Woensdag 14 november 2018

????????????????????????????????????

????????????????????????????????????

‘Ik weet niet of ik het zou overleven’, zegt de politicus Patrick Kensenhuis in gesprek met Dagblad Suriname wanneer hij de zware arbeid die zijn voorouders als slaven op de plantages verricht hebben, in ogenschouw neemt. En het was niet alleen zware arbeid, maar leven en arbeiden in slavernij. Zijn voorouders hadden geen stem, hun stem telde totaal niet. “Zij moesten slechts de bevelen van de blanke opzichters opvolgen. Niet te spreken over de onmenselijke behandeling die zij kregen in Suriname terwijl zij in Afrika in alle vrijheid leefden. Onder valse beloften werden zij naar Suriname per zeilschip gebracht om als slaven te dienen van de blanke meesters.” Op 1 juli wordt de afschaffing van de slavernij herdacht. Het is 155 jaar geleden dat de slavernij werd afgeschaft.

Geen mooie geschiedenis
De NDP-parlementarier vindt het allesbehalve een mooie geschiedenis. Een periode waarover hij niet gemakkelijk praat en die hij niet graag zou willen meemaken. ‘Ik zou het niet aankunnen, ik zou het niet overleven.’ Kensenhuis heeft niet graag dat zijn voorouders deze onmenselijke situatie hebben doorstaan. ‘Maar ja, het is gebeurd. Ik kan er niets aan doen. Ik ben een product van hun. We moeten het traumatisch gevoel wegcijferen en met elkaar leven.’ Kensenhuis benadrukt dat er enkele vrijheidsstrijders waren geweest die hun drang om op te komen voor hun rechten, met de dood moesten bekopen. Het zijn strijders zoals Jolie Coeur, Barron, Boni, Kodjo, Mentor en Present. ‘Deze personen werden gecriminaliseerd en vermoord.’ Kensenhuis blijft erin volharden dat het helemaal geen mooie geschiedenis is.

Nog steeds wrokgevoelens
Nog steeds komen er wrokgevoelens in hem op wanneer hij aan de slavernij terugdenkt en geconfronteerd wordt met de nazaten van de blanke bazen. ‘Dan wil ik even teruggaan in die tijd, wraak nemen en alles afreageren en doen wat ik wil doen.’ Maar, het wrokgevoel, dit is slechts een momentopname. De politicus is zich ervan doordrongen dat hij vergevingsgezind is en dat het leven verder moet, dat de verschillende groeperingen in Suriname heel veel voor elkaar moeten betekenen en samen in eensgezindheid het land naar grotere hoogtes moeten tillen.

Schadevergoeding moet komen
Al jaren vindt er over en weer discussies plaats of de nazaten van de slaven een schadevergoeding moeten krijgen onder de noemer ‘herstelbetalingen’ voor het leed dat hun voorouders is aangedaan. Kensenhuis benadrukt dat hij een voorstaander is van de herstelbetalingen. Het moet niet alleen blijven bij het aanbieden van excuses door het toenmalige moederland maar ook de betalingen moeten een feit zijn. De politicus zegt met klem dat het een voldongen feit is dat het toenmalige moederland nu floreert vanwege de slavernij. Door slavernij en onmenselijke behandeling van de slaven hebben ze zichzelf verrijkt. De slaven hadden geen keus, ze werden niet eens betaald voor het harde werk. Integendeel kregen zij een pak rammel indien de opzichters vonden dat zij niet snel genoeg werkten.

We moeten lering trekken uit het verleden
Kensenhuis geeft aan de jongere generatie mee dat er lering getrokken moet worden uit het verleden. De slavernij moet nooit terugkomen, ook geen verkapte vorm ervan. Helaas zijn er nog landen in de wereld waar nog een verkapte vorm van slavernij plaatsvindt. Verkapte vorm van slavernij en onmenselijke behandeling van elkaar, ziet de politicus niet graag gebeuren in Suriname. Aan de jongeren geeft hij mee om in alle harmonie en eenheid samen te werken aan de ontwikkeling van het land waarbij vooral nimmer getornd moet worden aan het basisrecht jegens elkaar.

Asha Gajadien-Bhagwat