Woensdag 23 januari 2019

# 2 VT Monsels, In memoriam, John LieveldOp 27 december 2018 overleed de meestal als atletiektrainer bekende Surinamer John Lieveld. Hij besteedde de recente jaren van zijn leven aan het vestleggen van zaken binnen het sporttrainersvak in Nederland en in Suriname. Historisch zal blijken dat Lieveld een grote invloed heeft gehad op het sportgebeuren in zowel Suriname als Nederland. Hij vertrok in 1967 naar Europa voor studie aan de Nederlandse sportacademie in Den Haag. Het was in de tijd toen er vrijwel geen sporters met Surinaamse roots in de Nederlandse topsport actief waren. Toen hij na afronding van zijn studie naar Suriname terugkeerde, was dat beeld radicaal veranderd, mede door zijn inbreng. Het Nederlandse voetbalelftal dat in 1974 in de finale van het wereldkampioenschap voetbal speelde in Duitsland, had geen enkele speler van gemengd bloed, alleen maar blanken. Bij het Europese voetbaltoernooi van landenteams in september 2018 was er een situatie waarbij er in de laatste 20 minuten van een bepaalde wedstrijd niet minder dan acht spelers van gemengd bloed, voor het gemak vaker zwarte spelers genoemd, op het veld stonden voor Nederland. Deze ommekeer is eind zestiger jaren van de vorige eeuw begonnen, niet bij het voetballen, maar bij de atletieksport, waar Lieveld specialist in was als trainer, zowel in Suriname als in Nederland. Toen Frankrijk in de zestiger jaren van de vorige eeuw de eerst zwarte 100 meter sprint kampioen voortbracht in de persoon van Roger Bambuck uit het Franse Overzeese gebiedsdeel Martinique, werd het duidelijk dat het in Nederland ook zou gebeuren, met atleten uit het overzeese deel van het Koninkrijk der Nederlanden. John trainde meerdere Surinaamse atleten en een aantal daarvan is in die periode werkelijk in Nederland meervoudig Nederlands hardloopkampioen geworden. Ik, Eddy Monsels, ben er trots op dankzij John, deel te zijn geweest van die eerste groep van 1966 tot 1975.
Ik leerde John kennen in 1965 op de Algemene Middelbare School, de AMS. bij de voorbereiding van een jaarlijks terugkerend sporttoernooi van de AMS tegen de Kweekschool. Ik speelde in het AMS voetbalelftal. Na het fluitsignaal bij de rust van een trainingswedstrijd liep ik van het veld en zag een aantal andere AMS-ers met bijzondere sportschoenen met lange punten die rare metalen en houten blokken in het veld vastzetten. Ik vroeg wat ze deden en John Lieveld legde mij uit dat het ouderwetse startblokken waren voor de AMS selectie voor de 100 meter sprint. Ik vroeg of ik ook kon meedoen op mijn blote voeten, en het mocht van John wel. Hij leek mij nog niet erg serieus te nemen. Ik won echter op blote voeten die allereerste 100 meter race van mijn leven met en tegen John en zijn vijf serieuze makkers. Lieveld was stomverbaasd, en vroeg mij of ik lid wilde worden van zijn atletiek vereniging Gazelle. Hij vroeg mij of ik ook voor de AMS tegen de Kweekschool wilde lopen, en ik zei natuurlijk ja. Op de wedstrijddag was er nog geen voetbal, dus ik was nog niet warm gelopen bij de start. John adviseerde mij, neen, hij droeg mij op, om warm te lopen, omdat sprinten zonder dat de spieren waren doorbloed, uitgerekt en warmgelopen, niet optimaal was. Ik luisterde met een half oor naar zijn lange fysiologische verhaal, en dacht dat hij mij vroeg om warm te lopen, zodat ik vermoeid zou raken, waardoor hij mij in de wedstrijd zou kunnen verslaan. Ik liep uit beleefdheid wel een rondje om het veld. In de wedstrijd werd ik zonder goed te zijn opgewarmd grandioos verslagen door de overige lopers, inclusief John. Het was de enige keer dat John een 100 meter van mij won, en hij heeft