Suriname kan geen klimaatrechtvaardigheid eisen zolang het grondenrechten en leefgebieden negeert

Suriname wil internationaal erkend worden als groen voorbeeldland en als pleitbezorger van eerlijke klimaatfinanciering.

Maar die boodschap klinkt hol zolang de staat binnenlands de rechten van inheemse en tribale volken blijft uitstellen, en zolang de schade in het bosgebied zelf niet wordt aangepakt.

Wie om rechtvaardigheid vraagt, moet die eerst thuis zichtbaar maken.

Tijdens de recente consultatiebijeenkomst in Brasília vroeg Suriname opnieuw aandacht voor een eerlijker verdeling van klimaatfinanciering. Aan die bijeenkomst namen vertegenwoordigers deel van ACTO-lidlanden, de Braziliaanse overheid, maatschappelijke organisaties, inheemse groepen en academische instellingen.

Suriname wees daarbij op zijn HFLD-status, wat staat voor High Forest, Low Deforestation: landen met veel bos en weinig ontbossing.

Dat standpunt is op zichzelf verdedigbaar.

Suriname draagt met zijn bossen werkelijk bij aan klimaatstabiliteit en behoort terecht tot de landen die meer erkenning en steun zouden moeten krijgen.

Maar precies daar wringt het.

Want terwijl de overheid internationaal vraagt om beloning voor bosbehoud, blijven de mensen die in die bossen wonen nog altijd wachten op volledige erkenning van hun grondenrechten.

De situatie van de Wayana in het Lawa-gebied laat zien hoe ernstig dat is.

Daar is het rivierwater, dat dagelijks wordt gebruikt om te drinken, koken en wassen, zwaar vervuild geraakt. Onderzoek van Stichting Mulokot en andere berichtgeving wijzen op extreem verontreinigd water met giftige stoffen en bacteriën, waardoor de rivier geen veilige bron van leven meer is maar een direct gezondheidsrisico.

Voor de Wayana is dit geen abstract milieuprobleem, maar een dagelijkse bedreiging van gezondheid, voedselzekerheid en waardigheid.

Juist dat voorbeeld maakt de Surinaamse klimaatclaim kwetsbaar. Je kunt internationaal niet geloofwaardig pleiten voor bosbescherming, terwijl de bewoners van dat bos worden blootgesteld aan vergiftigd water, mijnbouwschade en structurele verwaarlozing.

Klimaatfinanciering gaat niet alleen over koolstof en hectares bos; het gaat ook over mensen, rechten en leefgebieden.

Zonder bescherming van de gemeenschappen die het bos bewonen, verliest het klimaatverhaal zijn morele kern.

Daarom zou internationale druk op Suriname niet alleen mogen gaan over bosbehoud, maar ook over grondenrechten en de bescherming van inheemse leefgebieden.

Als president Simons zelf aangeeft dat het nog jaren kan duren voordat deze kwestie is opgelost, dan bevestigt dat vooral dat het probleem politiek blijft worden uitgesteld.

In zo’n situatie is het logisch dat internationale partners duidelijk maken dat klimaatfinanciering niet los kan staan van mensenrechten. Dat is geen aanval op Suriname, maar juist een oproep tot consistentie.

Een land dat wereldwijd rechtvaardigheid vraagt, moet ook intern rechtvaardigheid waarmaken. Wie erkenning wil voor zijn bossen, moet de bewoners van die bossen beschermen.

Wie geld vraagt voor klimaatbeleid, moet laten zien dat dat beleid niet ten koste gaat van de inheemse en tribale volken die al generaties lang met dat bos leven.

De kern is eenvoudig: Suriname heeft recht op een eerlijkere plek in de klimaatfinanciering, maar dat recht kan niet worden losgemaakt van de rechten van de mensen die het bos bewonen en beschermen.

Zolang grondenrechten niet zijn geregeld en de Wayana en andere gemeenschappen niet veilig zijn, blijft de klimaatclaim moreel onvolledig.

Pas wanneer recht thuis zichtbaar wordt, wordt Suriname internationaal echt geloofwaardig.

Earl Gerard Sabajo

error: Kopiëren mag niet!