In de straat staat Ramesh. Hij wacht. Niet op werk, maar op beloften. Vijf jaar geleden kreeg hij een t-shirt, een zak rijst en een glimlach. Vandaag krijgt hij opnieuw woorden. Hij knikt, want hij weet hoe het spel werkt. Hij speelt mee, maar hij wint nooit.
Aan de andere kant van de stad zit een man in een gekoelde kamer. Geen partijlogo op zijn muur, alleen contracten. Hij heeft alle kleuren al gesteund. Vandaag rood, morgen groen, overmorgen blauw. Ideologie is voor speeches. Geld is voor beslissingen. Verkiezingen zijn investeringen. Rendement volgt na de uitslag.
Een politiek analist noemt het “structurele afhankelijkheid”. In simpele taal: wie betaalt, bepaalt. Campagnes kosten geld. Veel geld. Dat geld komt niet uit idealen, maar uit belangen. En belangen hebben een prijs. Projecten worden opgezet zonder plan. Budgetten groeien zonder reden. Aanbestedingen gaan naar bekende namen. Niet de beste, maar de juiste.
Ramesh ziet het niet op papier, maar wel in zijn straat. Een weg die na drie maanden weer open ligt. Een brug die nooit afkomt. Een gebouw dat al bij oplevering scheurt. Hij vraagt zich af wie hier beter van wordt. Het antwoord ligt niet in zijn buurt.
Ondertussen vliegen dezelfde gezichten. Niet naar het binnenland, maar naar Miami en de Bahama’s. Daar worden deals gevierd. Geen protest, geen modder, geen kapotte infrastructuur. Alleen winst.
De cirkel is gesloten. De financier betaalt. De politicus levert. De kiezer gelooft. Tot het weer tijd is om opnieuw te geloven.
En Ramesh? Die wacht weer. Niet op verandering. Maar op de volgende belofte die hij al kent.
