Zaterdag 24 juni 2017

Deskundigen van de ILO waren de afgelopen dagen weer in Suriname om de autoriteiten gevoelig te maken voor het Braziliaanse school- en werkprogramma, waarmee voorkomen wordt dat kinderen uit het schoolsysteem vallen, omdat ze moeten kiezen voor werk. Als gekeken wordt naar de activiteiten op ministeries (Arbeid, HI) dan is de ILO een van de meest actieve VN-organisaties in Suriname, naast de Paho. Heel vaak wordt door zowel de vakbeweging als de regering zelf verwezen naar de vele verdragen, die door deze organisatie zijn aangenomen. Door te verwijzen naar deze regels van de ILO vinden de partijen een maatstaf om met objectieve criteria hun problemen op te lossen. Tijdens de behandeling van de financieel-economische situatie is door de DNA in het kader van de economie benadrukt dat het voor het eerst voorkomt dat binnen korte tijd zeker 5 wettelijke regelingen in DNA zijn aangenomen en afgekondigd om de positie van de werknemer als factor in de productie, te verbeteren. In DNA is aangegeven dat er meer regels in de maak zijn om de situatie van de werknemers in Suriname in zijn geheel te verbeteren. Tijdens de debatten in DNA is het opvallend dat heel veel wordt verwezen naar ILO-verdragen om beleid en wettelijke regels te verdedigen. Deze organisatie is de laatste tijd ook veel bilateraal bezig met de vakbeweging en bedrijfslevenorganisaties. Dat maakt dat, ondanks partijen soms met elkaar in conflict zijn, men toch dezelfde taal blijft praten en elkaar blijft begrijpen, zodat men sneller tot oplossingen kan komen. De ILO geeft op haar website aan dat sociale rechtvaardigheid haar voornaamste doel is. Haar voornaamste middel om dit doel te bereiken, zijn de verdragen en aanbevelingen van de organisatie. Een deel van deze verdragen, niet allemaal, is door Suriname geratificeerd. Onze grondwet besteedt belangrijke delen bij het regelen van de sociale grondrechten aan de rechten van werknemers en van ondernemers. Deze rechten zijn allen voortgekomen uit de ideologie van de ILO, een organisatie die – zoals blijkt van haar website – partnerschappen heeft met alle economische sectoren en zelfs alle internationale instituten. Er zijn geen internationale fora over de economie waar de ILO-baas niet wordt uitgenodigd. Het ILO-programma is afgestemd op het VN-beleid in alle sectoren, het beleid van de verschillende sectoren is omgekeerd ook afgestemd op dat van de ILO. Een voorbeeld is bijvoorbeeld het beleid van de Wereldbank en het IMF. De ILO is zo een beetje de enige bekende organisatie bij de VN, die behalve met de regering, ook rechtsreeks zaken doet met de vakbeweging en de werkgeversorganisaties. Omgekeerd treden deze organisaties zelfstandig op bij de ILO. Deze VN-organisatie is de tweede grootste wereldorganisatie na de VN. De problemen waarmee Suriname nu kampt, hebben voor een deel te maken met beleidsgebieden, die liggen op het terrein van de ILO. Aan de ene kant hebben we een zeer lage productiviteit, een aangelegenheid waarover de ILO vele oplossingen heeft. Die lage productiviteit zorgt voor een zwakke economie en heeft als medeoorzaak een zwakke scholing van de burgers. Aan de andere kant hebben de problemen in Suriname te maken met een niet adequate regeling van de rechten van de werknemers, waardoor ondanks ze werken, ze armoede ervaren. Ook voor deze problemen heeft de ILO blijkens haar website actieve programma’s als oplossingen. Het varieert van wetgeving tot scholingsprogramma’s. Het is een zeer positieve zaak dat de ILO een heel intieme samenwerking heeft met Arbeid, zodat dit departement verder gaat met het aanpakken van de verouderde wetgeving waarover decennialang is geklaagd. Opvallend zijn de vele wetten, die in het laatste kwartaal van 2016 en eerste kwartaal van 2017 door de minister succesvol zijn verdedigd in DNA. De minister heeft daarbij steeds verwezen naar andere wetten die op komst zijn. Indien de issue van productiviteit en de kwestie van goede werknemersrechten goed geregeld worden in Suriname, dan zal het aantal burgers dat sociale rechtvaardigheid ervaart veel groter worden. Op beide grote beleidsgebieden kan de ILO een grote rol spelen. Er is eerder aangegeven dat geen regeling waaraan werknemers in het land een gevoel van sociale rechtvaardigheid te bedenken is die niet afkomstig is van de ILO. De ILO heeft samen met Braziliaanse ambtenaren een systeem hier gepropageerd, dat ervoor kan zorgen dat jongeren terwijl ze effectief leren, ze ook hun brood verdienen. In een land waar vooral jongens vroeg de schoolbanken verlaten is het systeem gewenst, waardoor het aantal drop-outs kan worden terug gebracht. Het is bekend dat in het sociale programma van Brazilië, dat gezorgd heeft voor de verbetering van de positie van armen, vrouwen en jongeren, de ILO-regelingen een leidende rol hebben gespeeld. Suriname kan voor de economische en sociale progressie deze werkwijze als voorbeeld nemen.