Woensdag 22 mei 2019

In de media is een heel interessant artikel geschreven waarin de burgers opmerken dat de werkers in de private sector er heel beroerd aan toe zijn vergeleken met de werknemers in de overheid. Er zijn tussen de 40.000 en de 50.000 burgers werkzaam bij de overheid. Drie tot viermaal van dit aantal is werkzaam in de private sector. De werkers hebben in het hele land te maken gehad met een teruglopen van de lonen door het omhoog gaan van de prijzen van de goederen en diensten. Dat komt door de koersstijging die ingetreden is na de verkiezing van 2015. Aangezien bijna alles een importcomponent heeft in Suriname, gaan bij een koersstijging al gauw ook de prijzen in de winkels stijgen. Met het loon kan dan minder gekocht worden. Ondernemers hebben bijna over de gehele breedte hun prijzen aangepast, maar de lonen zijn niet omhoog gegaan. Dat betekent dat deze ondernemers besparen op de koersstijging. Prijzen van goederen en diensten zijn omhoog gegaan, maar de hoogte van de lonen is niet noemenswaardig gestegen. Daar waar de werknemers in de private sector verenigd zijn, kunnen ze via collectieve onderhandelingen hogere lonen afdingen. De bonden en de cao’s spelen daarbij een grote rol. Dit is slechts het geval in een heel klein aantal bedrijven, niet veel meer dan 1% van het aantal bedrijven. De rest is niet in staat om op te komen voor hogere lonen. Er zijn in de afgelopen periode veel gedaan aan vernieuwing van de arbeidswetten. Dat komt aan de orde in de verschillende seminars die worden gehouden rond 1 mei, maar tegelijk wordt een bezorgd geluid geuit met betrekking tot de handhaving. Deze bezorgdheid wordt geuit op verschillende fora van verschillende doelgroepen.
Er is geklaagd in de media over de houding van de werkgevers. Het bedrijfsleven zou in de afgelopen 10 jaar vrijwel niets gedaan hebben voor de werknemers. Behalve de lonen die achterlopen, zou de private sector hebben aangegeven en volgehouden dat zij niet in staat is om haar aandeel in het pensioenfonds op te brengen. Dat betekent dus dat de pensioenen niet worden gestort door alle werkgevers. Dat betekent dat een aantal werknemers in problemen zal komen als ze hun pensioen moeten ontvangen. Want de pensioenpremies zouden naar verluidt niet worden gestort. Het minimumloon zou ook teveel zijn voor het bedrijfsleven. Er is vanuit enkele hoeken ook bezwaar tegen de Bazo. Werkgevers zouden de werknemers sturen naar Sociale Zaken om een gratis kaart te verkrijgen. In de informele sector zouden de premies en de verzekeringen ook niet worden gesloten. Werkgevers moeten dus echt gedwongen worden om te voldoen aan de wetgeving. Werknemers zijn bang om hun werkgevers aan te brengen. Er is geen vertrouwen in de inspectie. De dienst zelf onderneemt ook geen poging om deze geluiden te ontkrachten. Vanuit de dienst zelf zijn ook geen bewegingen te zien die protesteren tegen het geklaag dat er is tegen de dienst. We hebben bijvoorbeeld bij RGB gezien dat de bevoegde autoriteiten hebben bekend gemaakt dat er geen bemiddelingsgelden en tyuku’s moeten worden betaald. Dat illustreert dus de kwetsbare positie waarin de werknemers in de private sector zitten. Aan de ene kant onwillige en malafide werkgevers, aan de andere kant een heel zwak handhavingssysteem. Aan alles ligt ten grondslag de rangschikking van Suriname op de corruptieperceptie-index. Maar het moet ook gezegd worden dat er onder de werkgevers in private sector ook heel goede tussen zitten. Het klopt wel dat de ambtenaren onder de werkers het iets beter hebben. Ze hebben in enkele tranches een loonsverhoging doorgevoerd gekregen. De twk’s worden nu ook betaald. De werkgever in de publieke sector is dus zijn werknemers tegemoet gekomen en is de koopkracht enigszins hersteld. De werkomstandigheden bij lanti zijn niet ideaal, maar er is ook geen grote werkdruk. De arbeidsproductiviteit is laag gebleven. Er zijn luilakken die zogenaamd geen ervaring hebben en niet goed zijn in het uitvoeren van bepaalde werkzaamheden. Of er wordt geklaagd over de arbeidsomstandigheden. Bij bedrijven worden de mensen in dienst genomen niet uit sociale overwegingen, maar puur vanwege een noodzaak om goederen of diensten te leveren. Bij de overheid worden er andere overwegingen gehanteerd om mensen in dienst te nemen. Veel mensen worden geholpen aan een baan, terwijl de overheidsdienst deze mensen niet nodig heeft. Aan de andere kant is er geen dankbare houding te zien bij de mensen die in dienst worden genomen. Het aantal mensen bij de overheid neemt toe, maar de dienstverlening blijft op hetzelfde niveau. Veel ambtenaren die niets te doen hebben, moeten nu ingezet worden in de productieve sfeer en in de sociale sfeer. Bij de herdenking van 1 mei morgen constateren we dus dat er aan de houding van werkgevers in de private sector nog veel moet veranderen. Daarbij moeten de verschillende bedrijfslevenorganisaties in Suriname een rol gaan spelen op het gebied van de begeleiding en de opvoeding, zodat we meer goede werkgevers krijgen die bereid zijn om met de werknemers om de tafel te gaan.