Hindostaanse problemen meten

Jaarlijks staan wij als Surinaamse samenleving stil bij de herdenking van de viering van de komst van de eerste Hindostaanse (Britsch-Indische) immigranten in Suriname. Dat gebeurde in het jaar 1873, 10 jaar na de afschaffing van de slavernij. De viering van de komst van de Hindostaanse immigranten is geen bedreiging voor de natievorming, een nastrevenswaardig proces dat volgens velen nog niet voltooid is in Suriname. Bij de herdenking van deze immigratie ontdekken wij dat de Hindostaanse cultuur in Suriname geen geïmporteerde cultuur is uit Azië, maar dat er op de Surinaamse bodem een heel eigen spraak (taal), klederdracht en zang is ontwikkeld dat nergens anders ter wereld te zien is. Dat is een stuk van de Surinaamse identiteit, waarvan de erkenning cruciaal is voor de natievorming. Onder de natievorming verstaan wij het proces, waarbij verschillende segmenten van onze samenleving zich steeds gebonden voelen door gemeenschappelijkheden, die soms te vinden zijn in verschillen. In de laatste census is gebleken dat de Hindostaanse bevolkingsgroep de grootste bevolkingsgroep is, gevolgd door de stadscreolen. De Marron-groep heeft de Javaanse groep verdreven naar de vierde plaats. Er wordt al een hele tijd beweerd dat er een zekere economische macht via het bedrijfsleven geconcentreerd lag bij deze bevolkingsgroep. In de periode Venetiaan 3 heeft het staatshoofd geprobeerd door een bepaald beleid (import van Chinezen) een economische balans te brengen tussen de traditionele bevolkingsgroepen. In economisch opzicht is er bij de nazaten van de Britsch-Indische immigranten nog voldoende ondernemerschapszin aanwezig. Daardoor wordt werkgelegenheid aangeboden aan brede lagen van de samenleving. Echter zien wij ook dat deze groep zich meer afhankelijk is gaan maken van de politiek, door politiek geregelde banen te accepteren binnen de ambtenarij. Daarmee is de economische zelfstandigheid van deze groep kennelijk afgenomen. Er zijn in Suriname recentelijk heel weinig studies gedaan over de demografische ontwikkelingen en trends. De indruk bestaat dat de Hindoestanen in significante mate aanwezig zijn op het hoogste onderwijsniveau, de universiteit. Dit geldt vooral voor de vrouwen. De beroepskeuze is dan ook anders en richting de overheid. Ondanks relatief hoge ‘academic achievements’ is het opvallend dat het uit intellectuelen en exponenten uit deze groep niet is gelukt om hoge posities in het regeerkabinet te bekleden. Dit is des te opvallend omdat de dominante partij in de coalitie een onbetwiste multi-etnische partij is. Het kan een pure toeval zijn. Belangrijk blijft wel dat er vanuit de regering geen bewust beleid wordt gevoerd om de dynamiek van deze of andere groepen te verlammen. Er zijn geen stemmen opgekomen tijdens deze regering die dat beweren, in tegenstelling tot het beleid gevoerd door de voorgaande regering, zoals ook erkend in een uitgelekte cable vanuit de Amerikaanse ambassade naar het thuisland.
Bij de herdenking van 139 jaar Hindostaanse Immigratie moeten wij opmerken dat de groep er alles aan moet doen om de Surinaamse cultuur te blijven verrijken. Dat betekent dat de Sarnami cultuur levendig moet worden gehouden, het is een nationale plicht. Die boodschap moet trouwens ook steeds herhaald worden tijdens de viering van de Javaanse immigratie. Het zijn unieke cultuuruitingen, eigenlijk feesten, die elders niet voorkomen in de regio. De Hindostaanse gemeenschap is politiek de meest geïntegreerde bevolkingsgroep, is recentelijk herhaaldelijk gesteld. Wat onderwijs betreft kan hetzelfde worden gezegd, maar er zijn gebieden waar de Surinaamse Hindoestaan, mede vanwege de mogelijkheden die zij heeft, de omvang in de populatie en de woonconcentratie. We denken dan aan de Surinaamse popmuziek en volkssport nummer 1 voetbal. Gelukkig is er een opleving van de baithak gana weliswaar in een moderne fast tempo vorm, maar er worden heel weinig teksten geschreven. Deze cultuurarmoede is te merken zowel in de moderne Sarnami-muziek als in de moderne of originele baithak gana-uitvoering. In de voetballerij zijn nog potentiele talenten te zien in jeugdteams, maar weinigen schoppen het tot de Topsectie, met name de Hoofdklasse. De Hindoestaan is dus niet geïntegreerd in de voetballerij. Men zit wel in veel managements van Topsectieclubs.
De Hindostaanse gemeenschap bevindt zich op een kruispunt met jongeren bedolven in moderniteit met ICT. De indruk bestaat dat er een kentering zal komen in academische prestaties. Er is een toename van alcoholgebruik dwars door alle religieuze groepen, zowel bij de jonge mannen als de vrouwen. Er is sociaal geen aandacht vanuit de regering voor Hindostaanse problemen die groepsgebonden is, zoals zelfmoord, huiselijk geweld en alcoholisme. Hiermee bedoelen we dat de groep niet specifiek wordt benaderd. Een probleem dat ook wordt verwaarloosd, is dat van drop-outs. Hindostaanse woonconcentraties kennen veel drop-outs, omdat de informele bouwsector lonkt naar jonge handlangers en halfwas-krachten.
Er zijn de afgelopen dagen festiviteiten georganiseerd om deze bijzondere dag te benadrukken. Wat nu moet gebeuren, is iets historisch. Er moet nu eindelijk door Hindoestaans georiënteerde organisaties een sociaal-maatschappelijk onderzoek gesponsord worden, waarin positieve en negatieve trends in de Hindostaanse gemeenschap worden gemeten. Met zo een onderzoek in de hand moet gericht beleid naar de groep toe hoger op de politieke agenda worden gezet.

error: Kopiëren mag niet!
%d bloggers liken dit: