Ontkenning van de rechtsstaat Suriname

Door tegen de vordering van de pg te stemmen ter zake de in staat van beschuldigingstelling van de minister van Financiën, heeft de coalitie in de DNA voldaan aan hetgeen ze heeft gezegd en hetgeen van haar ook was verwacht. De voorzitter van de commissie van rapporteurs en coalitieleden hebben in strijd met de wet zich inhoudelijk met de zaak bemoeid. Dat is verboden in de Wet in Staat van Beschuldigingstelling Politieke Ambtsdragers. Deze wet geeft aan dat de DNA niet treedt in de beoordeling van de gegrondheid van het aanmerken van de betreffende politieke ambtsdrager of gewezen politieke ambtsdrager als verdachte in de zin van artikel 19 van het Wetboek van Strafvordering. Alle leden van de coalitieleden hebben dat wel gedaan, en ook de minister van Financiën heeft zich daarover uitgelaten. De minister heeft zelfs gevraagd dat de DNA in strijd met de wet kijkt of de vordering gegrond is namelijk om hem als verdachte aan te merken. De wet laat de pg te allen tijde toe om rechtssubjecten als verdachte aan te merken, dat is een exclusief recht van de pg. De wet heeft wel een beperking aan het recht van de vervolging door de pg/OM. De vervolging van ambtsdragers (en gewezen ambtsdragers) voor strafbare feiten gepleegd in verband met zijn ambt, mag alleen met toestemming van de DNA. De DNA heeft volgens de wet dus de bevoegdheid niet om te gaan beoordelen of de pg gronden had om de pg als verdachte aan te merken. Maar de coalitie heeft dat wel gedaan en de voorzitter van de DNA heeft dat toegelaten.

Wat de DNA wel moest doen staat in de wet heel duidelijk aangegeven: het uitsluitend beoordelen of de vervolging van de minister in politiek bestuurlijk opzicht in het algemeen belang moet worden geacht. De aanduiding ‘politiek bestuurlijk opzicht’ is voor veel DNA-leden uit de oppositie een brug te ver. Al zouden ze willen, ze kunnen het niet bevatten omdat ze de scholing en de ontwikkeling daarvoor missen. De geschoolden onder hen zoals de fractievoorzitter zijn door de partijcultuur van de NDP, waar discussies en van mening verschillen als een daad van vijandschap worden gezien, inmiddels afgestompt. Het enige wat de DNA had moeten doen is dus aangeven of de vervolging van de minister bekeken vanuit het politiek bestuurlijk opzicht, gezien kon worden als het dienen van het algemeen belang. Dus men moest nagaan of de vervolging in politiek bestuurlijk opzicht niet in het enge belang was van enkele belangengroepen of privépersonen in de samenleving. In DNA is door geen der partijen aangedragen dat de gewenste vervolging van de minister in het belang was van enkele ondernemers of anderen waarmee de minister ruzie of onenigheid zou hebben.  ‘Politiek bestuurlijk’ duidt op de geloofwaardigheid die er te allen tijde dient te zijn in zowel de politiek als in het bestuur van het land. De politiek is en activiteit waarin, wat betreft deze wet, betrokken zijn ministers, de president, de vp en de DNA-leden. In het bestuur van het land zijn betrokken de president, de vp en de ministers. Het gaat om de vrijwaring van smet en twijfel op de politieke ambtsdragers zelf en op de regering en het parlement. De vraag is dus of het in het in het algemeen belang is, gelet op de geloofwaardigheid en integriteit dat verwacht wordt van ambtsdragers, dat ter zake van een minister van Financiën, die door de pg wordt verdacht van strafbare feiten, onderzoek plaatsvindt waardoor hij voor nu en de toekomst gevrijwaard is van alle dubio en twijfel. Neen, het is niet in het algemeen belang, vindt de coalitie in DNA, omdat het algemeen belang gelijk is aan het partijpolitieke belang van de NDP. Het volk is NDP, Suriname is NDP, Suriname is van de NDP, dat is de opvatting van deze partij.

Opmerkelijk is dat tijdens de bespreking in DNA zelfs de oorsprong van de wet in twijfel getrokken en is het aangeduid als een wet van de NF-periode. Dat deed men op een wijze alsof een regering en een parlementscoalitie die bestaat uit de oppositie van een bepaald jaar, niet gehouden is aan de wetten van dat jaar. Want men zou er toen tegen hebben gestemd. Dat is een zeer gevaarlijke ontwikkeling en eigenlijk een constatering die je niet vol gaarne maakt. Wat ook zeer gevaarlijk is, is het wantrouwen dat openlijk in de rechterlijke macht en het OM is uitgesproken door de NDP en dus de regering. Wanneer de regering zelf niet gelooft in de onpartijdigheid van de Surinaamse rechterlijke macht, waarom zou de burger dat wel moeten doen. En wat is het gevolg van het niet hoeven te geloven in de onpartijdigheid van de rechterlijke macht en het OM? Dat is, dat de burger om rechtsvoldoening te vinden dan het recht in eigen handen mag nemen. Wat de NDP is zeker met haar uitspraak in DNA bevordert, is eigenrichting en dat is ongekend in de politiek-bestuurlijke geschiedenis van Suriname.

De NDP had als partij al ruim voordat de DNA in commissieverband de zaak aan het onderzoeken was, aangegeven dat ze nooit zullen meewerken aan de in staat van beschuldigingstelling van hun minister van Financiën. Dat was ongeacht wat ook de uitkomst van welke onderzoek dan ooit mocht zijn. De overweging daartoe was dat het toelaten van zo een onderzoek jegens de minister van Financiën, niet in het belang van de NDP zou zijn en in het voordeel van oppositionele partijen zou uitpakken. Het uitgangspunt van de NDP is geweest in de eerste plaats de voor haar zeer moeilijke verkiezingen. In de tweede plaats is 5 jaren, ondanks protest en ruzie in DNA, waarbij de minister DNA-leden zelfs heeft moeten beledigen, door de NDP-HVB-BEP-coalitie alle ondersteuning en eigenlijk een blanco cheque en een carte blanche aan de minister is gegeven om te doen en te laten als het hem belieft. Daarvoor mocht de minister de hele wereld rondreizen en dat heeft hij ook gedaan. En in staat van beschuldigingstelling door de coalitie zou in dit geval ook een rode kaart betekenen van de NDP-fractie aan zichzelf en dat is nou net niet het geschikte moment minder dan een week voor de verkiezingen.

De afgelopen 10 jaren was het in financieel-economisch opzicht een wild-west in Suriname. De burger voelt het in zijn zak. Geruchten van leningen die de regering accepteerde van burgers, niet in het kader van werken die ze moesten uitvoeren, zijn er ook geweest, hetgeen comptabel incorrect is en in strijd met de rechtstaatsgedachte. De minister zou steeds de wet op de staatsschuld hebben overtreden en daarvoor steeds zijn beschermd door de NDP-coalitie. De ruimte om boven de wet te staan is aan minister Hoefdraad gegeven door de regering, door fractieleiders Misiekaba en nu Abdoel en door de volgelingen in de NDP-fractie. Maar niet allen aan de minister is ruimte gegeven om boven de wet te staan. Het zou nu wel gek staan als de NDP nu deze zelfde man zou slachtofferen. In feite is de boodschap van de NDP duidelijk: in mei 2020 is het niet aan de rechter, maar aan het volk om te oordelen.

error: Kopiëren mag niet!
%d bloggers liken dit: