Een bezorgde burger, Laisa G, uit hartje stad Paramaribo, heeft recent contact opgenomen met Dagblad Suriname om aandacht te vragen voor de aanwezigheid van vrouwen langs de Schietbaanweg.
Volgens haar is er steeds vaker sprake van vrouwen die langs de weg staan, met name op de route van Schietbaanweg richting Copernicusstraat. Wat eerst sporadisch leek, begint volgens haar nu structurele vormen aan te nemen.

“Wat er nu gebeurt vanaf Schietbaanweg richting Copernicusstraat valt me nu pas echt op”, zegt Laisa G. “Op meerdere hoeken staan vrouwen. Niet af en toe, maar echt regelmatig. Dat betekent dat er iets aan het ontstaan is en dat we niet meer kunnen doen alsof we het niet zien.”
De vrouw benadrukt dat haar oproep niet bedoeld is om iemand aan te vallen of te veroordelen. “Nee, dit is geen post om iemand te shamen”, legt ze uit. “Maar het is wel een moment om vragen te stellen die we al te lang ontwijken.”
Volgens haar brengt de situatie verschillende risico’s met zich mee, niet alleen voor de buurt, maar ook voor de vrouwen zelf en de samenleving in het algemeen. “Hoe zit het met bescherming? Wordt er veilig gewerkt? Is er toegang tot testen en medische hulp?”, vraagt ze zich af.
Ze wijst ook op de mogelijke gezondheidsrisico’s. “SOA’s verspreiden zich niet luid, maar in de stille uren van de nacht”, zegt Laisa. “Als er geen controle, geen begeleiding en geen bewustwording is, dan wordt het geen individueel probleem meer, maar iets dat ons allemaal raakt.”
Naast gezondheid maakt ze zich ook zorgen over de achtergrond van de vrouwen. “Wie kijkt er eigenlijk naar hun situatie? Doen ze dit uit vrije wil, of omdat ze geen andere keuze hebben? Of worden ze ertoe aangezet? En wie beschermt hen tegen geweld en misbruik?”
Laisa vindt dat de samenleving deze kwestie niet langer kan negeren. “We kunnen dit wegwuiven en zeggen: ‘het is wat het is’, maar zo werkt een samenleving niet”, stelt ze.
Ze roept zowel de overheid als de gemeenschap op om in actie te komen. “Aan de overheid wil ik vragen: wat is het plan? Is er überhaupt beleid?”, vraagt ze zich af. “En aan ons als gemeenschap: vinden we dit normaal, of vinden we dat er grenzen, bescherming en begeleiding nodig zijn?”
Tot slot benadrukt ze nogmaals haar intentie: “Geen oordeel. Maar we moeten onze mond ook niet blijven dicht houden. Als we dit negeren, gaat het ons later meer kosten.”
