Kleingeld zonder waarde, maar niet zonder betekenis

Advertisement

Op een warme middag in Paramaribo stapt Goli  uit een taxi bij de Centrale Markt. Hij betaalt en krijgt een paar SRD-munten terug. Zonder na te denken stopt hij ze in zijn zak. Later, bij een winkel aan de Waterkant, haalt hij zijn portemonnee tevoorschijn. De munten blijven onaangeroerd. “Laat maar”, zegt hij tegen de kassier, terwijl hij afrondt met een biljet. De munten voelen voor hem als iets kleins, bijna zonder nut.

Dit gedrag is niet uitzonderlijk. In veel huishoudens in Suriname ligt kleingeld verspreid: in potjes, laden of onder bankkussens. Economisch gezien is dit te verklaren. Door inflatie daalt de koopkracht van kleine munten. Wat vroeger voldoende was voor een brood of busrit, dekt nu nauwelijks een fractie daarvan. Tegelijk kost het tijd om munten te tellen, te bewaren en te gebruiken. Die tijd wordt vaak als waardevoller ervaren dan de munt zelf.

Bij een warung in Blauwgrond zie je hetzelfde patroon. Klanten betalen met briefgeld of digitaal, terwijl een bakje met munten naast de kassa nauwelijks wordt aangeraakt. De eigenaar gebruikt het vooral om af te ronden, niet als actief betaalmiddel. Het gevolg is dat munten steeds minder circuleren, terwijl ze formeel nog steeds wettig betaalmiddel zijn.

Toch is het idee dat kleingeld “waardeloos” is economisch onjuist. Wanneer kleine bedragen zich opstapelen, vertegenwoordigen ze wel degelijk waarde. Tientallen huishoudens met ongebruikt kleingeld betekent op macro-niveau dat geld tijdelijk uit circulatie verdwijnt. Dat beïnvloedt indirect het gebruik van contant geld in de economie.

De situatie laat een duidelijke verschuiving zien: waarde wordt niet alleen bepaald door nominale prijs, maar ook door gebruiksgemak en tijd. Wat fysiek geld blijft, wordt mentaal steeds minder als geld ervaren.

Advertisement
error: Kopiëren mag niet!