Dinsdag 17 juli 2018

Ieder vriendschappelijk bezoek van een buitenlandse staatshoofd aan ons land is een aangelegenheid om trots op te zijn. Het betekent dat ons land op de agenda van dat land staat. Algemeen beschouwd onderhouden landen hechte banden met elkaar wanneer hun interstatelijke activiteiten een mate van wederzijds politiek en/of financieel-economisch voordeel oplevert.
Het bezoek van de Indiase president is vooral een uiting van de historisch-culturele banden die onze beide landen hebben. Het is dit jaar namelijk 145 jaar geleden dat de eerste Brits-Indische contractarbeiders Suriname tot hun nieuwe thuisland maakten.

In politiek opzicht, maar wellicht meer in financieel-economisch perspectief is het India die Suriname in de nabije toekomst wat te bieden heeft. Een vergelijking van de huidige macro-economische indicatoren tussen beide landen laat immers weinig substantieels zien dat als wederzijds voordeel voor elk van hen kan worden aangemerkt. Dit komt niet alleen door de enorme afstand van Zuid-Amerika naar Zuidoost Azie wat als een deelbelemmering voor bijvoorbeeld handelsactiviteiten wordt gezien, maar evenzeer vanwege ons zeer beperkt productiepotentieel tegenover een land van reusachtige afmetingen en een markt van bijkans anderhalf miljard consumenten. Ook in politiek opzicht heeft Suriname helaas niet veel te bieden. Noch in de Caribische regio noch op het Westelijk halfrond wordt de stem van ons land als doorslaggevend ervaren.

Het is dus vooral de cutureel-historische dimensie die tijdens dit bezoek centraal staat en het fundament vormt in de relatie tussen onze beide landen. Suriname is namelijk het enige immigratieland waar personen van Indiase origine in de ruimste zin des woords cultuur en traditie uit het land van oorsprong hebben geconserveerd. Surinaamse Hindostanen zijn de enige nakomelingen van het grote aantal 19e en 20ste eeuw contractarbeiders die nog in het Hindi een behoorlijk gesprek kunnen voeren met Indiërs over talloze culturele, filosofische en religieuze zaken. Dit unieke vermogen heeft recentelijk nog diepe indruk gemaakt op minister-president Narendre Modi bij zijn bezoek aan Nederland , toen hij daar publiekelijk verklaarde dat om deze reden al hij bijzondere bewondering koesterde voor Surinaamse Hindostanen. Premier Modi riep de vele andere diaspora Indiërs op een voorbeeld te nemen aan de Surinaamse Hindostanen en zegde voorts toe dat India er alles aan zou doen de relaties met Suriname te versterken en deze naar een hoger niveau te stuwen. Het bezoek van president Ram Nath Kovind is naar mijn mening de initiële concretisering daarvan.

In de internationale politiek worden India en China beschouwd als ontwakende politiek-economische reuzen. Voorspellingen van gereputeerde deskundigen en instituten plaatsen deze twee landen over enkele decennia in de frontlinie van mondiale politiekvoering. De “BRICS” landen organisatie en de laatselijk opgerichte “Shanghai Cooperation Organisation” (SCO) waarin deze twee mega economieën gezamenlijk met andere landen uit Zuid-Amerika, Zuid-Afrika en de Zuid-Aziatische regio zullen optrekken, is daar een voorbeeld van.
Zowel India als China zijn gemakkelijk in staat ons land, juist vanwege de dubbele diasporaverstrengeling , met meer affectie en empathie een helpende hand toe te reiken en ons in hun opwaartse economische kielzog mee te nemen. Alvorens het evenwel zover komt zullen wij ruimte moeten scheppen in de geest van onze eeuwenlange Eurocentrische orientatie. Zonder verwaarlozing van deze oude banden van vriendschap dienen we ons open te stellen voor “nieuwe familie en nieuwe vrienden ” en deze zo spoedig mogelijk binnenhalen.

De enorme sprongen voorwaarts in hedendaagse wetenschap en technologie hebben onze aardbol doen slinken tot een klein dorpje. Globalisering, noemt men dat. Tijd en afstand , vooral op het gebied van communicatie, zijn tot minimale proporties teruggebracht en dit heeft mede tot gevolg dat het mondiale geopolitieke-en economische landschap aan het veranderen is. Ook wij zullen ons als natie daarop moeten instellen. Onze toekomst en het lot van onze nakomelingen dwingt zulks van ons af. Om vooruitgang te verwezenlijken zullen we daarom nieuwe wegen moeten inslaan en nieuwe ontwikkelingsstrategieën moeten ontwerpen. Ik spreek de hoop uit maar koester bovenal de verwachting dat het bezoek van president Ram Nath Kovind daartoe de eerste belangrijke aanzet moge zijn.
Chan Santokhi, voorzitter VHP.