Hindostaanse immigratie 1873-1916

 Op dinsdag 5 juni 2012 is het precies 139 jaren geleden dat de eerste Brits-Indische immigranten voet aan wal zetten op de Surinaamse bodem, bij Fort Nieuw -Amsterdam. Op 26 februari 1873 vertrok het eerste schip Lalla Rookh uit Calcutta met 410 immigranten en kwam op 5 juni van hetzelfde jaar in Suriname aan. De reis met dit zeilschip heeft 99 dagen geduurd. Onderweg zijn 11 personen overleden. In totaal zijn er dus 399 personen levend in Suriname aangekomen; 279 mannen en jongens; 70 vrouwen en meisjes en 50 kinderen beneden de tien jaar. Het laatste schip dat in Suriname aankwam, was het stoomschip Dewa dat op 7 april 1916 uit Calcutta vertrok met 303 mensen en kwam op 24 mei van hetzelfde jaar in Suriname aan. Tussen 1873 tot 1916, in een tijdbestek van 43 jaren, zijn er 34.304 immigranten met 64 schepen naar Suriname gebracht. Van dit aantal repatrieerden 11.512 immigranten, wat neerkomt op ongeveer een derde deel. Uit de laatste volkstelling is gebleken dat er op dit ogenblik in Suriname 135.117 Hindoestanen wonen, maar tegelijk moeten wij ook erbij vermelden dat ruim acht jaren terug in Nederland 160.000 Hindoestanen woonden.
Waarom immigranten naar Suriname
De internationale druk om de slavernij in de wereld af te schaffen, was bijzonder groot. De liberalen, maar niet te vergeten de Engelse Abolitionisten Pitt en Wilberforce, oefenden eveneens een grote druk uit en vooral de Amerikaanse schrijfster mevrouw Beecher -Stowe, had met haar beroemd boek: “Uncle Tom’s Cabin” het hart van de brede massa geraakt. De Engelsen hebben toen reeds in 1833 en later de Fransen in 1848 de slavernij in hun koloniën afgeschaft. Nederland heeft uiteindelijk in 1863 de slavernij in Suriname moeten afschaffen. De Nederlandse regering had een beetje gepiept in de Engelse en de Franse koloniën wat de gevolgen waren van de afschaffing van de slavernij. Toen de slavernij eenmaal afgeschaft was, trokken de slaven in grote getallen naar de urbane gebieden, waardoor een groot tekort aan arbeiders op de plantages ontstond. Nederland wilde de plantages niet laten ontvolken. Zij hebben het voorbeeld van de Engelsen overgenomen en begonnen eveneens met contractarbeiders in Suriname. Reeds in 1853, kort voor de afschaffing van de slavernij, zijn er Chinezen uit Java en China gehaald. Deze immigratie heeft niet veel succes geboekt in Suriname. De periode van het Staatstoezicht( 1863-1873) ging ook heel snel voorbij. Intussen had Nederland een overeenkomst gesloten met Engeland om Brits-Indische immigranten uit het voormalige Brits-Indië te halen. De Nederlandse regering had goede informaties over het goede werk dat de Brits-Indische immigranten vanaf 1838 in Brits –Guyana verrichtten.
