Wanneer macht boven wet lijkt te staan

In Suriname is opnieuw een moment aangebroken waarop het parlement moet laten zien waar het werkelijk voor staat. Niet voor politieke loyaliteit, niet voor partijbelangen, maar voor de wet.

De procureur-generaal heeft De Nationale Assemblee gevraagd om drie voormalige ministers in staat van beschuldiging te stellen: Bronto Somohardjo, Gilmore Hoefdraad en Riad Nurmohamed. Het gaat niet om kleine administratieve fouten. Het gaat om ernstige verdenkingen: misbruik van staatsmiddelen, bevoordeling van bedrijven en mogelijke vervalsing van documenten.

Wanneer zulke beschuldigingen op tafel liggen, is één vraag cruciaal: staat de wet boven de politiek, of staat de politiek boven de wet?

Suriname kent een systeem waarbij ministers niet zomaar vervolgd kunnen worden. Het parlement moet eerst toestemming geven voordat het Openbaar Ministerie een strafzaak kan beginnen. Dat systeem is ooit bedoeld om ministers te beschermen tegen politieke wraakacties. Maar in de praktijk is het vaak veranderd in een politieke schildconstructie.

Partijen beschermen hun eigen mensen. Coalities sluiten de rijen. Oppositiepartijen gebruiken de kwestie voor politieke aanvallen. Ondertussen blijft de kernvraag liggen: zijn er aanwijzingen van strafbare feiten, ja of nee?

Het Openbaar Ministerie zegt dat die aanwijzingen er zijn. Daarom vraagt de procureur-generaal toestemming voor vervolging. Dat betekent niet dat iemand schuldig is. Het betekent alleen dat een rechter de zaak moet onderzoeken.

Maar precies daar wringt het al jaren in Suriname.

Het land heeft een lange geschiedenis van politieke leiders die beschuldigd worden van financieel wanbeheer, corruptie of misbruik van macht. Toch eindigen veel zaken nooit in een rechtszaal. Ze verdwijnen in politieke onderhandelingen, juridische procedures of simpelweg in de tijd.

Dat patroon ondermijnt het vertrouwen van burgers. Want terwijl gewone burgers direct met justitie te maken krijgen bij overtredingen, lijken politieke leiders vaak beschermd door hun positie.

Wanneer ministers of ex-ministers verdacht worden van het misbruiken van belastinggeld, raakt dat direct de samenleving. Het gaat om geld dat bedoeld is voor scholen, ziekenhuizen, infrastructuur en sociale voorzieningen.

Elke dollar die verkeerd wordt besteed, is geld dat ontbreekt voor burgers die het al moeilijk hebben.

Daarom is deze beslissing van De Nationale Assemblee geen gewone parlementaire procedure. Het is een test voor de geloofwaardigheid van de rechtsstaat.

Als het parlement toestemming weigert zonder dat een rechter ooit naar de feiten kijkt, dan wordt de boodschap duidelijk: politieke macht kan sterker zijn dan de wet.

Als het parlement wél toestemming geeft, dan gebeurt iets eenvoudigs maar essentieel: de zaak wordt onderzocht door een onafhankelijke rechter.

Niet in politieke debatten. Niet in talkshows. Niet in partijvergaderingen. Maar in een rechtbank. Een rechtsstaat werkt alleen wanneer regels voor iedereen gelden. Voor een burger. Voor een ambtenaar. En ook voor een minister.

De Nationale Assemblee moet daarom één simpel principe volgen: laat de rechter zijn werk doen. Niet beschermen. Niet vertragen. Niet politiseren. Gewoon de wet laten spreken.

Want een land waar machtigen nooit verantwoording hoeven af te leggen, is geen sterke democratie. Het is een systeem waar vertrouwen langzaam verdwijnt. En dat kan Suriname zich niet langer veroorloven.

error: Kopiëren mag niet!