Voor kwaliteit betalen? Dan moet je kwaliteit kunnen bewijzen

“Voor kwaliteit moet je betalen”, zei onlangs een NDP-parlementariër, naar aanleiding van het maandsalaris van 130.000 SRD voor leden van De Nationale Assemblee.

Zo’n uitspraak klinkt zelfverzekerd, maar in een land waar de meerderheid van de bevolking elke dag vecht om rond te komen, is ze ook een klap in het gezicht.

Want hoe kun je spreken over ‘kwaliteit’ terwijl de resultaten van de politiek nauwelijks voelbaar zijn?

Wie bepaalt wat kwaliteit is, en, nog belangrijker, wie merkt daar iets van in de praktijk?

Een elitaire redenering in een land in crisis

Op papier lijkt het logisch: wie goede mensen wil aantrekken, moet daarvoor betalen. Maar politiek is geen bedrijf met aandeelhouders en winstdoelen.

De opbrengst van goed bestuur hoort zichtbaar te zijn in beter beleid, minder armoede, meer rechtszekerheid en een betrouwbare overheid. 

Als een DNA-lid zijn hoge schadeloosstelling verdedigt met het argument van eigen kwaliteit, wringt dat pijnlijk met de werkelijkheid van de gewone burger: stijgende kosten, dalende koopkracht, en een politiek die vooral goed lijkt voor wie al binnen zit. “Voor kwaliteit betalen” wordt dan geen principe, maar een elitaire reflex.

De politiek is geen verzorgingshuis

Politieke functies zijn een publieke verantwoordelijkheid, géén persoonlijke verzekering. Toch lijkt voor velen de politiek eerder een springplank naar financiële zekerheid dan een roeping tot dienstbaarheid.

Wie buiten het parlement nooit zulke salarissen zou verdienen, maar via verkiezingen plots een maandelijks bedrag ontvangt dat onbereikbaar is voor de meeste Surinamers, ondermijnt de legitimiteit van het hele stelsel.

Selectieve hervormingsdrang

Opvallend genoeg richt de politieke discussie zich gretig op salarissen van rechters, maar zwijgt zij grotendeels over de vergoedingen van DNA-leden. Waar eigen belangen spelen, verdwijnt hervormingsdrang plots.

Wie écht gelooft dat kwaliteit zijn prijs heeft, moet ook de kwaliteit bezitten om transparant over zijn eigen inkomsten te zijn – zelfs als dat pijn doet aan de eigen portemonnee. Dáár begint geloofwaardigheid.

Draaien na de verkiezingen

De electorale moraal is bekend: vóór de verkiezingen fel tegen privileges, erna mild of zwijgzaam zodra men zelf profiteert. Die draai tast het moreel gezag van de politiek aan. Principes die verdwijnen zodra macht is verworven, laten burgers achter met een bittere conclusie:

dat beloftes niets betekenen wanneer de welvaart van politici vooropstaat.

Kwaliteit vraagt meer dan een hoog salaris

Niemand betwist dat parlementariërs een fatsoenlijk salaris verdienen. Professionaliteit hoort betaald te worden, en een redelijke vergoeding voorkomt corruptie.  Maar wie kwaliteit claimt, moet die kunnen aantonen.

De maatstaf hoort niet in de salarisstrook te staan, maar in de resultaten:

• Is de wetgeving beter en zorgvuldiger geworden?

• Wordt de regering echt onafhankelijk gecontroleerd?

• Wordt armoede bestreden, de rechtsstaat versterkt?

• Is er openheid over neveninkomsten en declaraties?

Zolang de antwoorden daarop negatief zijn, blijft “kwaliteit” slechts een defensieve slogan.

Tijd voor een eerlijk systeem

Suriname heeft niet nog een emotionele discussie nodig, maar structurele hervorming:

1. Onafhankelijke commissie, Laat deskundigen, niet politici zelf, voorstellen doen over vergoedingen van de drie staatsmachten.

2. Koppeling aan de samenleving, Verbind salarissen met mediane inkomens of ambtenarenschalen om de kloof beheersbaar te houden.

3. Volledige transparantie, Publiceer alle vergoedingen, declaraties en nevenfuncties. Burgers mogen weten waar hun belastinggeld naartoe gaat.

4. Verantwoording en prestatie – Koppel maatschappelijke evaluatie aan aanwezigheid en bijdrage aan wetgeving.

Wie zich op kwaliteit beroept, moet die ook kunnen bewijzen.

Respect verdien je, niet met een salarisstrook

Deze discussie draait in wezen om vertrouwen. Zowel politiek als burger weten dat respect niet te koop is. Een hoog salaris zonder integriteit of zichtbare verbetering voelt als verraad aan het volk. 

Wie beweert dat men “voor kwaliteit moet betalen”, moet ook bereid zijn om onder openbaar toezicht te tonen welke kwaliteit wordt geleverd.

Want zolang dat bewijs ontbreekt, is 130.000 SRD per maand niet het loon van kwaliteit, maar het symbool van een kloof die almaar dieper wordt tussen de politieke klasse en het volk dat zij zegt te vertegenwoordigen.

Earl Gerard Sabajo

error: Kopiëren mag niet!