De contractbepalingen
De Engelse regering heeft alle medewerking verleend aan de Nederlandse regering om Brits-Indische immigranten naar Suriname te brengen. De immigranten kwamen onder de volgende bepalingen; zij kwamen voor een periode van vijf jaren, zij hadden vrije geneeskundige behandeling, zij kregen een loon en na vijf jaren mochten zij gratis terugkeren naar Brits-Indië. Een beruchte bepaling in het contract was de “poenale sanctie”, waarbij contractbreuk als misdrijf strafbaar werd gesteld. In het boek van pater De Klerk worden er verschillende motieven aangehaald, die ertoe geleid hebben dat velen Brits-Indië verlaten hebben. Enkele belangrijke motieven waren: economische motieven, familietwisten, vrees voor blaam, het zware juk van het weduwschap, vlucht voor justitie, zucht naar avontuur. In het traktaat waren er minimumeisen gesteld aan de accommodatie van de emigrantenschepen, maar in de praktijk bleek dat anders te zijn. Dit heeft ook ertoe geleid dat velen onderweg stierven. Velen hebben het beloofde land, het land van ‘Shri Ram’, zoals men ze had voorgehouden, nooit bereikt. Uit het boek van pater De Klerk citeer ik het volgende: “Ook zonder dat bepaalde epidemieën in het spel waren, was de sterfte bij de meeste emigrantenschepen hoog te noemen. Een getal van 5-10 was heel normaal. Aanzienlijk boven het gemiddelde stegen de sterfgevallen op de schepen Yorkshire (20), Mangalore (31), Howrah(14), British Statesman 1( 29), Ailsa 111( 18), British Statesman 11( 36), British Nation1 ( 24), British Nation 11(36), Bruce( 16), Grecian 1 (29), Lena 11 (18), Indus 1V( 13)”. Naast sterften waren er ook geboorten tijdens de overtocht. Het hoogste aantal geboorten telden de Kate Kellock(6), British Statesman 11 (7), Ailsa111 (7), Elbe (15).
Het werk op de plantages
In Suriname werden de immigranten ingezet om het werk dat de slaven eerder gedaan hadden, te doen. Het werk op de plantages was bijzonder zwaar, vooral op de suikerplantages. De huisvesting was erbarmelijk en de medische zorg liet veel te wensen over, ondanks de mooie contractbepalingen. De immigranten hadden geen andere keus en hebben naar tevredenheid van de deskundigen hun contractperioden afgesloten.
Het werk was bijzonder zwaar; het minimumloon bedroeg 60 cent per dag voor mannen en 40 cent voor vrouwen en jongens tot 15 jaar. De “poenale sanctie “ op werkweigering was maximaal zes weken gevangenisstraf en 25 gulden boete, op ‘desertie’ twee maanden gevangenisstraf of 50 gulden boete. Aangezien werkweigering of weglopen als misdrijven golden, konden werkgevers bij dergelijke gevallen de politie te hulp roepen. De lonen waren volgens de meeste deskundigen erg laag in Suriname. Ondanks deze lage lonen slaagden veel immigranten erin, ongetwijfeld door hard te werken en zuinig te leven, geld te sparen. In 1913 bezaten 2.711 Brits-Indiërs een spaarbankboekje van de Koloniale Postspaarbank, met een gemiddelde inleg van honderd gulden.
Opstanden
De menselijke geest kan men niet altijd blijven onderdrukken. Er zal een moment komen dat men daartegen gaat verzetten. De directeuren en opzichters hebben aardig wat misbruik gemaakt van hun machtspositie die zij hadden. Zij konden zich in die positie handhaven zolang zij de taal van de blanke meesters spraken. Conflicten met directeuren en opzichters kwamen ook veelvuldig voor. Een ander veel voorkomend verwijt aan de directeuren en opzichters was, dat zij zich vergrepen aan de vrouwen. Wat dit betreft maakten de immigranten geen grapjes. Opstanden zijn niet uitgebleven, in 1879 waren er “wanordelijkheden tegen het gezag” op de plantages Alliance en De Resolutie, in 1884 op Zoelen en Zorg en Hoop. Ook in 1891 en in 1902 zijn opstanden uitgebroken, waarbij zelfs doden zijn gevallen. De immigranten hebben niet alles geaccepteerd van de blanken. Naast deze negatieve gebeurtenissen hebben ook positieve zaken voorgedaan, waardoor de immigranten en hun nakomelingen de mogelijkheden gehad hebben om zich verder te ontwikkelen.