mij daar zijn leven lang tot in 2017 er aan herinnerd. Ik begreep toen in 1965 dat ik mij beter door een deskundige als John kon laten begeleiden, en dat leverde wel resultaten op. Twee jaren later was ik Surinaams jeugdkampioen op de 100 meter. Drie jaren later was ik 100 meter jeugd kampioen van het Koninkrijk der Nederlanden, en vier jaren later algemeen seniorkampioen van Nederland. Ik ging kort daarna op voordracht van Premier Pengel voor Suriname naar de Olympische Spelen van Mexico in 1968 na overleg met John. Ik Nederland had ik goed contact met John die op de sportacademie was, dicht bij de stad waar ik ook studeerde. Mijn eerste kampioenschap 100 meter in Nederland op 2 augustus 1968, dankzij John ,had grote gevolgen. Ik behaalde later zes kampioenschappen. Vele zwarte jongeren begrepen dat zij dat ook zouden moeten kunnen en het Nederlandse kampioenschap voor 100 meter sprint is in de afgelopen vijftig jaren verreweg meer door gemende sprinters binnengehaald dan door blanke Nederlanders. Groten qua aantal kampioenschappen waren daarbij Sammy Monsels, mijn jongere broer die mij gewoon opvolgde, en ook langer in Nederland verbleef, met meer dan 20 kampioenschappen, Heerenveen en Martina uit de Nederlandse Antillen. In Europa verspreidde het “zwarte sportvirus” zich daarna snel, en in vrijwel alle Europese landen hebben de betrekkelijk kleine groepen allochtone, gemengde Europeanen een relatief grote invloed op het sportgebeuren in hun land verkregen. Met de doorbraak van de hardlopers kregen ook deelnemers aan andere sporten de motivatie om het te proberen en zich optimaal in te zetten. De namen van Ruud Gullit, Frank Rijkaard, Edgar Davids, en Clarence Seedorf spreken boekdelen. Kleurlingen bleken in tegenstelling tot wat hen was voorgehouden en wat ze soms ook zelf dachten, ook te kunnen zwemmen, zoals Anthony Nesty en Enith Brigitha. Ook bij turnen en ijsschaatsen blinken ze recentelijk uit. John was er van overtuigd dat bij de juiste aanpak van de training veel meer personen uit alle etnische geledingen tot topprestaties zouden kunnen komen. De benadering in delen van zijn academisch proefschrift geeft dat aan. John was zelf een goede atleet, maar geen echte topatleet. De internationale sportgemeenschap plukt nu wel de vruchten van zijn kleine beperkingen als sportman, want door de kleine sportieve beperkingen van deze ene sportman heeft hij vele sporters gemotiveerd. Hij verdiepte zich in de ware achtergrond van sportprestaties, en kon daardoor de zwakke plekken bij hem zelf ontdekken, waardoor hij die van vele andere veel betere en ook veel slechtere atleten sneller kon ontdekken en corrigeren. Hoeveel topvoetballers zijn als trainer mislukt door hun grote talent, waardoor ze veel acties van nature automatisch goed deden, maar het niet aan de spelers konden overbrengen. De trainers van middelbaar getalenteerd niveau moesten gaan door veel aspecten, en konden die aan veel sportmensen overbrengen op het veld, maar ook via het geschreven woord in een academisch proefschrift, zoals John dat gedaan heeft. Sportprestaties worden door het publiek na enkele of meerdere jaren vergeten. Wetenschappelijk vastgelegde gegevens zullen ook lang na het heengaan van de betreffende wetenschapper beschikbaar, actueel en inzetbaar zijn. John heeft ook daarin bijgedragen.
Daarom John Lieveld, namens een grote groep Surinaamse, Nederlandse en Surinaams-Nederlandse sporters: Thanks voor het werk als trainer en motivator. Namens een kleinere selecte groep: Thanks voor de niet aan tijd of plaats gebonden wetenschappelijke bijdrage voor de internationale sport.

John, Rust in vrede….

Drs. Eddy Monsels