Woensdag 21 november 2018

In een openbare commissievergadering in De Nationale Assemblee (DNA) is gisteren een aanvang gemaakt met de behandeling van de ontwerpwet houdende instelling van het Nationaal Productiviteitscentrum (Wet Nationaal Productiviteitscentrum). Het Nationaal Productiviteitscentrum (NPC) heeft als doel het bevorderen van de productiviteit zowel bij de publieke als private sector om te geraken tot een verhoogde productie, economische groei, een verbeterde concurrentiepositie en welvaart en welzijn. De bedoeling is om partnerschap te bevorderen tussen de tripartiete partners (vakbeweging, werkgevers en de overheid) bij issues die direct betrekking hebben op bevordering van productiviteit in bedrijven. Verschillende leden van de commissie van rapporteurs hebben kanttekeningen geplaatst bij de ambitieuze doelstellingen bij de oprichting van dit centrum wanneer gekeken wordt naar de slechte prestatie van andere instituten, waaronder het mislukte Investment and Development Corporation Suriname (IDCS). VHP-parlementariër Riad Nurmohamed voerde aan dat er in de afgelopen jaren verschillende instituten door de overheid zijn opgezet, maar deze door menselijke en technische problemen en de beperking van middelen vanuit dezelfde overheid het echte werk niet kunnen uitvoeren. Enkele voorbeelden hiervan zijn de Wegenautoriteit en het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname (Nimos). “Die krijgen maar een fractie van de middelen, waardoor het eigenlijke werk niet gedaan kan worden. Dat is wat wij moeten voorkomen, omdat ik nu al weet dat die doelstellingen van dit centrum zeer ambitieus zijn.” Hij vroeg een goede onderbouwing van de regering waarin de zekerheid wordt gegeven dat het Nationaal Productiviteitscentrum ook niet hetzelfde lot ondergaat.

Instituten die nobele doelen niet kunnen bewijzen
Jenny Warsodikromo van de NDP stelt zich volledig achter het idee van het instellen van een Nationaal Productiviteitscentrum te kunnen vinden. Echter vraagt zij zich af of de gestelde doelen van dit centrum niet al eerder gesteld zijn door andere instellingen en ministeries. “Wat is de kans dat zo een productiviteitscentrum de realisering van de gestelde doelen zal bespoedigen? Ervaring leert ons dat vele instituten die voor nobele doelen zijn ingesteld, zichzelf niet kunnen bewijzen. Gezien de kosten, moeten wij dan toch een Nationaal Productiviteitscentrum instellen?”, stelde het commissielid. Een ander punt dat haar ook bezig houdt is de samenwerking tussen dit centrum en andere actoren als Investsur, Suriname Business Forum (SBF) en verschillende ministeries. Ze vroeg of er wel of niet betaald zal moeten worden voor sleuteldiensten van het NPC. Fractiegenoot Jennifer Vreedzaam vraagt zich na het lezen van het wetsontwerp af waarom de regering zich wil gaan bemoeien met de productiviteitsbevordering binnen het bedrijfsleven. “Waar ligt de primaire verantwoordelijkheid voor productiviteitsbevordering? Ligt die verantwoordelijk niet bij het bedrijfsleven?”, aldus Vreedzaam.

Goed bestuur, transparantie en eerlijkheid bepalend voor succes
Goed bestuur, transparantie en eerlijkheid zijn volgens Nurmohamed bepalend voor succes van een Nationaal Productiviteitscentrum. De politicus ziet drie grote problemen in het wetsontwerp. “Ik heb ook de feedback van stakeholders gelezen en men gelooft inderdaad dat met de aanname van zo een wet alle problemen zijn opgelost. Dat is dan het tweede probleem. Vaak denken wij dat als er een wet komt, alle problemen dan zijn opgelost. Het derde probleem is dat de onderbouwing voor deze wet in technische zin ontbreekt. Surinaamse data ontbreken, maar buitenlandse data worden wel genoemd. Hoe moet ik dan overtuigd worden dat deze wet nu hoognodig is voor Suriname?”, stelde Nurmohamed.

Wetsontwerp in 2006 voorbereid
Amzad Abdoel, voorzitter van de commissie van rapporteurs, voerde aan dat nationale productiviteitscentra al jaren bekend zijn in het Caribisch gebied onder landen als Jamaica, Barbados en St. Lucia. “De vraag rijst natuurlijk waarom wij als land zo laat ermee beginnen”, stelde Abdoel. Bedoeld ontwerp is in 2006 voorbereid door de tripartiete Commissie Advies Nationaal Productiviteitscentrum als uitvloeisel van het programma Promalco, dat door de toenmalige ILO Sub-Regional Office for the Caribbean werd uitgevoerd in onder andere dertien onafhankelijke Caribische landen, waaronder Suriname. Minister Soewarto Moestadja van Arbeid hield het college een korte historie over dit lang traject voor en stelde dat Suriname nu wel rijp is voor dit centrum. Hijzelf ziet geen enkele conflicten of doublures tussen de doelen van NPC en het Planbureau en Investsur. Op een vervolgvergadering zal de bewindsman verder ingaan op de gestelde vragen van de commissie.

FR