Transitie: meer dan louter veranderen

Wie hoge eisen stelt aan management, leiderschap, adviseurschap, wetgeving, beleid, openbaar bestuur , projectmatig werken en zo meer zal geen vrede hebben met wat de praktijk op deze gebieden tot nog toe biedt. Critici en zij die veel meer dan de middelmatigheid verlangen hebben nog steeds geen reden tot optimisme en goede hoop. Het niveau van politiekvoering valt verder terug. De kwaliteit van de beleidsvoorbereiding wordt er niet beter van. Staatsrechtelijke verhoudingen zijn gebaseeerd op een zwakke grondwet. Vandaar de vertroebelingen. Van de Onderwijsminister moet het parlement rustig op haar beurt wachten. Recentelijk nog opgemerkt. Parlementariërs reageren via de media op de feiten en werpen hun licht niet of nauwelijks op trends, bewegingen, in gang zijnde, verwachtbare of vaststaande toekomstige ontwikkelingen. Op kansen of bedreigingen. Het denken van de manager over verhoging van productie en kwaliteit moet samenvallen met zijn inspanningen voor het verhogen van de werkvreugde voor allen die in de organisatie actief zijn. Het voortbestaan van de onderneming is geheel en al afhankelijk van goed samengaan van deze condities. Hoe staat de leider van de politieke organisatie in dit opzicht ervoor? Wekken politieke partijen niet nog altijd de indruk meer kiezersverenigingen te zijn? Er is nu reeds wat drukte in de politieke bedrijvigheid merkbaar. Partijkernen worden geïnstalleerd, wat al bestaat wordt uitgebreid. Naarmate de tijd op weg naar de stembusgang voortschrijdt, worden partijleiders steeds socialer, met veel inlevingsvermogen. Nieuwe politieke partijen zien het levenslicht. Een passende naam vinden voor de nieuwkomer is een fluitje van een cent. Wat maakt die keuze tenslotte uit. De naam van de politieke organisatie is toch nooit het benoemde. Fraai verwoord worden missie, visie en doelstellingen van de nieuwkomers de samenleving gepresenteerd. Maar om de kwaliteit van de politiekvoering in ons land merkbaar te verbeteren is veel meer nodig dan wat aangeboden wordt. Personen in politieke organisaties die vanuit het niets omhoog geschoten zijn brengen ons nu reeds hun boodschappen van heil en zegen. Volstrekt onbekende grootheden worden in een handomdraai politiek briljanten. Welke opvallende prestaties hebben zij in het algemeen belang verricht om in de gunst te komen van de gemeenschap? Zijn wij werkelijk nog steeds die volgzame en naïeve burgers van weleer? In alle eerlijkheid moet toch oook gevraagd kunnen worden of acties voeren tegen armoede de actievoerder reeds daardoor verheft naar het niveau van politieke bekwaamheid. Waarom pikken en slikken wij deze simpele vertoningen? Naarmate het moment van machtsoverdracht dichterbij komt, komen ook de veranderingsthema’s van machtstrevers aan de orde. Het volk zal na de verkiezingsoverwinning de positieve veranderingen zelf ervaren. Er zal herschikking van de staatsschulden plaatsvinden waarbij urgenties en prioriteiten sterke accenten zullen wezen. Wanneer de meest dringende financiële vraagstukken zijn opgelost ontstaat ruimte voor beleidsontwikkeling op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg, werkgelegenheid, veiligheid etcetera. Deze rechtlijnige denkwijze moeten wij als volk verwerpen. Met deze oude en onlogische vertelsels moet geen genoegen meer genomen worden. Ons groot probleem is echter dat de kracht van politieke partijen niet ligt in de kwaliteit van haar achterban. Integendeel ligt daar de zwakte van deze organisaties, waardoor een handvol personen er de dienst uitmaken en de partijgemeenschap maar blijven betuttelen. In een situatie waarbij een eenmaal aangetreden regime steeds weer haar eigen weg opgaat, wordt het volk voortdurend versleten voor dom en onwetend. Daarom wordt het Jeugdparlement genegeerd. Daarom worden burgers vooraf niet betrokken bij voornemens van het openbaar bestuur. Daarom worden smeekbeden van klagende en gedupeerde burgers om bescherming van hun directe leefomgeving en hun leefmilieu straal genegeerd door openbaar bestuurders. Wat een kleine denkgroep hier of daar uitwerkt als toekomstig beleid moet de gemeenschap niet langer interesseren. Aan papieren interventies door papieren politici of pseudo –maatschappijkenners of gekloonde beleidskundigen moet geen aandacht meer geschonken worden. Immers, ook papieren ondernemerschap levert niets van enige waarde op. Eens zal iemand deze studie- en schrijversgroepen op gepaste wijze erop moeten attenderen dan het niet de veranderingen zijn die de kans op beleidssucces vergroten, maar de transities. Veranderaars in de politiek benadrukken louter de materiële aspecten van veranderingen en verbeteringen. Wat zij maar niet kunnen inzien, is dat het echte veranderproces in ons land psychisch van aard is waarbij de samenleving door haar voorlieden geleid wordt op de moeilijke weg van het afscheid nemen van haar oude leefwereld en zich geleidelijk aan nieuwe gedragingen en denkwijzen over maatschappij en samenlevingsopbouw eigen maakt. Het Surinaamse volk komt geen stap verder met kreten als mindshift, mentaliteitsombuiging, cultuuromslag, morele herbewapeing en meer van die nimmer gedefinieerde onzin. Wat het Surinaamse volk nodig heeft is niets anders dan integer leiderschap waardoor zij geloodst kan worden door het moeizame transitieproces van het beëindigen van haar ongezonde , vaak naïeve denkwijze over eigen land en maatschappij, over de politiek en overheidsbeleid, over beleving van democratie en rechtsstaat. Hierna wordt de weg vrijgemaakt voor modernere opvattingen over de diverse aspecten van ons maatschappelijk leven.Transitie als psychisch proces is de andere en meest essentiële kant van de veranderingsmedaille. Wordt die veronachtzaamd, dan blijft de transformatie over. Wat daarna volgt zijn misere en ellende als resultaten van getoonde onbekwaamheid in het omgaan met de overgang van het oude naar nieuwe. Hiervan hebben wij tal van voorbeelden als referentiemateriaal. Denkt u maar aan de Fiso-tragedie.
Stanley Westerborg
Organisatieanalist

error: Kopiëren mag niet!