Vrijdag 21 september 2018

De verdachte Georgio E. heeft maandag kritiek geleverd op het pleidooi van zijn advocaat. Hij vindt dat het gaat om een zeer ernstige zaak en dat de advocaat heel lichtvaardig eroverheen is gegaan. Hij heeft gelezen dat advocaten die van staatswege aan verdachten worden toegevoegd niet veel moeite doen voor de verdachten. In deze strafzaak zit de verdachte Georgio tezamen met Cedric A., Sergio D., Donavan C., Silvilian S. en Hisgia A. Zij worden allen verdacht van een beroving, welke gepleegd is op 13 augustus 2016 te Para. Zij hebben een ondernemer beroofd van 1300 gram ruw goud. Deze beroving ging gepaard met geweld en onder bedreiging van een jachtgeweer. In deze zaak heeft advocaat Renushka Gangaram-Panday voor haar cliënt Hisgia gedupliceerd. Zij verzocht de rechter om voorbij te willen gaan aan de strafeis van de vervolging en de verdachte een matige straf te willen opleggen. Zij heeft ook namens haar collega advocaat Georgette Leter voor de verdachte Georgio gedupliceerd. Zij heeft de rechter gevraagd om de straf enigszins te willen mitigeren.

Advocaat Harold Belfor gaf in zijn tweede beurt te kennen dat zijn cliënt reeds eerder in vrijheid is gesteld. Naar mening van de raadsman is er geen sprake van opzet geweest. Tegen deze verdachte is een straf van 8 maanden, waarvan 4 voorwaardelijk, geëist. Het vereiste opzet ontbreekt en daarom verzocht hij de rechter de door de vervolging geëiste niet over te nemen en zijn cliënt geheel van de tenlastelegging vrij te spreken. Er zijn andere feiten die aan de verdachte verweten konden worden, maar helaas heeft de officier die aan de verdachte niet ten laste gelegd.

Advocaat Raoul Lobo heeft voor de verdachte Cedric A. gedupliceerd. Hij vindt dat de vervolging geen bewijs heeft geleverd. Het bewijs heeft zij geput uit de verklaringen van de medeverdachten. De verdachte had een tijdje achter het voertuig van de ondernemer gereden. Dit levert geen enkel strafbaar feit op. Volgens hem heeft zijn cliënt niet direct geparticipeerd aan de beroving. De raadsman haalde een arrest aan. Hij concludeert dat zijn cliënt moet worden vrijgesproken, echter indien de rechter anders mocht beslissen, verzocht hij een aanzienlijke lage straf te willen opleggen. Ook deed de raadsman het verzoek om de vrijheidsbeneming van Cedric te willen opheffen c.q. op te schorten. De rechter wees het invrijheidstellingsverzoek af. Op 9 april wordt de behandeling voortgezet.

Saskia Bandhan