President Jennifer Simons knipt een lint door. Glimlach. Camera’s klikken. Achter haar: een hal vol stands over bouwen, wonen en dromen. Boven de ingang: “Tourism Edition”. Alsof vliegtuigen vrijwillig landen in een land waar het luchtruim op pauze staat.
Buiten wacht geen stroom toeristen. Alleen stilte. En een NOTAM (Notices to Airmen) die zegt: probeer het morgen nog eens.
Binnen verkoopt men luxe resorts op maquettes. Zwembaden glanzen. Palmbomen van plastic wuiven optimistisch. Niemand vraagt hoe gasten daar moeten komen. Misschien per kano. Of parachute zonder verkeersleiding.
De realiteit staat naast de koffiehoek. Onzichtbaar. Onhandig. Personeelstekort. Systemen die uitvallen. Een land dat zichzelf promoot terwijl het eigen toegangspoort dicht is. Marketing zonder infrastructuur. Fantasie zonder landingsbaan.
Een minister noemt het visie. Een bezoeker noemt het humor. Een aannemer noemt het risico. De economie noemt het zelf-sabotage.
“Tourism Edition” klinkt internationaal. Het voelt lokaal. Heel lokaal. Alsof je een restaurant opent zonder keuken, maar wel met een menukaart in vijf talen.
De beurs draait. De speeches echoën. De posters beloven groei.
Alleen de vliegtuigen blijven weg.
