Dharma (ethiek) als oplossing voor de economische crisis Impressies van Filosofie Nacht 2013 te Amsterdam

Dharti Mátá (The World) has enough for every one’s need,but not for every one’s greed

Mahatma Gandhi

Op 12 april 2013 werd de jaarlijkse Filosofie Nacht in de Beurs van Berlage te Amsterdam gehouden. Aangezien ik op dat moment in Nederland was, heb ik de kans aangegrepen deze nacht bij te wonen. De conclusies die door sommige sprekers getrokken werden, hebben zoveel indruk op mij gemaakt, dat ik gemeend heb een gedeelte daarvan ook te delen met geïnteresseerden in ons land. Dit ondanks het feit dat de geldende opvatting is dat de economische crisis Suriname ongemoeid heeft gelaten. Ik draag echter de overtuiging dat de kernboodschap van het filosofisch symposium ook voor ons land van groot belang is. De bedoeling van het gebeuren was na te gaan hoe filosofen denken over de economische crisis. Het thema van dit jaar is ontleend aan een roman van de grote Russische schrijver Dostojevski en luidde: Schuld en Boete. De rode draad in de meeste presentaties was: de ethiek moet de economie redden. Economie is een recente wetenschap. Pas in de 18e eeuw werd het een apart specialisme. Uiteraard was er gedurende de eeuwen heen altijd handel en dus ook economische bedrijvigheid. De Grondlegger van de moderne economische wetenschap is Adam Smith (1723–1790). In zijn meesterwerk The Wealth of Nations (1776) poneerde hij de stelling dat wanneer consumenten het eigen belang nastreven, zij het algemeen belang dienen m.a.w. egoïsme leidt tot een betere samenleving. Dit proces zou worden begeleid door een zogenaamde “onzichtbare hand”. Het belangrijkste doel van het kapitalisme van Smith was het creëren van gelijkheid. Zijn overtuiging was dat volledige vrijheid zou leiden tot volledige gelijkheid. Hij dacht dat door middel van een vrije markt, waarin de productiemiddelen in handen waren van particulieren (en niet de staat) aan de tot op het moment bestaande economische hiërarchie een einde gemaakt kon worden. Volgens de bekende filosoof Noam Chomsky heeft de praktijk Smith geen gelijk gegeven. De productiemiddelen kwamen wel in particuliere handen, maar het geld dat daarmede vergaard werd, werd niet opnieuw gebruikt voor herinvesteringen zoals Smith bedoeld had. De winsten belandden voor het grootste deel in de zakken van grootaandeelhouders en bestuurders (exorbitante bonussen). De meeste innovaties werden door de overheden gefinancierd. Dit betekende dat de samenleving als geheel moest bloeden voor de vooruitgang van de privé bedrijven. De keynote spreker van de avond was Michael Sandel, Harvard hoogleraar en publicist. Zijn meest bekende werk is: What money can’t buy (2012). Zijn boodschap is dat wij de moraal ingewisseld hebben voor geld. Wij drijven thans ook handel met zaken, waarmee ethisch gezien geen handel zou moeten worden gedreven. Een voorbeeld hiervan is dat rijke landen arme landen betalen om hun radioactief afval te dumpen. Sandel is van mening dat economie zonder moraal tot rampzalige gevolgen leidt.
 
Een ander prominente spreker was Tomáš Sedlácek, docent economie in Praag en topper bij de Tjechische Bank. Zijn uitgangspunt is: Er is literaire, historische en filosofische kennis nodig om de ontspoorde economie te begrijpen. Hij schreef: De economie van goed en kwaad (2009). Hij is van mening dat economie gaat over goed en kwaad, over ethiek. De economie is volgens hem geen machine. Ze is een product van onze cultuur en bestaat uit verhalen van mensen over mensen. Volgens Sedlácek bestaat er geen waardevrije wetenschap, anders dan bijvoorbeeld Milton Friedman beweert. Naakte feiten bestaan niet. Ze betekenen niets zonder een raamwerk, een verhaal dat ze betekenis geeft. Een crisis onthult de mythes van een tijd bijvoorbeeld in onze tijd: onbeperkt geloof in de marktwerking. Sedlácek gaf als voorbeeld van een literair werk, waaruit de economen veel kennis kunnen opdoen over goed en kwaad, de Gilgamesj epos, die beschouwd wordt als één van de meesterwerken van de wereldliteratuur. Persoonlijk zou ik als tenminste evengoed voorbeeld de Ramáyana kunnen noemen. Emoties als hebzucht, jaloezie, egoïsme, maar ook edelmoedigheid en altruïsme worden in dit onsterfelijk werk middels personificaties op schitterende wijze uitgebeeld. Het kwade wordt verpersoonlijkt door de demonenkoning Rávana, die wetende dat hij Ráma, de verpersoonlijking van het goede niet kon verslaan, besloten had de gemalin van laatstgenoemde, die zelf het toonbeeld was van vrouwelijke deugd, te ontvoeren. In zijn strijd om zijn echtgenote Sita te bevrijden, werd Ráma bijgestaan door de devtá mens-aap Hanuman. Deze laatste staat voor het principe van belangeloze en onvoorwaardelijke dienstverlening aan het goede in de persoon van Bhagwan Ráma (God). Op zijn beurt werd Rávana bijgestaan door zijn broer de reus Kumbhkaran, die het voorbeeld was van reuzenkracht, gepaard gaande met inertie, luiheid en vraatzucht. Rávana en Kumbhkaran hadden echter een broer, Vibhishana die probeerde te bemiddelen tussen hen en Ráma. Toen dat niet lukte koos hij partij voor het goede in de persoon van Ráma. Toen laatstgenoemde Rávana verslagen had, beloonde hij Vibhishana met de troon van Sri Lanká. De moraal van het verhaal is dat uiteindelijk ook al mocht dit heel lang duren, het goede zal overwinnen. Het verhaal van Vibhishana geeft aan dat ook al kom je uit het kamp van het kwaad, dat je toch de zijde van het goede kan kiezen en daarvoor beloond wordt. Deze beloning behoeft niet altijd materieel te zijn en betekent ook niet dat je op je lauweren kan gaan rusten, maar brengt, zoals in het geval van Vibhishana grote verplichtingen met zich mee namelijk de zorg voor jouw onderdanen en het welvarend maken van het verscheurde rijk. De bekende Oostenrijkse econoom Joseph Schumpeter (1883 – 1950) was van mening dat je verlieslatende industrieën die ten dode zijn opgeschreven niet moet proberen te redden. Uit hun ondergang ontstaat noodzakelijkerwijs innovatie. Dit staat bekend als creatieve destructie. Dit principe is reeds duizenden jaren bekend in het hindoëisme namelijk: het destructieve aspect van Heer Shiva. Als het goddelijk aspect dat verantwoordelijk is voor vernietiging van al het geschapene, zorgt hij ervoor dat uit de destructie vernieuwing ontstaat. De creatieve destructie van Schumpeter zou men dan ook kunnen duiden als de Shiva-Shakti in de economie. Indien wij allemaal de vedantische gedachte van Vasudhaiva Kutumbakan, de hele wereld is één familie en daarmede dat al het geschapene op de wereld met elkaar verbonden is, zouden omarmen, dan was er geen economische crisis en zou de wereld waarlijk een aards paradijs zijn.
 
Carlo Jadnanansing
 
 

error: Kopiëren mag niet!