Vrijdag 24 november 2017

Ultieme macht

10-09- 2017

Wanneer een volk zich in economisch opzicht in zwaar weer bevindt worden de gangen van de man of vrouw aan de top van de machtladder nauwlettend gevolgd. Waarom zou dat niet mogen? Immers, elke cent telt dan mee op de balans van inkomsten en uitgaven. En als de president op staatskosten voor medische controle vertrekt, wat zou daaraan toch verkeerd zitten? Achtereenvolgende regeringen zijn het Surinaamse volk niet bepaald tot voorbeeld geweest op het vlak van doelmatigheid in de bestedingen. Geld oppotten zonder sociaal welbevinden van het volk is wanbeleid. Waar liggen de merkbare getuigenissen van de vele miljoenen aan deviezen die verkwanseld zijn aan reis- en verblijfkosten voor politieke ambtsdragers die om redenen van ‘s lands belang naar hun verre bestemmingen moesten vertrekken? Het antwoord hierop weten wij onderhands wel: ‘de deelname aan de conferentie is bijzonder interessant en leerrijk geweest. Wij hebben er veel van opgestoken. De oriëntatiebezoeken ter plaatse waren meer dan nuttig. Wij mochten als delegatie ook de bezienswaardigheden van nabij aanschouwen. Al met al een geslaagde trip naar het buitenland’. Met deze zinledige medelingen na teugkeer namen wij als brave burgers steeds warmhartig genoegen. Ook al vindt door assembleeleden achteraf geen verantwoording plaats over de bestede daggelden. Wederom een geval van het vertrappen van een wettelijke verplichting. Ook al wordt de wettelijk voorgeschreven verslaglegging straal genegeerd. Tegen een vertrekkende regeringsdelegatie kunnen leden van de assemblee naar believen hun grieven uiten. Misschien vindt een enkele regeringsgezinde volksvertegenwoordiger de voorgenomen dienstreis onnodig of geldverspillend. Met een sprankje geluk kan dit voorkomen. De regering kan van het parlement de wind van voren krijgen.

Een goede zaak. Maar wie kan nog iets ondernemen tegen het machtigste verschijnsel in ons land: het parlement van Suriname? Vreemd genoeg haalt de grondwet wel aan dat de hoogste macht berust bij het Surinaamse volk. Aldus nemen wij als volk dan maar genoegen met het bespelen van de tweede, of misschien wel de derde viool. Want tussen ons als volk en het machtigste orgaan zit immers nog altijd de regering die uiteraard ook haar eigen deuntje moet kunnen zingen. Hoezeer wij ook schoon genoeg hebben van het middelmatige functioneren van ons parlement, hoezeer menig lid daarvan zich ook schuldig maakt aan oneerlijk-, dubbel- of onbruikbaar spel, wij ontberen als volk te enen male de mogelijkheid op enigerlei wijze ten strijde te trekken tegen een parlementaire formatie die als eentonig, saai, benedenmaats en geldverspillend wordt ervaren. De president kan als gevolg van massaal en volhardend protesteren tegen zijn beleid besluiten de handdoek in de ring te werpen. Voortijdig aftreden is dan aanstaande. Maar het onwel makend gedrag van assembleeleden, de plichtvaardigen niet te na gesproken, de onbeschoftheid die daarvoor bekende leden jegens elkaar ten toon spreiden, het tonen van disrespect jegens het volk, het deelnemen aan het parlementaire werk door lieden die in eigen land veroordeeld zijn of die anderszins een bezoedeld verleden hebben, moet door het Surinaamse volk maar gedoogd worden. Niet het Surinaamse volk beschikt over de ultieme macht maar de Nationale Assemblee als oppermachtig orgaan bezit die benijdenswaardige positie. Overigens mag hier de notitie geplaatst worden dat het de president is die bepaalt of en wanneer hij/zij buitenlandse expertise betrekt in het onderzoek naar zijn fysieke en/of psychische gesteldheid. Evenals het de korpschef is die beslist welke politiediender wanneer aan de conditietest zal worden onderworpen, ook buiten het kader van het promotiebeleid.

Hoezeer wij als gemeenschap redenen tot ontevredenheid hebben over het overheidsoptreden, doen de dames en heren in het Surinaamse parlement er stellig goed aan zichzelf een spiegel voor te houden op het gebied van het efficiënt en doelmatig omgaan met gemeenschapsgelden. De enorme kosten die gepaard gaan met de vele slepende en slopende vergaderingen zijn voor assembleeleden geen aandachtspunt. Dank zij de zorgzame arbeid van mediawerkers worden ons dagelijks de belangrijkste politieke ontwikkelingen voorgehouden. Wij zijn deze nieuwsbrengers veel dank verschuldigd. Het moet immers monnikenwerk zijn de vergaderingen van de Nationale Assemblee te moeten volgen voor de verslaggeving. De recente debatten verband houdende met de verstikkende corruptie in Suriname hebben ook kristalhelder duidelijk gemaakt hoe intens politieke partijen zich hebben ingegraven in het landschap van de ondeugden, in dit geval de corruptie die het Surinaamse volk zowel voor als na de datum van 25 november 1975 ernstig heeft geraakt.

De Anticorruptiewet is onlangs aangenomen. Deze wet heeft als eerste doelgroep degenen die haar zelf hebben voortgebracht. Politici die zich aan roof en diefstal hebben schuldig gemaakt mogen tot aan het levenseinde optimaal blijven genieten van de vruchten van hun ondeugden. Domeingronden die te algemenen nutte gebruikt zouden worden is door deze corrupte figuren ingepikt ten eigen bate. Vraag het maar aan de bekende landbouwcoöperatie in Paramaribo en aan de gedetineerden te Santo Boma. De namen van deze gelukkigen zijn ons bekend. Hiermede is tevens de fraaie omlijsting weergegeven van de wet ter bestrijding van corruptie als ondeugd. Wie voor de ontmoediging van corruptie zal zorgdragen weten wij niet. Tussen bestrijden en ontmoedigen lopen de reinen van geest. En die liggen niet voor het rapen.

Stanley Westerborg