De strafzaak SPSB (Surinaamse Postspaarbank) fase 2 heeft tijdens de meest recente zitting van woensdag 15 april voor opschudding gezorgd, nadat nieuwe details naar voren kwamen over de wijze waarop een van de verdachten eerder door de politie is verhoord. De zaak richt zich onder meer op de persoon en de rechtspersoon, waarvan P.B. directeur is. De rechter maakte aan het begin van de zitting duidelijk dat P.B. in beide hoedanigheden zou worden verhoord: zowel als natuurlijk persoon als in zijn functie van directeur van het bedrijf.
Nadat rechter Ishwardat Sonai zijn vragen had gesteld, kwam Officier van Justitie Roline Gravenbeek aan de beurt waarbij werd ingegaan op de financiële aspecten van de projecten die centraal staan in het onderzoek. Het verloop van de zitting kreeg echter een onverwachte wending toen de verdediging het woord kreeg.
Tijdens het verhoor door de advocaat van PB, Chandra Algoe, kwam naar voren dat P.B. in een eerder stadium door de politie niet als verdachte, maar als getuige zou zijn gehoord. Volgens de verklaring die tijdens de zitting werd besproken, zou hem toen gevraagd zijn om toelichting te geven op de besteding van contractueel gedeclareerde bedragen. De advocaat stelde dat deze verklaringen, die aanvankelijk onder de status van getuige zouden zijn afgelegd, later tegen P.B. zijn gebruikt om hem als verdachte aan te merken. Deze gang van zaken riep vragen op over de rechtspositie van de verdachte en de wijze waarop het opsporingsonderzoek is uitgevoerd.
Daarnaast kwam ook het rapport Boksteen van de deskundige onder vuur te liggen. Lothar Boksteen, een civiel technisch ingenieur, heeft in het kader van het onderzoek een analyse gemaakt van de betrokken projecten. Tijdens de zitting werd echter duidelijk dat hij geen fysieke metingen of veldopnames heeft verricht. Volgens zijn eigen verklaring baseerde Boksteen zich op beschikbare documenten, die bovendien niet volledig zouden zijn geweest volgens hem. Hij gaf aan dat hij geen volledige stukken van de politie heeft ontvangen en evenmin gesprekken heeft gevoerd met de aannemer of de opdrachtgever. Ondanks deze beperkingen heeft hij wel een financiële analyse uitgevoerd, hetgeen door de verdediging kritisch werd bevraagd. Algoe vroeg zich af waarom een civieltechnisch ingenieur zich als accountant opstelt, maar het civieltechnisch gedeelte nauwelijks uitvoert.
De advocaat suggereerde dat het ontbreken van een volledige feitelijke onderbouwing de betrouwbaarheid van het rapport zou kunnen aantasten. De rol en waarde van dit deskundigenrapport zullen naar verwachting een belangrijk punt van discussie blijven in het verdere verloop van de zaak.
Een ander opvallend moment tijdens de zitting betrof een vraag van de advocaat aan P.B. over vermeende druk die op hem werd gevoerd tijdens het gerechtelijk vooronderzoek. De verdachte werd gevraagd of het juist is dat hij herhaaldelijk zou zijn bedreigd met detentie, indien hij zich niet bereid verklaarde geen bedrag terug te betalen. Deze suggestie van mogelijke intimidatie werd niet verder uitgewerkt tijdens de zitting, maar kan mogelijk in een later stadium nader worden onderzocht.
Aan het einde van de zitting besloot de rechter de behandeling van de zaak te verdagen. De voortzetting staat gepland op dinsdag 29 april om 09.00 uur. Tijdens die zitting zullen onder andere Ginmardo Kromosoeto en Anwar Hassankhan worden verhoord.
De SPSB fase 2-zaak blijft daarmee een van de meest spraakmakende strafzaken van dit moment in Suriname, waarbij zowel procedurele kwesties als de inhoudelijke beoordeling van bewijsstukken centraal staan. De komende zittingsdag zal naar verwachting meer duidelijkheid moeten brengen over de feiten en de rol van de verschillende betrokkenen.
