Donderdag 14 maart 2019

mr. Prenobe Bissessur (ondernemer en fiscalist)

mr. Prenobe Bissessur (ondernemer en fiscalist)

Er circuleren veel ingewikkelde verhalen ter zake de devaluatie van de Surinaamse Dollar. Met dit artikel heb ik de intentie om de achtergrond van de ontwaarding van de SRD inzichtelijk te maken en een constructieve bijdrage te leveren aan oplossingen hiervoor.

Resource Curse leidt tot Suriname Disease

In een land met de fysieke, economische en sociaal-maatschappelijke omgeving als de onze, is een depreciatie van de nationale munteenheid geen onbekend fenomeen. In de economische wetenschap wordt de term resource curse gebruikt:

“landen en regio’s met een overvloed aan natuurlijke hulpbronnen, in het bijzonder niet hernieuwbare natuurlijke hulpbronnen zoals mineralen (goud, bauxiet) en brandstoffen (olie), neigen naar mindere economische groei en slechtere ontwikkeling, dan landen met minder natuurlijke hulpbronnen”

Dit effect wordt versterkt als het land leeft op basis van ontwikkelingshulp, en deze ontwikkelingshulp niet duurzaam geïnvesteerd wordt.

Eén van de gevolgen is een vermindering van de concurrentiepositie van het land in andere sectoren dan natuurlijke hulpbronnen: de waarde van de munt stijgt als gevolg van het exporteren van de natuurlijke hulpbronnen en de gerelateerde ontvangsten van vreemde valuta; door de gestegen waarde zijn importen van goederen goedkoper, waardoor lokale productie minder aantrekkelijk wordt en werkeloosheid stijgt. In Nederland is ditzelfde in de jaren 1960 gebeurd, met de ontdekking van de Nederlandse aardgasreserves. Daarom ook de term Dutch Disease (Hollandse Ziekte). Nederland heeft het verergering van de ziekte kunnen voorkomen door het nemen van duurzame en doordachte beleidsmaatregelen.

Nu in Suriname hetzelfde probleem optreedt, kunnen wij spreken van een Suriname Disease.

Devaluatie

De Surinaamse Dollar (SRD) heeft een door de Centrale Bank van Suriname (CBvS) vastgestelde vaste wisselkoers ten opzichte van de Amerikaanse Dollar (USD). Deze wisselkoers is op 18 november jongstleden aangepast naar 4,00 SRD per USD.

Depreciatie betekent dat de waarde van de ene munteenheid, uitgedrukt in een andere munteenheid, in waarde daalt (‘het geld wordt minder waard’). Het tegenovergestelde is appreciatie (‘het geld wordt meer waard’). Door toenemende depreciatie van de SRD ten opzichte van de USD in het maatschappelijk verkeer, ondanks het interveniëren door de CBvS op de markt om deze depreciatie tegen te gaan, was de voorheen vastgestelde wisselkoers van de SRD/USD onhoudbaar. Daarom was de CBvS genoodzaakt de wisselkoers van de SRD/USD te devalueren. De CBvS kon niet anders. De CBvS had deze devaluatie naar mijn mening overigens al veel eerder moeten doorvoeren.

Oorzaken van geldontwaarding

Kort samengevat komt de ontwaarding van de SRD voornamelijk door de volgende drie oorzaken:

a. Negatieve betalingsbalans: de waarde van de exporten is kleiner dan de waarde van de importen.
b. Te veel consumptieve overheidsbestedingen: te veel ambtenaren in dienst, te veel sociale uitkeringen, te weinig fiscale maatregelen.
c. Kapitaalvlucht naar het buitenland: Omwisselen van SRD in vreemde valuta, en vervolgens op buitenlandse bankrekeningen storten.

Oplossingen
Nu de oorzaken geïdentificeerd zijn, lijkt het dat de oplossingen voor de hand liggen. Het is aan de beleidsmakers om adequate en doeltreffende maatregelen te nemen om de ontstane ziekte te genezen. Belangrijk in dit verband is dat de te nemen maatregelen een sterk duurzaam karakter moeten hebben.

Wat mij betreft dienen er twee soorten maatregelen onderscheiden te worden: ad-hoc maatregelen (wat moeten we nu doen) en duurzame maatregelen (wat doen we om deze ziekte in de toekomst te voorkomen).

De kern van de oplossingen is dat de bevolking zich ervan bewust wordt dat voortuitgang op zowel persoonlijk als nationaal niveau, uitsluitend mogelijk is door productie in de ruimste zin van het woord, en niet door niet-productieve manieren van geld verdienen zoals criminaliteit of corruptie.

