Wiens kind staat centraal?

Gisteren is over de hele wereld de Internationale Dag tegen Kinderarbeid gevierd. In Suriname heeft de regering een persbericht uitgegeven waarin ze het belang van deze dag benadrukt en tegelijkertijd aangeeft welke vooruitgang ze heeft geboekt in het bestrijden ervan. Alhoewel er in Suriname de laatste jaren op het gebied van beleidsontwikkeling enkele vorderingen zijn geboekt, is er in de praktijk niet veel veranderd. Er is met relatief weinig media-aandacht enkele maanden terug een nieuwe wet tegen kinderarbeid aangenomen in DNA. Hierop gaan wij later in. Er is voor het eerst in Suriname een actieplan tegen kinderarbeid aangenomen. Ook is enkele dagen terug bekend geworden dat de Arbeidsinspectie voorzien is van een nieuwe leiding. In de krant was ook aandacht besteed aan een soort ‘doorverwijssysteem’ voor algehele bescherming van kinderen. Kinderarbeid is daar een onderdeel van. Het beleid met betrekking tot kinderen in het algemeen valt onder Sociale Zaken. Kinderarbeid is om te beginnen een zaak van Arbeid, maar andere ministeries komen in ernstige gevallen van opvang en begeleiding er ook bijkijken. Kinderarbeid komt voor in Suriname. Sinds de krant zich kan heugen is er voor het eerst een onderzoek enkele maanden terug afgerond en gepresenteerd aan de regering. Over het cijfer zijn er verschillende, onder andere dat het enkele districten waar het iets ernstiger is, niet heeft meegenomen. Het ministerie van Arbeid laat blijken dat het nu wel zover is om kinderarbeid aan te pakken. Kinderarbeid komt voor in de geschiedenis van Suriname. Gedurende de slavernij en bij de contractarbeiders kwam kinderarbeid al voor. Na de afschaffing van deze periodes is het nooit gekomen tot strenge kinderarbeidswetten om het Surinaamse kind te beschermen. Daardoor is in veel gemeenschappen een cultuur ontstaan waarbij kinderarbeid wordt gedoogd en zelfs als een deugd wordt gezien. Er is zelfs een denken dat men welvarend en rijk kan worden door kinderarbeid. Of dat kinderarbeid hoort bij de opvoeding, bij de voorbereiding voor het harde leven. Kinderarbeid zou kinderen voorbereiden op tegenslagen in het leven als volwassene en om luiheid in het latere leven te voorkomen. Maar kinderarbeid heeft bewezen om nooit in het voordeel te werken van kinderen. De vraag is wel wat kinderarbeid precies is. Niet alles wat kinderen namelijk doen kan betiteld worden als kinderarbeid. Arbeid duidt op het verrichten van werkzaamheden waarmee productie in economische zin (dus inkomsten) wordt gegenereerd. Of waarmee een huishouden waartoe men behoort wordt geholpen. Op zich is daar niets fout mee, het is zelfs goed voor de opvoeding tot een productieve burger. Maar deze arbeid moet niet veel zijn en niet te lang duren. Het moet de lichamelijke, geestelijke en intellectuele groei niet hinderen of beperken. En zeker mag het het lichaam, de gezindheid en de geest (het leren van goede manieren en het vrij zijn van seksuele inbreuken) niet in gevaar brengen. Dus wanneer kinderen niet meer naar school kunnen of willen gaan of wel gaan maar geen ruimte hebben om goede prestaties te leveren door arbeid, dan is er sprake van kinderarbeid. Of ook wanneer de lichamelijke groei wordt belemmerd. Of wanneer kinderen angsten aankweken, misbruikt kunnen worden, ongelukken kunnen krijgen of genegeerd en uitgescholden worden en of wanneer ze in weer in wind staan en blootgesteld zijn aan gezondheidsgevaren. Dan is er sprake van kinderarbeid. Er zijn politici die niet begrijpen wat kinderarbeid is en denken dat het gaat om een ‘berefuru’ luxe zaak die overgenomen wordt uit het buitenland. Deze vooraanstaande burgers zijn jammer genoeg niet goed geïnformeerd. We hebben tientallen keren hier herhaald dat er een te groot percentage drop-outs is in Suriname, vooral onder de jongens. Onderwijsministers komen en gaan, maar ze pakken de zaken niet aan. De een noemt zich Rambo, de ander noemt zich Iron Lady, maar niemand stelt zich op in het belang van het kind. Men is steeds bezig zijn of haar ego te strelen en zichzelf te bevredigen. Men belijdt met de mond dat men het kind centraal stelt, zoals de huidige minister, maar ze zegt niet welke kind. Haar kind staat wel centraal, zo centraal dat hij op de Centrale Bank zit. Minister Ferrier pleegt ook wanprestatie door het drop-outprobleem niet eens te bespreken. Het project Naschoolse Opvang had de potentie om kinderarbeid tegen te gaan. De kinderen kregen namelijk enkele keren op staatskosten te eten. En ze bleven hangen op school in plaats van op straat. Dat is altijd veel beter. Enkele politici van de NDP hebben roet in het eten van de kinderen gegooid door met dit project te gaan stoeien. Ook de naam van de vicevoorzitter van DNA wordt in de wandelgangen genoemd als uitbater van gaarkeukens, maat wij hebben dat nooit kunnen onderzoeken. De mensen en de politici die dit project door hun praktijken hebben laten stoppen, zijn medeschuldig aan het nog bestaan van kinderarbeid. En dan durven deze politici nog mooie spreekwoorden in DNA te houden. Kinderarbeid komt voor in Suriname, maar de gemeenschap moet willen om het af te schaffen. Het is niet de regering die de gemeenschap moet dwingen om het af te schaffen. Want als de gemeenschap niet wil, gaat de regering onmogelijk genoeg oren en ogen hebben om alles te controleren en sancties op te leggen. De regering heeft hier dus de taak om de algehele samenleving uit te leggen dat kinderarbeid in niemands belang is en dat het een vijand is van de samenleving.

error: Kopiëren mag niet!
%d bloggers liken dit: