In hun jarenlange strijd ter verbetering van de positie van leerkrachten en onderwijsgevenden hebben de Bond van Leraren (BvL) en de Federatie van Organisaties van Leerkrachten in Suriname (Fols) een hard standpunt ingenomen. Gistermorgen hebben beide vakorganisaties hun leden geïnformeerd over de stand van zaken. Er is continu beraadslaagd met het Onderhandelingsorgaan van de overheid (OO). Deze intermediaire tak van de overheid zou moeten zorgen voor een oplossing samen met de onderwijsbonden. In zijn uiteenzetting zei de president van de Fols, Marcelino Nerkust, dat de vakbond altijd solidariteit en dialoog heeft gewild bij de onderhandelingen met de OO.
“U wilde eigenlijk voor de klas staan, maar wij hebben u opgeroepen, omdat het gaat om uw belang. Door strijd voeren, hebben wij het één en ander kunnen bereiken voor u”, zei de Fols-president. Nerkust vervolgde zijn betoog en gaf te kennen dat alleen door strijd te voeren de arbeidsvoorwaarden kunnen worden verbeterd. De gesprekken begonnen in oktober 2010, omdat de pas beëdigde regering met de uitvoering van Fiso 2 zat. “Wij hebben niet getekend voor de garantie van arbeidsrust, omdat je niet weet wat jou allemaal te wachten staat. De deur stond open voor bespreking in het kader van loonindexering en budgettering alsmede de verbetering van de positie van de leerkracht. Wij wilden niet meewerken aan zaken die inflatoire toestanden tot gevolg hebben. Wij hebben zowel de primaire – als de secundaire arbeidsvoorwaarden centraal gesteld. Het OO had geen mandaat voor het voeren van gesprekken in het kader van de loonindexering. De gesprekken werden toen voortgezet met de vicepresident. Wij hebben ons voorstel gedaan. Er is gekeken naar de sociaalmaatschappelijke situatie en wat de andere werkers hebben bereikt.”
Volgens de Fols-president zijn de voorstellen goed onderbouwd. “Het is een pertinente leugen dat wij zijn weggelopen tijdens de gesprekken. Wij hebben gesprekken gevoerd tot zelfs twee uur in de ochtend om de volgende dag vóór de klas te staan. Wij hebben een loonvoorstel gedaan van 10% en partiële onkostenvergoeding voor permanente educatie. Anderen in de gemeenschap hebben veel meer gehad. Wij hebben rekening gehouden met andere facetten in de samenleving. Wij zijn verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de gemeenschap en willen niet dat u andere bronnen van inkomsten moet aanboren teneinde te overleven”, zei Nerkust.
Bvl-voorzitter Wilgo Valies zei dat leerkrachten altijd strijd hebben gevoerd voor positieverbetering van ambtenaren. De vakbondstopper hield de menigte de verworvenheden voor, zoals het zwangerschapsverlof voor vrouwen. “Het doel van de oproep is om ons doel te bereiken. Wij hebben genoeg gesproken en gaan een duidelijk signaal sturen naar de regering.” De leerkrachten en onderwijsgevenden gaven de besturen het mandaat om de regering een week de ruimte te geven om de onderhandelingen af te ronden. Dit impliceert dat zij van de regering 10% loonsverhoging verwachten en daarnaast een partiële onkostenvergoeding voor permanente educatie voor hetzelfde percentage. “Indien resultaten uitblijven, zijn de consequenties voor rekening van de regering. Wij verwachten geen kerstpakket zoals andere ambtenaren dat krijgen, maar gaan voor positieverbetering en verhoging van de kwaliteit van het onderwijs”, aldus Valies. De bijeenkomst werd afgesloten middels het scanderen van de leus ‘stré de fu stré, wi no sa frede’.
N. Ramjiawan
