrouwbare en kundige werknemers. Van al deze plannen moet de SVB ten minste jaarlijks aangeven welke problemen zijn opgelost en welke plannen al in uitvoering zijn. De SVB moet in het uitvoeren van zijn plannen de CFU ook betrekken. We hebben nu trouwens Surinamers in de structuren.

error: Kopiëren mag niet!
%d bloggers liken dit: