Wet Terugroeping in contrast met democratische volwassenwording

Tijdens de democratiemaand in november wordt door Surinaamse organisaties regulier aandacht besteed aan de staat van de democratie in Suriname. Tijdens een dezer activiteiten is gepubliceerd dat uit een internationaal serieus genomen rangschikking van de ‘The Economist Intelligence Unit’ – een onderdeel van de nieuws- en analysebron The Economist – Suriname  niet gezien wordt als een volwaardige democratie, maar als een ‘flawed democracy’, met een aantal andere soortgelijke landen overigens. Toen hetzelfde gezegd werd over India voelde de natie in dat land zich diep in haar ziel aangetast; dat bleek uit de grote koppen in het nieuws waarin de constatering vol ongeloof door de media werd neergekwakt. De grootste democratie in de wereld, hoe kon men durven om over haar zoiets te constateren. Het was kwetsend voor het collectief eergevoel van India, maar hoe kwetsend is deze constatering geweest voor Suriname? Het heeft de grote krantenkoppen niet gehaald. We scoorden overall in 2011 een 6.65 met een 5.0 voor ‘politieke cultuur’. Toch blijven we ook onder deze constellatie, die vaker wordt aangeduid als autocratisch, zweren bij de Surinaamse rechtsstaat. We blijven zweren bij de soevereine wil van het volk en we blijven politiek streven naar de subjectief echte democratie. Dit onderwerp is nu actueel vanwege de terugroeping van 2 DNA-leden, die rechtens door de politieke partij die hun heeft gekandideerd tot DNA-lid-kandidaat, zijn teruggeroepen. De Wet Terugroeping Volksvertegenwoordigers (WTV) dateert van 22 februari 2005. Dit is enkele maanden voordat het Nieuw Front een regeertermijn zou beëindigen en zou streven naar een voortzetting middels verkiezingen in mei 2005, nadat in de voorgaande regeerperiode 5 DNA-leden de oversteek deden naar de traditionele oppositie, de NDP. De WTV refereert aan de Grondwet (art. 68 lid 1 onder c) en de Wet Regionale Organen (art. 20 lid 1 onder c). Het betreffende artikel in de Grondwet bepaalt dat het lidmaatschap van De Nationale Assemblée eindigt door o.a. terugroeping van het lid op de wijze bij wet te bepalen. De Wet Regionale Organen bepaalt hetzelfde, maar nu voor het ressortraadslid. De terugroeping op de wijze bij wet te bepalen, is geregeld in de WTV. Waarom de WTV – gepusht door de VHP – is aangenomen, moet blijken in de memorie van toelichting. Wat de situatie is waartegen de wet voorzieningen zal treffen, wordt wel in de wet genoemd. De makers van de WTV laten het echter na om gefundeerd een waardeoordeel te verbinden aan de situatie waartegen de wet is gemaakt. Dat maakt dat deze wet voor degene die het juridisch bestudeert, een compleet raadsel is en inderdaad vanwege de timing over zal komen als gelegenheidswetgeving, waarbij misbruik wordt gemaakt van een meerderheid in DNA en waarbij helemaal wordt nagelaten de wet constitutioneel in te bedden. Met dat laatste wordt bedoeld dat compleet wordt nagelaten om de wet in het kader te plaatsen van individuele (en collectieve) burger- en politieke rechten die verankerd zijn in onze eigen Grondwet, zoals vrijheid van vereniging en vergadering, politieke participatie, vrijheid van meningsuiting en de rechten en bevoegdheden van gekozen volksvertegenwoordigers. In de toelichting wordt in het geheel nagelaten om een poging te wagen om aannemelijk te maken dat deze wet geen bezwaarlijke inperking is van andere onbetwist erkende burger- en politieke rechten. De wet is kenmerkend voor de simplistische wijze en de oppervlakkigheid waarmee de betreffende politieke partij zaken heeft gedaan in DNA en in de eigen gelederen. De situatie die in de toelichting wordt geschetst, is dat ‘het wel eens is voorgekomen dat DNA-leden, na onenigheid binnen hun politieke partij of combinatie, uit deze partij of combinatie traden en naar een andere politieke partij of combinatie stappen of een eenmansfractie in De Nationale Assemblee vormen.’ Er wordt wel heel kort gezegd dat ‘dit laatste’ (waarschijnlijk het vormen van een eenmansfractie met eigen naam) in strijd is met de Kiesregeling en het Decreet Politieke Organisaties. Wat die strijdigheid precies inhoudt, wordt in een zo ingrijpende wet nagelaten om uit te leggen, dat mogen u en wij gaan uitzoeken. Over het ‘naar een andere politieke partij of combinatie stappen’ wordt niets gezegd, niets eens oppervlakkig dat het in strijd is met een beginsel of de geest van een wetsbepaling uit de grondwet. De WTV is een demonstratie van macht, met als doel toekomstige kandidaat-vertegenwoordigers van de VHP, dus de eigen mensen, angst in te boezemen in de zin van: ‘als je wil mag je ‘stappen’, dan roepen we je terug omdat wij dat willen’. Aan de WTV is geen touw vast te knopen, het valt niet in te passen in het staatsbestel. Onderkend moet wel worden dat terugroeping wordt genoemd in de Grondwet en de Wet RO, maar dat de gronden niet direct zijn genoemd. De directe motieven van de wetgever zijn niet direct af te leiden, echter is het wel zo dat het nooit de bedoeling kan zijn geweest dat van die ruimte in de Grondwet gebruik wordt gemaakt om inbreuk te maken op andere grondrechten vastgelegd in de Grondwet. Die bezorgdheid moet een inperkende wet altijd hebben en zich daarover in de toelichting uitlaten. Dat is helemaal niet gebeurd in deze wet, waardoor de kritiek die erop bestaat, gerechtvaardigd is. Opvallend is de toelichting op de limitatieve opsomming van de gronden van terugroeping: royement of elke andere beëindiging van lidmaatschap, overlopen en verlaten van de eigen fractie. ‘De kerngedachte is om volksvertegenwoordigers te noodzaken extra aandacht te besteden aan hun politieke gedragingen c.q. ethische en morele waarden en normen’. De cruciale vraag hier is op basis van welke criteria ‘politieke gedragingen’ te beoordelen. Wat als de criteria van de betreffende politieke partij niet stroken met de wetgeving of onzedelijk zijn of niet in lijn zijn met het grondwettelijk vereiste van een democratisch functioneren van politieke partijen? De vraag is ook over welke ethische en morele waarden en normen men het heeft in de toelichting. Is het de partijcultuur die misschien religieus/cultureel is bepaald, zijn het de waarden en normen van dominante families of hoge kasten die de partij domineren? En wie beoordeelt bij de uitvoering van de wet of ‘politieke gedragingen’ tegen de wet zijn of dat er tegen de ethische en morele waarden en normen’ is gehandeld? Dat is bij de laatste terugroeping niet gebeurd. De WTV is geen serieuze stuk wetgeving. Het platte taalgebruik al met niet gedefinieerde termen als ‘overlopen’ is maar een aanleiding daartoe. Wie de aandrijvers zijn geweest van deze wet zijn bekend. Het zijn personages die vaker met bloeddoorlopen ogen tevergeefs rationeel probeerden te zijn. Dat de politieke constellatie in zijn totaliteit en de betreffende partij geen balans hebben kunnen brengen, is te zien in deze wet die nu is uitgevoerd. De wet is ook een bewijs van het democratische gehalte binnen de betreffende politieke partij(en) zelf. Het is tijd om deze wet in heroverweging te nemen.
 

error: Kopiëren mag niet!