 De vooruitgang van de immigranten
Over de immigranten die teruggekeerd zijn naar Brits-Indië, hebben wij weinig informatie. Ik ben ervan overtuigd dat zij die weg zijn niet die maatschappelijke ladder bereikt hebben die wij als nakomelingen in Suriname bereikt hebben. Het klimaat van vooruitgang en mogelijkheden in Suriname is veel groter dan in India. Via het onderwijs hebben velen een hogere maatschappelijke ladder bereikt. In 1930 werd de eerste Hindoestaan, C.R.Biswamitre tot lid van de Koloniale Staten gekozen. De koloniale machtshebbers, de katholieke missie en de broedergemeenten hebben in alle delen van ons land scholen gebouwd, waardoor de plattelanders, uiteraard ook de nakomelingen van de immigranten, westers onderwijs konden volgen en daardoor een plaats in de Surinaamse samenleving konden veroveren. Velen hebben tot professoren gebracht. Bij deze gelegenheid zal ik wat namen opnoemen die bij mij bekend zijn en niet meer in leven zijn: prof. dr. A. Oedayrajsingh Varma (biostastiek), prof.dr. H.A.M. Oedayrajsingh Varma (wis-en natuurkunde), prof.dr. C.A.G. Oedayrajsingh Varma (scheikunde); prof. mr.dr. Frits Mitrasingh (staatsrechtsgeleerde), prof. Parabirsingh (farmacie), prof.dr. Baal Oemrawsingh (biochemicus), prof.dr.Rahmat Ali (vrouwenarts) en prof.dr.Kaulessar Sukul( chirurg).
Professoren die nog actief zijn en een grote bijdrage leven zijn o.a: prof. dr.Remie Hirasingh( kinderarts); prof.dr. H.Kanhai (vrouwenarts), prof.dr.ing.H. Rampersad, prof. Sieuwnath Naipal (hydroloog), prof. dr.drs.Radjesh Oedit Doebe (bedrijfskunde en chemie), prof.dr.Maltie Adhin (moleculaire genetica), Krishna Khargi, M.D., PhD (1e Hindostaanse cardio-thoracaal chirurg aan de Harvard University), prof. Mohan (technische wetenschapper). De eerste Hindostaanse cardioloog, waarschijnlijk ook de eerste Surinamer, (later ook parlementariër en minister geworden) dokter Sewram Rambaran Mishre heeft onder zeer moeilijke omstandigheden dit grote succes geboekt. Bij deze moet ook vermeld worden dat de heer Rahmat Ali, de eerste Hindoestaan op 15 juli 1938 van de Geneeskundige School is afgestudeerd is als medicus.
Het goede werk van de missie en de Creoolse leerkrachten
Eerlijkheidshalve moeten wij ook bekennen dat vooral Creoolse leerkrachten en rooms-katholieke geestelijken de polders introkken om de nakomelingen van de immigranten naar school te krijgen, waardoor zij goed westers onderwijs konden krijgen. Als wij het district Nickerie als voorbeeld nemen, mogen de nakomelingen van de immigranten de namen van de onderwijzers G.G. Maynard en Eduard Samsin nooit en te nimmer vergeten.
Deze pioniers hebben bergen werk verzet voor de nakomelingen van de immigranten in het rijstdistrict. Dank zij hen hebben vele nakomelingen van de immigranten de schoolbanken gezien. Het zou mij te ver voeren om alle namen op te noemen van pioniers die ook in andere districten veel liefdevol werk verzet hebben voor de nakomelingen van de immigranten. Op het politieke en economische vlak zijn de successen van de nakomelingen van de immigranten zowel in Suriname als in Nederland duidelijk zichtbaar. Deze nakomelingen zetten zich volledig in voor de verdere opbouw van hun land. De harmonieuze samenleving die de ouderen voor ons gecreëerd hebben, dankzij het onderwijs en de kerk, mogen nimmer teloor gaan.
Hardeo Ramadhin

error: Kopiëren mag niet!
%d bloggers liken dit: