Maandag 20 mei 2019

Enkele dagen terug is wereldwijd de Internationale Dag van de Persvrijheid herdacht. Persvrijheid is een belangrijke voorwaarde voor het functioneren van de democratie. Over de democratie en haar verschillende vormen zullen we het een andere keer hebben. De westerse landen en de USA zweren bij de democratische bestuursvorm, maar onderhouden toch warme banden met autoritaire regimes en dictators die moorden, slavernij, uitbuiting en onderdrukken niet schuwen. Kijk maar naar de banden die men onderhoudt met Saudi Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Noord Korea. Wanneer de economische belangen onder druk staan, dan heeft men opeens wel moeite met dictators en autoritaire regimes. Kijk maar naar het handelen van de voormalige kolonisatoren in Irak, Libië en nu Venezuela. De westerse landen zoeken de uiterste grenzen van de persvrijheid op en een van ze is de zogenaamde satire. In deze vorm is het zogenaamd vrij om alles te zeggen en alle regels met een korreltje zout te nemen. Pedofilie is dan geen probleem, ook het beledigen van andere godsdiensten en minderheden niet. Zo is er een toename van racisme in Nederland en de regering doet daar heel weinig aan volgens de Raad van Europa. Onder het mom van persvrijheid worden er allerlei opmerkingen gemaakt om minderheden waaronder vooral moslims te stigmatiseren. Een generatie is nu opgekomen tegen deze aanvallen op de minderheden, maar zij mogen niet reageren op de aanvallen vanuit de media en de politiek. Dus dat is een begrenzing in de vrijheid van meningsuiting. Wanneer bepaalde jonge politici in het geweer komen tegen stigmatisering, dan is er in de witte mediawereld in Nederland geen aandacht daarvoor. Een groot deel van de Surinaamse bevolking is verhuisd naar dit land en is onderhevig aan deze discriminatoire behandeling. Hierop komen we terug op een ander moment.

In Suriname zelf is er een zeer weelderig medialandschap zich aan het ontwikkelen geweest. Alhoewel wij in de afgelopen periode gevallen hebben gehad van onderdrukking van de vrijheid van meningsuiting en er harde charges zo nu en dan plaatsvinden via de staatsradio, moet erkend worden dat er een redelijk goede ruimte is ontstaan om de persoonlijke mening vrijelijk te uiten. Dat is essentieel voor de persvrijheid. De pers heeft een redelijke ruimte om haar werk te doen, maar er is nog steeds in deze kleinschalige samenleving een vrees voor rancune. Enige tijd terug heeft de praktijk van zelfcensuur haar intrede gedaan in de Surinaamse media, maar de indruk bestaat wel dat de noodzaak iets minder is geworden. Een zekere liberalisering vanuit de overheid lijkt zichtbaar te zijn. Journalisten worden niet vervolgd in Suriname. Er worden in bepaalde kranten berichten gepubliceerd over negatieve handelingen en keuzes van de regering, bewindslieden en politici. Dat is mogelijk, maar er wordt dan steeds beweerd dat deze kranten gelieerd zijn aan de oppositie. Dat gebeurt ondanks uit de geschiedenis onomstotelijk blijkt dat deze kranten in alle politieke periodes een kritische houding hebben gehad tegenover de regering, althans er was ruimte voor de oppositie om haar commentaar op de manier van regeren te ventileren via die kranten. Op de tv en radio zijn er tegenwoordig, vooral in aanloop naar de verkiezingen in 2020, behoorlijk krasse programma’s waarin ook het publiek mag participeren.
De rangschikking van Suriname in Press Freedom Index 2019 (van Reporters Without Borders) is geheel in overeenstemming met de praktijk in het land. Suriname komt voor in de top 20 van de landen in de wereld met een goede persvrijheid. De top 20 bestaat in volgorde uit Noorwegen, Finland, Zweden, Nederland, Denemarken, Zwitserland, Nieuw Zeeland, Jamaica, België, Costa Rica, Estonia, Portugal, Duitsland, IJsland, Ierland, Oostenrijk, Luxemburg, Canada, Uruguay en Suriname. Er zijn in de top 20 maar 2 Caribische landen en 1 Zuid-Amerikaans land, de rest zijn Europese/westerse landen. Dat is een behoorlijk compliment aan het adres van Suriname en geeft afgeleid ook aan wat de kwaliteit is van de democratie. Een vrije pers is over het algemeen een voorbode van de ontwikkeling naar een meer democratische en meer welvarende samenleving. Suriname is op de index van 2019 op nummer 2 in het Caribisch gebied, ook op nummer 2 in Zuid-Amerika en op nummer 3 in het gebied Latijns Amerika Caribisch gebied. Suriname staat hoger gerangschikt dan Australië, Liechtenstein, Cyprus, Spanje, Litouwen, Frankrijk, Verenigd Koninkrijk (Engeland), Slovenië, Slowakije, Tsjechië, Italië, Roemenië, USA (48), Servië en Brazil (105). De persvrijheid in de USA is dus vele malen slechter geworden vergeleken met Suriname. Het Caribisch land volgend op Suriname zijn Trinidad op 39, de Organisatie van Oost-Caribische Staten (OECS) op 50, Guyana op 51 en Haïti op 62. In 2018 stond Suriname net buiten de top 20, op nummer 21 en in 2017 zaten we al in de top 20. Journalisten zijn in het afgelopen jaar aangevallen, vermoord of vervolgd. De meeste aandacht ging uit naar de moord van Jamal Kashogi in de Saudische consul in Istanbul. Ook de veroordeling van 2 Myanmarese journalisten die de genocide op de Rohingiya’s in het Aziatisch land hebben gecoverd, had behoorlijke aandacht.