De tranen zijn nog nat, maar de messen al geslepen. In het kamp van de VHP wordt rouw gemengd met rekenwerk. Niet over verlies, maar over stoelen. Wie zit waar. Wie schuift op. Wie duwt wie van de trap.
De voorzitter is nog niet eens koud of de vervanger staat al warm te draaien. Tijdelijke leider, permanente ambitie. Hij zegt dat hij geen uitdaging uit de weg gaat. Vertaling: de stoel staat al gemeten in zijn woonkamer. Bloeddruk? Niet nodig. Macht werkt beter dan adrenaline.
Binnen de partij klinkt stilte. Geen rust. Geen respect. Gewoon strategische stilte. Iedereen kijkt. Iedereen telt. Iedereen wacht tot iemand struikelt. Dan springen ze. Politiek als jungle, maar met nette pakken en dure woorden.
De olifant staat stil. Groot. Zwaar. Indrukwekkend. Maar zonder richting. En achter die olifant lopen tientallen kleine olifantjes. Allemaal met dezelfde droom: zelf voorop lopen. Probleem: te veel koppen, geen ruggengraat.
Vergelijkingen met het verleden worden uit de kast gehaald. Lachmon dit, Lachmon dat. Maar toen waren er opvolgers. Reservebanden. Nu? Lege kofferruimte. Santokhi hield alles dicht. Geen tweede man. Geen derde lijn. Alleen één gezicht. Dat gezicht is weg. En nu kijkt iedereen elkaar aan als passagiers zonder piloot.
De partij zegt dat ze niet zal breken. Natuurlijk niet. Macht breekt niet, macht verschuift. Ze vinden elkaar altijd. Niet uit loyaliteit. Uit noodzaak. Stoelen moeten gevuld. Voordelen moeten verdeeld. Ideologie? Die ligt ergens onder de tafel, tussen vergeten beloftes en oude slogans.
De olifant zal niet vallen. Maar hij loopt straks scheef. Mank. En toch blijft hij vooruitgaan, omdat niemand durft te zeggen dat hij de weg kwijt is.
Conclusie: in de politiek sterft een leider, maar de honger leeft langer.
