Op 25 maart heeft de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een historische resolutie aangenomen, ingediend door Ghana, waarin de trans-Atlantische slavenhandel wordt bestempeld als “de ergste misdaad tegen de menselijkheid ooit”. De resolutie roept op tot formele erkenning en het starten van gesprekken over herstelbetalingen voor nazaten van tot slaaf gemaakten.
Volgens Armand Zunder, voorzitter van de Nationale Reparatie Commissie Suriname, markeert deze stap een belangrijke ontwikkeling binnen een langer internationaal traject. Hij verwijst daarbij naar de VN-conferentie in Durban in 2001, waar slavernij reeds werd erkend als misdaad tegen de menselijkheid. “Deze resolutie gaat echter een stap verder door het expliciet als de zwaarste vorm van misdaad te kwalificeren”, stelt hij.
De stemming leidde tot verdeeldheid. Terwijl Suriname en voornamelijk Afrikaanse- en alle Caricom-landen met 123 vóór stemden, onthielden 52 landen zich van stemming, waaronder Nederland. Landen als de Verenigde Staten, Israël en Argentinië stemden tegen. Zunder noemt de houding van onthoudende landen “een klap in het gezicht van nazaten van tot slaaf gemaakten”, vooral omdat sommige van deze landen eerder excuses aanboden voor hun slavernijverleden.
Voor Suriname biedt de resolutie nieuwe aanknopingspunten in het debat over herstel en historische rechtvaardigheid. De Nationale Reparatie Commissie wil deze ontwikkeling benutten om het nationale en internationale gesprek te verdiepen. Daarbij pleit Zunder voor actief diplomatiek overleg, waarbij de Surinaamse regering duidelijkheid vraagt over de positie van landen die de resolutie niet steunden.
Daarnaast benadrukt hij het belang van bundeling van lokale en diaspora organisaties en het opzetten van een centraal aangestuurd slavernijdossier. Een eerste stap hierin werd gezet tijdens een discussieavond op 10 april.
Volgens Zunder is samenwerking essentieel om zowel bewustwording te vergroten en concrete fondsen voor herstel te genereren