Ad-hoc maatregelen

1. Het door de overheid creëren, faciliteren uitbreiden van zoveel mogelijk randvoorwaarden om lokale productie te stimuleren waardoor export stijgt en import daalt. Dit strekt zich niet uitsluitend tot het beschikbaar stellen van kleine ondernemingskredieten, maar ook tot het uitbannen van corruptie, instellen van transparantie bij de overheid, adequaat systeem van rechtspraak en invoeren van het herziend Burgerlijk Wetboek, goede onderwijsvoorzieningen, depolitiseren van strategische posten, grondbeleid gericht op productie en niet op verrijking, et cetera. Alleen dan kunnen ondernemers hun werk doen ten gunste van het land.
2. Direct en rigoureus saneren van het overheidsapparaat. Op dit moment werkt een groot deel van de bevolking bij de overheid, in niet producerende rollen. Iedere ambtenaar bij de overheid is iemand die niet meer kan produceren (ondernemen of bijdragen in de productie van een ondernemer). Daardoor worden door de overheid lonen uitbetaald, waar geen export tegenover staat, maar wel import. Loonsverhogingen bij de overheid versterken dit effect! Loonsverhoging kunnen uitsluitend als er ook tegelijk saneringen van banen plaatsvinden waardoor de totale loonkosten dalen. Het toegenomen ondernemerschap door (1) leidt tot het beschikbaar zijn van meer banen in de productieve sectoren.
3. Sociale uitkeringen saneren tot strikt noodzakelijke gevallen. Door het verminderen van sociale uitkeringen wordt de arbeidsproductiviteit gestimuleerd. Een voorbeeld kan zijn het beperken van de kinderbijslag tot maximaal twee kinderen. Het toegenomen ondernemerschap door (1) leidt tot het beschikbaar zijn van meer banen in de productieve sectoren. Hierbij het spreekwoord: geef niet een vis, maar geef een hengel!
4. Fiscale maatregelen treffen om foreign direct investment (buitenlandse investeerders) aan te trekken, en om startende ondernemers te faciliteren. Voor het stimuleren van de lokale productie zijn kennis en kapitaal nodig. Beide zaken zijn in mindere of niet voldoende mate aanwezig in Suriname. Daarom hebben wij buitenlandse investeerders nodig, om onze productie te kunnen stimuleren. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat dit beleid erop gericht dient te worden dat (i) de waarde toevoegende delen van de productieketen zoveel mogelijk in Suriname plaats dient te vinden, en dat (ii) er sprake moet zijn van kennisoverdracht waardoor de Surinamer er uiteindelijk rijker van wordt.
5. Maatregelen treffen waardoor export van vreemde valuta niet aantrekkelijke is. De bevolking wisselt de SRD om in vreemde valuta en plaatst deze op bankrekeningen in het buitenland omdat zij onzeker is over het economisch en overheidsbeleid. Zij zijn bang hun geld te verliezen. Met de randvoorwaarden onder (1) wordt dit meer gerealiseerd. Meer toezicht en meer regelgeving zal slechts leiden tot meer illegaliteit. Het moet aantrekkelijk gemaakt worden.

Duurzame maatregelen
1. Exploitatie en raffinage van natuurlijke hulpbronnen in Suriname. Wij dienen de natuurlijke hulpbronnen zoveel mogelijk tot het eindproduct, te verwerken in Suriname. De landen die het meeste waarde toevoegen aan het traject “van grondstof tot eindproduct”, zijn de landen die er het meeste geld aan verdienen.
2. Het instellen van een Sovereign Wealth Fund. Dat betekent een deel van de inkomsten in de ‘goede jaren’, internationaal investeren en sparen voor de ‘slechte jaren’. Als de inkomsten en de uitgaven van de overheid minder of niet onderhevig wordt gemaakt aan de fluctuaties van de internationale grondstoffenprijzen, dan raken we uit de cyclus van de Dutch Disease. Hierdoor zal de huidige situatie niet of minder snel voorkomen.
3. Instellen c.q. verbeteren van een meerjaren en duurzaam energie- en infrastructuurbeleid. Een adequate energievoorziening en een adequate infrastructuur zijn een van de belangrijkste randvoorwaarden voor het stimuleren van de productiesector. Door het instellen (en ook naleven!) van dergelijk beleid wordt het vertrouwen van de producenten in de economie verhoogd en wordt het aantrekkelijker om te produceren.
4. Focus op educatie, normen en waarden. Ook een adequaat niveau van kennis is een van de belangrijkste randvoorwaarden voor duurzame productie. De universiteit en het hoger onderwijs dienen een hoge prioriteit te genieten bij beleidsmakers. De jongeren dienen te beschikken over de zgn. 21st Century Skills. Normen en waarden zijn in dat kader eveneens belangrijk: enerzijds zodat de perceptie dat men rijk wordt van criminaliteit of corruptie wordt verminderd (en daarmee de productie wordt gestimuleerd), anderzijds zodat het leefklimaat prettiger is voor ondernemers om hun werk te doen. Beleidsbepalers en politici dienen voorbeeldfiguren te zijn, die zich bedienen van de juiste normen en waarden, in het belang van de vooruitgang van het land.
5. Mentaliteitsverandering: ask not what your country can do for you, ask what you can do for your country.

Afsluitende opmerkingen

Uit bovenstaande valt te concluderen dat voor duurzame ontwikkeling en het voorkomen van geldontwaarding, veel meer nodig is dan het simpel ‘stimuleren van de productiesector’. Er dient niet alleen op details gefocust te worden. Alleen een volledige, integrale, en goed doordachte aanpak zal leiden tot het genezen en vervolgens voorkomen van de ziekte. We hebben de academici nodig, zodat duurzaam beleid kan worden ingesteld op basis van bewezen grondslagen. We moeten niet voor vijf jaren vooruitdenken, maar voor vijfentwintig! Het beleid dient vervolgens uitgevoerd te worden door uitvoerders met de juiste kwalificaties en capaciteiten. Een speciaal daarvoor ingesteld instituut dient de uitvoering van het beleid met behulp van transparante indicatoren doorlopend te monitoren en daarover periodiek te publiceren.

We moeten met zijn allen de schouders eronder te zetten, de handen moeten uit de mouwen, en we moeten harder werken en produceren. Doen we dit niet, richten we ons niet op de productieve sector, dan zal deze devaluatie de eerste zijn in een keten van opeenvolgende devaluaties, en zal ons land en zullen de kinderen van de natie in 2025, 50 jaar onafhankelijkheid in grote armoede meemaken.

Werken en produceren is het nieuwe motto. Dat is pas daadwerkelijk ‘geloven in eigen kunnen’. Zo gaat Suriname voorwaarts!

mr. Prenobe Bissessur (ondernemer en fiscalist)

Reacties worden geapprecieerd. Contactgegevens:
prenobe@bissessur.com
+597 728 59 75