Waarom gebruiken mensen vuile en ruwe taal?

Het was een gewoon gesprek tussen twee mannen die gezellig een biertje zaten te drinken. Je hoefde niet bewust voor luistervink te spelen, om te horen dat in dat gewone gesprek continu vuile taal werd gebruikt. Dat was erg storend voor mensen die aan de naburige tafeltjes zaten. De boze gezichten en gefronste wenkbrauwen, vielen de twee mannen echter niet op. Die zetten hun gesprek rustig voort op dezelfde geluidssterkte doorspekt met vuile taal. 

Een gesprek zonder grove en vuile taal is altijd prettiger om aan te horen zowel in de privésfeer als in een openbare gelegenheid. Dus rijst de vraag waarom gebruiken mensen vuile en grove taal?

Er wordt veel  gevloekt en gescholden in de samenleving. Meestal gebruiken mensen vuile en ruwe taal (vloeken/schelden) primair om sterke emoties zoals woede, frustratie of verrassing te uiten maar ook pijn te verzachten. Het is een soort emotionele ontlading dat werkt als een uitlaadklep om opgekropte emoties los te laten en pijn te verminderen. 

Feit is dat grof taalgebruik een krachtig communicatiemiddel is om de aandacht te trekken, indruk te maken, grenzen te verkennen, of opstandigheid te tonen tegen maatschappelijke normen. Het wordt ingezet om een punt kracht bij te zetten of de ander een “verbale klap in het gezicht” te geven. Vloeken wordt ook gebruikt om onderlinge verbondenheid en groepsidentiteit te versterken. Vooral onder jongeren en in bepaalde sociale groepen kan grof taalgebruik duiden op een vertrouwelijke, hechte relatie of juist rebellie tegen de gevestigde orde. Sommige mensen zien het ook als een middel om wraak te nemen of de ander te kwetsen.

Grof taalgebruik wordt vaak als iets slechts gezien en gecensureerd in de media. De negatieve houding van de maatschappij tegenover scheldwoorden is duidelijk. Men zegt vaak dat zij die vuile taal bezigen een beperkte woordenschat hebben, dom of asociaal zijn. Psychologisch bekeken kan je echter ook zeggen dat mensen proberen om zichzelf hiermee te beschermen omdat ze met het gebruik van ruwe en vuile taal anderen afschrikken.

Een van de meest voorkomende drijfveren voor verbale agressie is gebrek aan zelfvertrouwen. Mensen zeggen soms bewust kwetsende dingen om de ander naar beneden te halen. Ze hopen hiermee  hun zelfvertrouwen te kunnen opkrikken. Er worden bijvoorbeeld vaak kwetsende dingen geroepen door leden van de huidige regering tegen leden van de vorige regering. Ze proberen hun eigen gebrek aan zelfvertrouwen op te krikken door op anderen te schelden. Ze begrijpen niet dat juist de ander complimenteren met het gedane werk, hen dat respect en zelfvertrouwen zal geven.

De reacties van mensen uit je omgeving zijn vaak tweeledig. Ze kunnen de gebruiker bewust uit te weg gaan, zoiets als ‘ik ga niet om met asociale mensen,’ of ze wijzen je terecht, het risico lopend dat ze worden uitgescholden. Het is een feit dat het sommige mensen niets doet als er in hun omgeving vuile – en ruwe taal wordt gebezigd, het glijdt van ze af als water. Terwijl anderen zich er heel erg aan storen omdat het aanvoelt als een belediging, een gebrek aan respect.                                                                                        

Er zijn echter ook mensen die beweren dat ze vloeken zien als iets positiefs omdat het hun stress en pijn verlicht. Ook wordt er beweerd dat grof taalgebruik kan dienen als een alternatief voor potentieel schadelijkere vormen van geweld, dus ze schelden i.p.v. te vechten en het kan anderen attent maken op iemands emotionele toestand. Het is algemeen bekend dat vloeken ook wordt gebruikt om te entertainen, te boeien  en het publiek te beïnvloeden zoals blijkt uit het veelvuldige gebruik van vulgaire taal in komedie, massamedia en reclame. Samengevat kunnen we zeggen dat mensen er zeer verschillend over denken.

Woorden zijn een vorm van persoonlijke expressie. De toon en geluidssterkte spelen hierbij een belangrijke rol. Woordgebruik onderscheidt ons van elkaar net zoals vingerafdrukken dat doen. Ze weerspiegelen wat voor soort persoon we zijn. Dus ieder mens heeft de keus om te bepalen welk soort mens hij of zij wil zijn. Er zijn nu eenmaal mensen die zich prettig voelen bij het gebruik van vuile- en ruwe taal en mensen die het zien als een geringe woordenschat, dom en asociaal en zich er niet prettig bij voelen. Automatisch zal de ene soort zich bij dezelfde soort aansluiten. Zoals het spreekwoord zegt, ‘soort zoekt soort.’ Zo blijft ieder in zijn waarde. 

We should never lower our dignity by lowering our language.”

Josta Vaseur

error: Kopiëren mag niet!