Initiatiefwetgeving en de ondermijning van het Surinaamse rechtsstatelijk evenwicht

De recent ingediende initiatiefvoorstellen tot wijziging van de inrichting, samenstelling en rechtspositie van de rechterlijke macht, alsmede voorstellen tot aanpassing van de Grondwet, roepen fundamentele vragen op over hun plaats binnen het Surinaamse staatsbestel. Niet omdat hervorming per definitie onwenselijk is, maar omdat de aard, timing en samenhang van deze voorstellen structureel wringen met de logica van de rechtsstaat zoals die in Suriname is vormgegeven. De kern van het probleem ligt niet in één afzonderlijke wijziging, maar in het cumulatieve effect van ingrepen die de delicate balans tussen de machten verschuiven.

Het Surinaamse rechtssysteem is gebaseerd op het trias politica-principe, waarin wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht elkaar begrenzen via checks and balances. De voorstellen met betrekking tot termijnen voor advisering door het Hof van Justitie en de mogelijkheid voor de regering om bij uitblijven van advies zelfstandig tot benoeming over te gaan, lijken op het eerste gezicht administratief van aard. In werkelijkheid raken zij aan de institutionele autonomie van de rechterlijke macht. Door een vaste termijn te stellen en het uitblijven van advies te sanctioneren met een eenzijdige regeringsbevoegdheid, wordt het adviserende karakter van het Hof functioneel uitgehold. Daarmee verschuift het zwaartepunt van benoemingen impliciet richting de uitvoerende macht

Een vergelijkbare spanning is zichtbaar in het voorstel tot wijziging van de rechtspositie van de rechterlijke macht, met name waar het gaat om benoeming voor het leven en pensioenleeftijden van sleutelposities zoals de procureur-generaal. Hoewel continuïteit en stabiliteit legitieme argumenten zijn, ontstaat het risico van verregaande personalisering van instituties. In een klein staatsbestel als dat van Suriname kan dit leiden tot institutionele verstarring, waarbij machtsposities minder corrigeerbaar worden door democratische of juridische tegenkrachten

Het meest ingrijpend zijn echter de voorstellen tot wijziging van de Grondwet, waarin de structuur van de rechterlijke macht fundamenteel wordt hertekend door de introductie van een Hoge Raad als hoogste cassatie-instantie en de herdefiniëring van het Hof van Justitie. Dergelijke wijzigingen vergen normaal gesproken een breed maatschappelijk en institutioneel debat, juist omdat zij de architectuur van de rechtsstaat raken. De initiatiefvoorstellen presenteren deze herstructurering echter als een technisch-juridische correctie, terwijl zij in feite een machtsverschuiving behelzen die directe gevolgen heeft voor rechtsbescherming, rechtszekerheid en democratische controle

Daarachter schuilt een dieper liggend vraagstuk: de motieven van de initiatiefnemers. De bundeling van meerdere voorstellen, ingediend in korte tijd en door grotendeels dezelfde groep, wekt de indruk van een gecoördineerde hertekening van het rechtsstatelijk landschap. Transparantie over de beleidsmatige en politieke doelstellingen ontbreekt grotendeels. Dit voedt het wantrouwen dat deze initiatieven niet primair zijn ingegeven door institutionele noodzaak, maar door strategische overwegingen rond macht, invloed en toekomstige rechts positionering.

De democratie leunt op een rechtvaardig rechtssysteem dat niet alleen onafhankelijk is, maar ook zo wordt ervaren. Wanneer grondwettelijke en wettelijke wijzigingen de indruk wekken dat spelregels worden aangepast door en voor een beperkte kring, ondermijnt dat het vertrouwen van burgers in de neutraliteit van de staat. Dat gevaar is reëel wanneer hervormingen van deze omvang plaatsvinden zonder brede consultatie van de rechterlijke macht zelf, de juridische beroepsgroepen en de samenleving.

Hervorming van het rechtssysteem is geen taboe, maar vereist institutionele bescheidenheid en procedurele zorgvuldigheid. 

In het Surinaamse systeem passen geen ingrepen die de balans tussen de machten versneld en eenzijdig herschikken. Het echte mysterie rond deze initiatieven is niet hun juridische formulering, maar de vraag waarom juist nu, op deze wijze en met deze samenhang wordt gekozen voor een koers die het fundament van de rechtsstaat onder spanning zet. Dat is een vraag die om politieke en maatschappelijke verantwoording vraagt, niet slechts om parlementaire behandeling 

error: Kopiëren mag niet!