Vakbond, politiek en lage participatie bondsleden

De vertrekkende minister van arbeid maakte op heel diplomatische wijze een niet misplaatste terechtwijzing naar de overkoepeling van de vakcentrales in Suriname, de Ravaksur, op de Dag van de Arbeid. Hij zei dat hij zich eigenlijk vereerd voelde een bijdrage geleverd te hebben geleverd aan een gezamenlijke tweede bijeenkomst van Ravaksur in 25 jaar. ‘Tweede bijeenkomst in 25 jaar’ dat is ongelooflijk, maar toch waar. De Raad vroeg bij haar 25-jarig bestaan de werkende klasse niet in slaap te vallen. Maar datgene wat het diepst in slaap is gevallen, is de Ravaksur zelf. De herdenking van de viering concentreerde zich rond de onthulling van het standbeeld van de overleden vakbondsleider en politicus Fred Derby. De vakbondsleider heeft aan de wieg gestaan van de SPA en SPA’er is hij tot aan zijn dood gebleven. De minister van arbeid is een NDP-man. De bewindsman heeft van zijn flexibel karakter getoond door een krans te leggen bij het standbeeld van deze leider uit een andere, nu zelfs oppositionele, kamp. De Ravaksur roept de werkende klassen op niet te blijven teren op de verworvenheden. Dat wil dus zeggen dat er nieuwe daden gesteld moeten worden. Dat is logisch omdat met nieuwe bedrijfsprocessen, nieuwe uitdagingen en risico’s ontstaan. Maar de Ravaksur moet niet vergeten dat veel dynamiek van hem wordt verwacht. De Ravaksur moet diep bij zichzelf te rade gaan. De Ravaksur is heden ten dage geen spelbepaler, maar een reservespeler. Dat komt niet omdat regeringen hem niet zien staan, maar door de houding die Ravaksur zelf aan de dag legt. Ravaksur moet het veel hebben van kennis en informatie. Het feit dat Ravaksur geen website en geen kenniscentrum met een bibliotheek heeft, zegt al veel over de rol die deze organisatie opeist of kan opeisen. De administratie neemt Ravaksur wel serieus, maar het is de raad zelf die zichzelf niet serieus neemt. Een drastische verjonging en inzet van nieuw kader, dat door scholingsinstituten worden afgeleverd op jaarbasis, zijn gewenst.  Bij de viering van 1 mei is een oproep gedaan door twee exponenten van respectievelijk de C-47 en CLO, twee grote vakcentrales, om de gelederen te sluiten. De vraag rijst hoe realistisch en dwingend noodzakelijk en vereist zo’n sluiten van het gelederen wel is. In de eerste plaats is er een duidelijk en fundamenteel verschil in standpunt betreft het wel of niet samengaan van het werknemersvertegenwoordigend werk en het partijpolitieke werk. Al decennialang zijn er uitgesproken verschillen daarover. De ene groep lieert zich niet aan geen enkele politieke partij. De andere groep lieert zich wel aan een bepaalde politieke partij. Personen die bestuur willen zijn, zijn schaars. Het gevolg is dat dezelfde gezichten in zowel de betreffende vakcentrale als in de gelieerde politieke partij hun respectieve werk doen. De vraag rijst nu in hoeverre en of er überhaupt een punt kan komen waarin het politieke werk bijt aan het vakbondswerk? Zo ja, welke is interessanter, in termen van carrière en individueel welzijn? Welke voorkeur zal men geven? Feit is wel dat het een grondvereiste is dat vakorganisaties onafhankelijk moeten blijven, ook van politieke partijen. De ene groep zegt dat de vakbeweging moet trachten om via de politiek, deel te kunnen uitmaken van de regering. De overleden vakbondsleider Fred Derby behoorde tot deze groep. En het lukte hem om zijn SPA in het machtscentrum te krijgen, uitgemeten op het ministerie van Arbeid. Maar hoeveel rendement heeft die 10 – 14 jaar vakbeweging in de regering gehad op het welzijn van werkenden en de situatie van de arbeidswetgeving? Kortom, met dit fundamenteel verschil van wel of geen dubbele petten vallen de gelederen niet te sluiten. Bovendien is er geen noodzaak om als een blok naar buiten te treden. Men moet wel over vraagstukken gezamenlijke en breed gedragen standpunten kunnen innemen zoals: ‘we willen een zwangerschapsregeling voor alle werkende vrouwen, waarbij werkgevers, werknemers en de Staat het zorgsysteem samen bekostigen’ of ‘we willen een wettelijke verplichting van het instellen van pensioenen voor alle werkgevers en werknemers’. Zo kan je een hele tijd doorgaan. Internationaal is er ook geen beleid vanuit bijvoorbeeld de VN dat alle werknemers een blok worden. De ruimte wordt gelaten voor verschillen in inzicht. Maar welke inzichten scheidt onze vakcentrales, los van de politieke kwestie? Welke benaderingen scheidt onze vakcentrales? Of zijn het botsende persoonlijkheden en halfgoden die de vakbeweging scheiden? Wij denken dat het geen zin heeft om de gelederen te sluiten, men mag gescheiden zijn, maar men moet wel constant met elkaar in overleg zijn op zoek naar ‘common grounds’ om sociaalmaatschappelijke vraagstukken te helpen oplossen zoals dat van de sociale zekerheid. En op dat stuk zijn de gelederen wel gesloten, alleen wordt de stem van Ravaksur niet gehoord. Het lijkt meer op een zucht. Maar daarop roepen wij op tot vernieuwing en verjonging. Bij de herdenking is de participatie van de werkers aan de orde gekomen. Er is een hoofdoorzaak van de geringe participatie. Veel oude leden blijven schoorvoetend lid, omdat afschrijving een daad is van afwijzing en wellicht vijandschap. Maar de indruk bestaat sterk dat personen de vakbeweging misbruiken om zich te profileren, hun kracht te tonen en deze als springplank te gebruiken voor eigen politiek gewin. Onder de noemer van ‘wij hebben voor rust gezorgd’ wordt dan geen pressie uitgeoefend op de regeringen, waarin de gelieerde politieke partijen participeren. Is de partij in de oppositie, dan zijn er om elke wissewasje een staking. Deze situatie maakt dat vooral jongeren geen lid zullen worden van een vakbond, omdat ze beseffen dat hun pressiekracht een middel is voor een vakbondsleider om voor zichzelf posities te regelen. Een andere oorzaak is contract labour en de uitblijvende verjonging en modernisering via de ICT en de sociale media. De Dag van de Arbeid had een interessante mededeling: drie vakcentrales gaan met elkaar fuseren. We zijn benieuwd hoe de naam zal luiden en het logo eruit zal zien, wie de eerste voorzitter mag afleveren ( met eventueel 2 ondervoorzitter a la VHP) en welke vakcentrale hoeveel poppetjes krijgt om in het bestuur te zetten. De rest zal gemakkelijk gaan.
 

error: Kopiëren mag niet!
%d bloggers liken dit: