DOE: Wat heeft de 30ste Olympische Spelen Suriname geleerd?

DOE en de afsluiting van de OS
Van 27 juli tot en met 12 augustus 2012 werden de 30ste Olympische Spelen in Londen gehouden. De Partij voor Democratie en Ontwikkeling in Eenheid (DOE) heeft ook de Spelen en de prestaties van de Surinaamse sporters gevolgd. DOE heeft gemeend nu onze mening over de resultaten kenbaar te maken. Suriname werd vertegenwoordigd door Virgil Soeroredjo (badmintonspeler), Jurgen Themen en Kristen Nieuwendam (atletiek), Chinyère en Diguan Pigot (zwemmen). De prestaties van deze sporters waren benedenmaats. Niet alleen behaalde geen enkele sporter de volgende ronde, maar ze waren ook niet in staat om een persoonlijk- en nog minder een Surinaams record te verbeteren.
Virgil Soeroredjo moest op het onderdeel badminton (heren enkelspel) in Sho Sasaki uit Japan, in 30 minuten zijn meerdere erkennen. De setsstanden waren 21-12 om 21-7.
Kirsten Nieuwendam heeft het niet gehaald op de 200 meter. Zij eindigde als achtste in haar serie in een tijd van 24.07. De beste tijd van Kirsten was 23.47. De atleet nam vier jaar geleden ook deel aan de Olympische Spelen in Beijing.
Chinyere Pigot klokte een tijd van 26.30, wat onvoldoende was om door te kunnen gaan naar de halve finale. Zij wist haar beste tijd van 26.12 niet te halen.
Diguan Pigot kwam uit op de 100 meter schoolslag. Hij zwom een tijd van 1:05:55. Hij zwom 6 honderdste seconden in zijn serie trager dan zijn inschrijftijd van 1:05:49.
Jurgen Themen klokte in de groep met de slechtste inschrijftijden een tijd van 10.55, maar in de echte serie was zijn 10.53sec. onvoldoende om naar de semi-finale van de Olympische Spelen over te gaan.
Om de prestaties van deze sporters beter te evalueren is het goed te duiken in de historie. We gaan daarom even vier jaar terug tijdens de 29ste Olympische Spelen in Beijing.
De Spelen van Beijing
Tijdens de 29ste Olympische Spelen in Beijing werd Suriname vertegenwoordigd door Gordon Touw Ngie Tjouw en Chinyère Pigot (zwemmen), Kristen Nieuwendam en Jurgen Themen (atletiek). Opgemerkt kan worden dat toen alleen Gordon het Olympisch limiet had gehaald, in 2012 zou geen van de Surinaamse sporters het Olympisch limiet halen. Gordon zwom toen de 100m vlinderslag in 54.54sec en werd 55ste uit een deelnemersgroep van 65 man. Dit was een persoonlijk record, daar het vorige 54.71sec was. Chinyère deed mee aan de 50m vlinderslag en verbrak haar persoonlijk record door het naar 27.66sec te brengen. Ook Jurgen verbrak op de 100m sprint zijn persoonlijk record, daar hij het bracht naar 10.61sec. (oude 10.71sec).
Ondanks het feit dat Kristen uit een deelnemersveld van 46 atleten op de 44ste plaats eindigde verbrak ze het 200m Surinaams record door de afstand binnen 24.52. seconden af te leggen. In 2008 was één Surinaamse sporter in staat het Olympisch limiet te halen, maar in 2012 was deelname alleen mogelijk door het verkrijgen van wild cards. In 2008 verbraken alle sporters tenminste hun persoonlijke records, maar in 2012 bleek dat slechts een illusie te zijn geweest.
De harde realiteit
Een harde realiteit is dat Kristen, Jurgen en Chinyère al twee keren aan de Olympische Spelen (Beijing en Londen) hebben deelgenomen en beide keren niet in staat waren de Olympische limieten te halen (ze moesten het steeds met wild cards doen). Ze bleken tijdens beide Spelen ook niet in staat te zijn de volgende ronden te bereiken. Een ander constatering is dat de sportman en de sportvrouw (Diguan en Chinyère Pigot) van 2011 niet instaat zijn geweest om tijdens deze Spelen een ronde verder te komen. Overall eindigde Diguan op plaats 43 uit een deelnemersveld van 44 zwemmers, terwijl Chinyère Pigot, die in 2009, 2010 en 2011 door het panel van sportjournalisten gekroond werd tot sportvrouw van het jaar, overall plek nummer 40 bezette uit een deelnemersveld van 74 zwemsters. Wanneer je naar de prestaties kijkt van de Surinaamse sportman en – vrouw van 2011 dan kan de vraag gesteld worden op basis van welke normen deze classificatie is bepaald.
Geen sportontwikkeling
Dat onze prestaties veel te wensen over laten en dat er geen sprake is van een sportontwikkeling in Suriname kan ook bewezen worden met de prestaties van de atleten. In 1968 liep Eddy Monsels tijdens de Olympische Spelen in Mexico City de serie van de 100m in 10.41sec. Hij behaalde de kwartfinale en ook daar liep hij 10.41. Vierenveertig (44) jaren later loopt JurgenThemen tijdens de 100m tijden van 10.55. en 10.53sec. Laatstgenoemde stelde daar niet ontevreden over te zijn. Maar hoe deed de wereldtop het? In 1968 won de Amerikaan Jim Hines de 100m in 9.95sec, maar 44 jaren later ging Usain Bolt sneller en wel 9.63sec. Terwijl de rest van de wereld stappen voorwaarts maakt, raken wij in Suriname steeds verder achter. Een uitspraak die helaas te vaak gebruikt wordt is: winnen is niet belangrijk, maar het deelnemen.
Wat deed de rest van het Caribisch Gebied?
Suriname behoort tot het Caribisch Gebied en onze historie komt veel overeen met die van de Caribische eilanden. Jammer genoeg kan dat niet gezegd worden van de sportprestaties. Laten wij slechts enkele prestaties van het Caribisch gebied bekijken:
De 19 jarige junior Kirani James uit Grenada werd op de 400m Olympisch kampioen. Dit eiland heeft nauwelijks 110.000 bewoners en toch waren ze in staat zo een prestatie te leveren. Keshorn Wallcott (Trinidad & Tobago) was de absolute verrassing van het Caribisch Gebied. Deze 19 jarige won het heren speerwerpen met een worp van 84,58m. Speerwerpen is de nationale sport in de Scandinavische landen (Denemarken, Finland, IJsland,Noorwegen en Zweden). Vandaar ook dat het speerwerpen van 1908 tot en met 2008 steeds weer door Europa werd gedomineerd. Alleen in 1952 was de Amerikaan Cy Young instaat tijdens de Olympisch Spelen van Helsinki goud te winnen. Dus na 60 jaren lukte het iemand uit het Westelijk Halfrond om dat weer te doen, en danwel een jongeman van 19 jaar. Opgemerkt dient te worden dat het voor het eerst voorgekomen is dat een Carifta kampioen in hetzelfde jaar ook Olympisch kampioen werd. Suriname neemt regelmatig deel aan de Carifta Games. Wij zouden toch in staat moeten zijn om deze prestaties te leveren?
Wat hebben wij geleerd?
De prestaties van onze sporters tijdens deze Olympische Spelen hebben ons duidelijk gemaakt dat het zo niet verder kan. Er moet in sport geinvesteerd worden en harde eisen moeten aan onze sporters worden gesteld. Je hoeft niet jaarlijks een Sportman en Sportvrouw aan te wijzen als de prestaties internationaal te wensen overlaten.
Er moet wel veel gaan gebeuren in Suriname. De atletieksport heeft een echte tartaanbaan nodig en de overheid moet daarvoor gaan zorgen. De zwemsport heeft een 50m baan nodig die aan alle internationale eisen voldoet. Het kan toch niet zo zijn dat de ouders van geselecteerde zwemmers diep in hun zak moeten tasten om hun pupil aan internationale toernooien te laten deelnemen. Het ministerie van Sport- en Jeugdzaken moet niet gezien worden als een overheidsinstituut om slechts een politieke partij te faciliteren, maar het moet het centrum worden waar gewerkt wordt om de nationale eenheid en -trots te versterken. Gymnastiek (sport) moet in het onderwijs een hoofdvak worden en de scholen moeten een kweekvijver zijn om talent in geheel Suriname te traceren en om deze via sportverenigingen tot wasdom te ontwikkelen. Het zitting nemen in besturen moet niet slechts als doel hebben reizen voor zichzelf en familie te realiseren, maar er moet hard gewerkt worden om sporters te motiveren tot steeds betere prestaties. Er moeten sportinternaten opgezet worden om talent continu te begeleiden. Talent dat in Suriname zijn top bereikt moet veel sneller naar het buitenland worden gestuurd om zich daar verder te ontwikkelen.
DOE
DOE pleit ervoor dat het totale beleid van Sport- en Jeugdzaken structureel wordt omgegooid. Er dient duidelijk vanaf de basisschool te worden samengewerkt met het Ministerie van Onderwijs. Sporttechnici moeten beter vergoed worden. Sporters die edel metaal voor Suriname binnenhalen moeten beter en structureel gewaardeerd worden; geen incidentisme. De verhouding technische vakken, gymnastiek(sport) en muziek moeten beter gebalanceerd worden. Er moet een onlosmakelijk platform worden gecreëerd waar alle schakels of stakeholders w.o. ook de ouders in vertegenwoordigd zijn. DOE pleit voor het stellen van targets waar het beleid zich op richt. We zouden bijvoorbeeld concreet kunnen aangeven op welke onderdelen wij in 2020 goud willen halen. We hebben het dan over onderdelen waar Suriname duidelijke potentie in heeft. Laten wij voldoende tijd, mankracht en kapitaal investeren, althans als wij het behalen van internationale erkenning door sportprestaties tot een doel maken. We moeten als Suriname daden stellen en minder zeuren en klagen, anders zullen wij steeds deel uitmaken van de hekkensluiters, wat deze natie niet verdient.
OPO KONDREMAN UN OPO!
De Partij voor Democratie en Ontwikkeling in Eenheid

error: Kopiëren mag niet!
%d bloggers liken dit: