Occupanten hebben een eigendomsterrein groot 4 hectare bezet van notaris Radjen Soerdjbalie te Leiding 21. Volgens hem begon de ellende voor de verkiezingen van 2010. ‘Bepaalde politieke figuren hebben kennelijk mensen grond beloofd en die ook toegewezen in ruil voor stemmen. Dat heb ik van de bewoners toen begrepen in 2009. Die mensen durfden toen niet te praten, omdat men bang was dat, als men zou praten, hun naam van de lijst zou worden afgevoerd’, zegt Soerdjbalie. In 2009 is de politie hard opgetreden en de verkaveling die door politici was ingezet, werd toen verijdeld. Toen de politici die de mensen de kavels hadden beloofd eenmaal aan de macht kwamen, is de zaak in het geheim doorgegaan. ‘Vanuit het ministerie van Justitie en Politie is toen opdracht gegeven aan de politie om niet meer op te treden tegen occupanten. Suriname kent de wettelijke bepaling van het verbod van eigenrichting, dat wil zeggen dat men zijn of haar terrein niet zelf mag ontruimen. U bent verplicht de politie erbij te halen en als de politie medewerking weigert, dan ontstaat er een zeer moeilijke situatie.’
Soerdjbalie stelt stellig dat het occupatieprobleem een politiek probleem is. ‘Occupatie is er altijd geweest, zowel individuele occupatie als wilde occupatie. Maar zodra occupatie in georganiseerde vorm de kop opsteekt en de autoriteiten recht en wet niet meer naleven, dan is het hek van de dam. In onze kieswet en in onze grondwet is opgenomen dat potentiële kandidaten voor de verkiezingen geen beloftes en giften mogen doen in ruil voor stemmen. Ook ministeries leggen een eed af dat ze alle huidige en nog te maken wetten zullen respecteren. Het eigendomsrecht is in ons Burgerlijk Wetboek, in de grondwet en in internationale verdragen verankerd. Het systeem is zodanig ingericht dat de politie de aangewezen organisatie is om orde te handhaven. Het mocht nimmer zo zijn dat de inmiddels de laan uitgestuurde minister Martin Misiedjan de opdracht gaf niet op te treden tegen de occupanten. Hierdoor is het strafbare feit blijven voortwoekeren en is er ook geen eind gekomen hieraan.’
‘De wet in deze is duidelijk’, zegt Soerdjbalie. ‘Het gaat om 4 hectare eigendomsterrein en de wet zegt dat de eigenaar bepaalt wat met het terrein moet gebeuren. We hebben nooit toestemming verleend aan derden om zich op dat terrein te vestigen.’ Wat er nu gebeurt, baart de notaris ernstige zorgen. Zijn eigendom staat wel op papier, maar wordt niet geëffectueerd. Soerdjbalie voelt zich als burger van dit land door de Staat in de steek gelaten. Hij weet dat heel veel mensen in woningnood zitten en dat er blijkbaar niet genoeg grond in het kustgebied vrij is om al deze mensen legaal een perceel toe te kennen. ‘Aan de burgerij was beloofd dat het occupatieprobleem zou worden opgelost, maar tot dusverre is dat niet gebeurd.’ Wat Soerdjbali nog meer zorgen baart, is dat het probleem steeds grimmigere vormen aanneemt. Soerdjbalie ziet in deze wel oplossingsmogelijkheden. De overheid zal bijvoorbeeld slagvaardig moeten overgaan tot het voeren van een actief beleid door gronden van particulieren op te kopen. Een ander oplossingsmodel is om de mensen in het achterland te ontmoedigen richting kustgebied te trekken, door aldaar faciliteiten aan te brengen, zoals opleidingen, werkgelegenheid, elektriciteit en schoon water. Dit laatste model zou wellicht economisch bekeken goedkoper zijn voor de overheid dan de mensen in het kustgebied te faciliteren.
