De nabestaanden van de Decembermoorden eisen erkenning, excuses en schadevergoeding. Terecht. Wat in 1982 gebeurde, is een ernstige schending van fundamentele rechten waarvoor de staat verantwoordelijkheid draagt, ook vandaag nog.
Maar terwijl die strijd nog gaande is, is er een andere groep in Suriname die juridisch al verder is, en toch met lege handen staat.
De inheemse en tribale volken hebben namelijk al bindende uitspraken van het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens. In zaken als Saramaka People v. Suriname en Kaliña and Lokono Peoples v. Suriname is vastgesteld dat hun rechten zijn geschonden en dat de staat verplicht is tot compensatie en structureel herstel.
Dat zijn geen adviezen. Dat zijn vonnissen.
En toch gebeurt er vrijwel niets. Geen volledige uitvoering.
Geen structurele erkenning van landrechten. Geen consequent herstel.
Sommige juristen wijzen erop dat internationaal recht wel rechten kan erkennen en schendingen kan vaststellen, maar deze niet zelf kan afdwingen binnen een staat.
Door het beginsel van staatssoevereiniteit ligt de uitvoering uiteindelijk bij diezelfde staat.
Dat verklaart waarom deze vonnissen blijven liggen, maar het maakt de situatie niet minder problematisch. Want het betekent dat een staat, ondanks bindende verplichtingen, in de praktijk kan blijven talmen zonder directe consequenties.
Er wordt daarom wel gesteld dat inheemse gemeenschappen hun strategie kunnen verbreden, bijvoorbeeld door ook ondernemingen aan te spreken die in strijd met deze vonnissen in hun gebieden opereren. Dat kan druk uitoefenen en juridische gevolgen hebben.
Maar ook daar blijft een fundamentele vraag bestaan: kan het probleem echt worden opgelost via bedrijven, als diezelfde bedrijven opereren met toestemming van de staat?
De kern van de verantwoordelijkheid ligt immers waar die juridisch is gelegd: bij de staat zelf. Daarmee komen we terug bij de essentie.
Het probleem is niet dat er geen recht is. Het probleem is dat het recht niet wordt uitgevoerd. En dat maakt de vergelijking met de Decembermoorden onvermijdelijk.
Als Suriname erkent dat ernstig onrecht leidt tot compensatie en verantwoordelijkheid, dan kan dat principe niet selectief worden toegepast.
Waarom groeit er bereidheid om te betalen in de ene zaak, terwijl in de andere zaak, waar al bindende internationale vonnissen liggen, uitvoering uitblijft? Het verschil zit niet in het recht. Het zit in de wil om dat recht toe te passen.
Een rechtsstaat wordt niet alleen gemeten aan de uitspraken die worden gedaan, maar aan de uitspraken die worden uitgevoerd. En daar ligt de echte test voor Suriname. Want recht is geen keuzemenu.
Het is geen systeem waarin de staat bepaalt voor wie gerechtigheid geldt en voor wie niet.
Wie vandaag erkent dat slachtoffers van 1982 recht hebben op herstel, zal morgen ook moeten erkennen dat vonnissen die al jaren bestaan niet genegeerd kunnen worden. Zolang dat niet gebeurt, blijft er één conclusie over: recht zonder uitvoering is geen recht, het is papier.
Earl Gerard Sabajo
