In januari 2026 escaleerde de situatie bij de goudmijn van Zijin Mining, de Rosebel. Boze illegale goudzoekers vielen het terrein binnen, staken voertuigen en installaties in brand en richtten zware schade aan. De overheid bevestigde een verlies van ongeveer 12,5 miljoen Amerikaanse dollar. Tijdens het geweld kwam een Surinamer om het leven. Ministers noemden het incident ernstig en onaanvaardbaar, en veiligheid werd plots “topprioriteit”.
Daarna werd het stil.
Er volgde geen zichtbaar diepgaand onderzoek dat publiek werd uitgelegd. Geen duidelijke vervolging van verantwoordelijken. Geen structurele aanpak van illegale mijnbouw. Wat overbleef was een kort moment van verontwaardiging, gevolgd door bestuurlijke stilte. Dat patroon is niet nieuw, maar in dit geval riskant.
Volgens gangbare inzichten binnen criminologie werkt het ontbreken van handhaving als een signaal. Wanneer geweld en vernieling zonder consequenties blijven, ontstaat het idee dat regels onderhandelbaar zijn. Dat vergroot de kans op herhaling. Illegale groepen worden brutaler, beter georganiseerd en moeilijker te controleren.
De staat verliest stap voor stap gezag in gebieden waar juist controle essentieel is.
De gevolgen reiken verder dan alleen veiligheid. Investeerders zien instabiliteit en trekken zich terug of eisen hogere risicovergoedingen. Lokale gemeenschappen blijven achter in onzekerheid, zonder bescherming of perspectief. Jongeren in deze gebieden zien dat illegale activiteiten soms sneller resultaat opleveren dan legale arbeid, wat de cyclus versterkt.
De kern van het probleem ligt niet alleen bij de daders, maar bij wat daarna uitblijft. Zonder zichtbare rechtshandhaving, transparantie en een plan voor structurele controle verandert een incident in een precedent.
De vraag is niet of het opnieuw gebeurt, maar wanneer en op welke schaal. Zonder ingrijpen verschuift de norm: van uitzondering naar gewoonte.
