Aspirant-agent ligt dood. Niet door pech. Niet door misverstand. Door kogels. In het Lawa-gebied. Waar de staat alleen op papier bestaat en criminelen wel degelijk een regering hebben: hun eigen.
Jarenlang hetzelfde verhaal. “We weten dat er zwaarbewapende criminelen zijn.” Ja, dat weten ze. Net zoals iedereen weet dat regen nat is. Alleen doet regen tenminste nog iets.
De president waarschuwde ooit. Mooi. Waarschuwen is gratis. Actie kost moeite.
Ondertussen zitten militairen in de kazerne te wachten op een oorlog die nooit komt. Buiten is het rustig. Binnen wordt er geschoten. Logica: nul.
In Colombia werd het leger ingezet tegen guerrilla’s. Hard, chaotisch, maar niet met een persbericht. In El Salvador gooide de staat duizenden bendeleden in gevangenissen zonder eerst een seminar te organiseren. In Mexico patrouilleert het leger tegen kartels, omdat politie alleen niet genoeg is.
En hier? Hier vergaderen ze.
Criminelen lopen rond met wapens alsof het speelgoed is. De staat loopt rond met verklaringen alsof het beleid is.
“Onderzoek loopt.” Natuurlijk. Onderzoek loopt altijd. Criminelen rennen.
“Wij veroordelen.” Ook mooi. Veroordelen zonder ingrijpen is als blaffen zonder tanden.
Het achterland is geen mysterie. Het is een open deur met een bord: “Welkom, wie durft.”
De vraag is niet of de regering verantwoordelijk is. De vraag is: waarvoor is ze anders verantwoordelijk?
Een dode agent. Een bekende dreiging. Geen actie. Dat is geen toeval. Dat is beleid in slow motion.
Misschien is dit het echte veiligheidsplan: wachten tot iedereen dood is. Dan is het probleem opgelost.
Efficiënt. Stil. Definitief.
