Dinsdag 21 november 2017

De Anticorruptiewet die al een hele tijd aanhangig is in ons parlement, was gisteren voor behandeling opgebracht. Opmerkelijk is dat zowel de oppositie als de coalitie gezamenlijk verlangen naar aanname van de wet, op zich een positieve zaak. Opvallend was wel dat de oppositie en de coalitie uiterst voorzichtig met elkaar zijn omgegaan en dat men alles gedaan heeft tijdens de besprekingen elkaars corruptieve praktijken niet te bespreken. Enkele agressieve DNA-leden lijken zelf aan de ketting te zijn gezet, waardoor het risico voor aanvallen op elkaar waren verkleind. Deze harmonie en voorzichtigheid zijn altijd al aan de orde als deze wet wordt behandeld, ook in de periode toen het door de NF-regering werd besproken. Door enkele oppositieleden is zelfs het voorstel gedaan om besprekingen in DNA algemeen te houden en niet over te gaan tot het noemen van teveel voorbeelden uit de praktijk. De wet is inmiddels drastisch gewijzigd, in positieve zin, vergeleken met wat het enkele maanden geleden was. Op de website van DNA is echter nog een oude versie van het wetsvoorstel te zien, waardoor het niet altijd gemakkelijk voor de burgerij is om de discussies mee te volgen. Er zijn enkele belangrijke aanbevelingen gedaan voor nog meer wijzigingen in de wet. Bij staatsbesluit kunnen sommige categorieën van publieke functionarissen worden vrijgesteld om een aangifte te doen van hun bezittingen etc. en deze te deponeren bij een notaris. Hoge functionarissen kunnen niet worden uitgesloten zoals leden van de regering etc. De aanbeveling is in DNA gedaan om aan de lijst die niet vrijgesteld mag worden, toe te voegen de functies van diensthoofden van overheidsafdelingen, ambtenaren die werken bij de Dienst der Domeinen en bij de Grondinspectie, ambtenaren belast met (advisering rond) gronduitgifte, Glis-ambtenaren, boslanddignitarissen, eventueel de notarissen, en de ambtenaren die een rolspelen bij het verlenen van concessies aan ondernemers voor het exploreren en exploiteren van alle natuurlijke hulpbronnen, variërende van water en bos tot het ontginnen van mineralen. Er is benadrukt dat de aangifte van vermogen geheim moet blijven, maar het is aan te bevelen dat het vermogen van de regeringstoppers en leden van de regering openbaar worden gemaakt. Verder is het aan te bevelen dat regelmatig bijvoorbeeld jaarlijks de verplichte aangifte wordt gedaan en dat gegevens ter beschikking zijn bij een monitoringsunit (commissie) die de grafieken van iedereen bekijkt en de pieken en dalen onderzoekt en verder overdraagt aan de pg. Belangrijk is de toevoeging van het artikel dat alle rechten en bevoegdheden die ontleend worden aan corruptieve handelingen van ambtenaren, niet geldig, dus nietig zullen zijn. Dat betekent dus dat wanneer een burger gunsten zoals een vergunning, een overheidscontract of een concessie krijgt en het te wijten is aan corruptie, deze allemaal op den duur ongeldig zullen zijn. Er zou in de nieuwe versie van de wek ook een ‘kaalplukartikel’ (pluk-ze-kaal-artikel) zijn opgenomen, waarbij men naast het opleggen van straffen aan overtreders, ook financieel rechercheert en fout verdiend geld terugneemt in de boezem van de staat. Wanneer men corruptelingen kaal plukt moet men echter geen willekeur toepassen en iedereen kaal plukken die daarvoor in aanmerking komt, zowel binnen de eigen partij als buiten de eigen partij. Een belangrijk opmerking is ook gemaakt in verband met de aanpassing van het Decreet Uitgifte Domeingrond, dat middels deze Anticorruptiewet ook wordt aangepast. Er is een decennialange verplichting voor de NH- en nu de RGB-minister om ‘zo nodig’ openbaar bekend te maken waar vrij domein beschikbaar is zodat burgers het kunnen aanvragen. Aan deze verplichting hebben de ministers zich nooit gehouden. Wie grond nodig heeft moet het kunnen kopen, maar niet voor iedereen is dat een optie. Als men domeingrond wenst aan te vragen, moet de burger kunnen ruiken waar er vrij domeingrond ligt. Als dat de burger lukt, dan wordt de grond door corrupte ambtenaren ingepikt. Het decreet wordt nu zodanig gewijzigd dat de minister niet ‘indien nodig’ maar jaarlijks bekendmakingen moet doen en ook in hard copy en digitale kranten. In DNA is ook ‘geklaagd’ dat het vaak voorkomt dat politiek gelieerde personen geweerd worden uit de commissie die op basis van integriteit hun werk moeten doen. Er zouden volgens een DNA-lid ook integere mensen in politieke partijen zitten. Het gaat echter in integriteitscommissies om de beïnvloedbaarheid en we weten dat in Suriname de blindelingse loyaliteit aan de partijbestuursleden en toppolitici doorgaans verwacht wordt van partijleden. Opmerkelijk is ook dat in DNA is aangegeven dat stichtingen weer actief aan het worden zijn om oneerlijk verkregen eigendommen te beheren. Er is een noodzaak om deze stichtingen ook te brengen onder de werking van de Anticorruptiewet. De oppositie en de coalitie lijken elkaar in elk geval te vinden wat betreft de aanname van de wet. Opvallend is dat een DNA-lid van de oppositie dat altijd aangaf dat de president c.q. de regering een corruptiefaciliterend beleid voert, nu indirect aangeeft dat zulks niet meer het geval is. Zijn standpunt is nu dat hij erbij blijft dat de regering corrutiefaciliterend beleid heeft gevoerd, hij drukt zich dus uit in de voltooid verleden tijd vorm. Dat betekent dus dat de oppositie heeft kunnen constateren dat de regering nu corruptie niet toestaat of dat de oppositie het nu niet erg vindt dat zulks plaatsvindt.