De Mennonieten. Voor sommigen: boeren. Voor anderen: wandelende kettingzagen met bijbels. In Suriname zijn ze plots het nieuwste kwaad, nog net geen apocalyps op klompen. Want ja, ze kappen bomen. Schokkend. Alsof rijst groeit op asfalt en kippen uit beton kruipen.
Wie zijn die Mennonieten eigenlijk? Simpel. Mensen die werken. Hard. Stil. Zonder praatprogramma’s, zonder hashtags, zonder subsidieaanvragen met emotionele powerpoint. Ze ploegen, zaaien en oogsten. Resultaat: voedsel. Niet opinies. Niet protestborden. Voedsel.
Maar dat is precies het probleem. Want voedsel levert geen likes op.
Enter: de professionele activist. Gewapend met dronebeelden, slogans en een mysterieuze sponsor die nooit zichtbaar is, maar altijd betaalt. Ontbossing! Klimaat! Paniek! Terwijl hij zijn koffie drinkt uit een plastic beker en een laptop gebruikt die meer bos heeft gekost dan een hectare cassaveveld.
Grote landbouw? Export? Deviezen? Nee, dat is eng. Dat is “kapitalisme”. Beter blijven we arm, maar groen. Een perfect jungle museum, waar toeristen foto’s maken van een volk dat geen geld heeft om rijst te kopen.
De logica is briljant. Bomen mogen blijven staan, mensen mogen verhongeren. Want natuur heeft rechten, maar de boer blijkbaar niet.
Ondertussen kijkt de investeerder. Hij ziet protest, blokkades en morele hysterie. Hij draait zich om. Gaat naar Brazilië. Of Guyana. Daar groeien niet alleen bomen, maar ook economieën.
En Suriname? Dat krijgt een certificaat: “Beste land in stilstand.”
De mennoniet ploegt door. De activist tweet door. De regering kijkt toe. En de burger? Die betaalt.
Conclusie: als we zo doorgaan, exporteren we straks geen landbouwproducten, maar alleen nog lucht. Gelukkig volledig CO₂-neutraal.
